Signalen

Vandaag zijn de bajessignalen verhevigd aanwezig. Ze zijn er altijd wel maar onderaards: wroetend, knagend, kauwend, de ene keer sterk, de andere keer zwak, dan weer als boeien, uniform of kreet aan de oppervlakte, dan weer als zucht, oogopslag en gerommel heel ver weg of nog verder - onbenoembaar. Vandaag dus niet. Ze klauwen, schreeuwen en jagen maar door. Er komt geen einde aan:

8.20u: “Buitenlanders Raus', schreeuwt een blinde muur. De wanhoopsgraffiti rolt levensgroot over me heen. Duizenden celwanden lang.

“This is my child'

“Nog 1221 fucking dagen'

“Kill them all'

“Corry, ik hou van je'

“Murder is my business, call Madrid 7703324'

“Tien jaar, MOORD, J.D., 1997-2007'

“God bestaat!!!'

Als een gek snel ik naar mijn werk. Weg van die wanden, weg van de waanzin. Straat na straat neem ik. Uitgeput kom ik aan. Dat wordt de eerste paar uur geen toilet. Dat heb ik altijd daarna. Kleine ruimtes zijn dan te veel.

10.15u: Koffiepauze. “Het was zulk mooi crepepapier, alleen daarom was het al een mooi cadeau.' Achteloos waait de zin over tafel. Meteen slaat de Iso keihard toe. “Kleren uit, handen door het haar, mond open, balzak omhoog, bilnaden uit elkaar, crepe aan, eerst de broek, dan het hemd, oke dat wordt cel 12, neem jij hem even mee?'

“Wat is er?' vraagt een mede-koffiedrinker. “Ik heb al drie keer gevraagd of je nog een bakkie wil.'

“Nee, niks, echt niet, ik viel even weg, dat is alles.'

11.15u. Lunchpauze. “Heb jij hem, Gerard?' Een junk wordt midden in een winkelstraat gehandboeid afgevoerd. Zijn boeien striemen zijn polsen en ook die stemmen scheuren door me heen.

“Pak jij hem daar, neem ik hem hier'

“Zet hem daar maar even neer'

“Tik jij hem even in'.

En het wordt nog erger. “Van de 121 aan de Centrale' walkietalkt een stille.

Ontelbare 'Van de... aan de Centrale'-walkietalkieberichten razen door mijn kop en ook hoor ik die laarzen weer, klik, klak, klik en dat sleutelgerinkel en slotgeknars.

14.30u: “Thee?' Stralend kijkt een collega op het werk me aan.

Het angstzweet breekt me uit. “Thee, thee, thee... Arbeid, arbeid arbeid... Maaltijd, maaltijd, maaltijd... Kort, lang, kort... Bonk, bonk bonk...'

“Graag', ril ik. “hier heb je een bonnetje'

“Nee laat maar, ik tracteer'.

16.15u: “Verbeek, Voor Al Uw Transporten' leest een voorbijschietende vrachtwagen vlakbij het station.

“Transport, transport, transport...' Op volle kracht dendert de traliebus door me heen. Als verlamd blijf ik staan. In paniek leg ik mijn hoofd in mijn armen. Langzaam ebt de wanhoop weg. Mijn trein kan ik wel vergeten. Die is al een kwartier weg.

17.45u: “Ontdek het mysterieuze Egypte de reis van Uw leven', flitst een raamposter van een reisbureau.

“Ferdy don't forget me, write me, write me, write me...' Smekend kijkt de Egyptenaar, die tot 2005 moet, me aan. Er glinsteren tranen in zijn ogen. Of zijn het de mijne? Ik weet het niet meer. Alles tolt en duizelt over elkaar heen. De Egyptenaar, zijn moeder, Allah, de tralies. In paniek sluit ik opnieuw mijn ogen.

20.00u: “...zijn twintig Iraniers in hongerstaking gegaan', leest een NOS-Journaalverslaggever. Uitgemergeld staat de Algerijnse hongerstaker uit cel 247 voor me. Er zit geen grammetje vlees meer op zijn lichaam. Hij is alleen nog maar ogen uitgebluste, holle schotels, de honger hangt er levensgroot in. Langzaam glijdt hij onder tafel.... “Allah, Allah, Allah...'

“Even dammen, Ferdy?'

Hardhandig stoot een medekamper me aan.

“God, man, het leek wel alsof je dood was. Waar zat je?'

“Ja, ik was even weg.'

“Kan gebeuren. Wit of zwart?'