Rapport joodse tegoeden verlaat

HAARLEM, 28 NOV. De commissie die is belast met het onderzoek naar joodse tegoeden uit de Tweede Wereldoorlog, zal niet voor de zomer van volgend jaar met conclusies komen. Aanvankelijk zou het eindrapport aan het eind van dit jaar verschijnen. Commissie-voorzitter J. van Kemenade, die dit gisteren bekendmaakte in Haarlem, wijt die vertraging aan de ingewikkelde problematiek en aan het feit dat soortgelijke buitenlandse commissies waarvan het onderzoek voor Nederland van belang kan zijn, ook vertraging hebben opgelopen.

Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) heeft een onderzoek naar het rechtsherstel van slachtoffers van de nazi's wel afgerond. Cijfers die daarin volgens Van Kemenade slechts summier vermeld staan, worden door het onderzoeksbureau KPMG nu nader onderzocht.

Over enkele weken komt de commissie-Kordes, die de archieven van de Duitse bank Lippmann-Rosenthal onderzoekt en zich daarbij beperkt tot de roerende goederen (varierend van sieraden en zilveren bestek tot voertuigen en paarden), wel met haar eindrapport. Ook zal de commissie-Scholten komende maand rapporteren over de handelwijze van de banken tijdens de oorlog.

De commissie van Van Kemenade zal deze zomer in haar rapportage proberen een zo nauwkeurig mogelijk beeld te schetsen van het joodse vermogen van voor de oorlog, van de roof door de nazi's en van de gerestitueerde bezittingen. Op grond daarvan wordt een schatting gemaakt van “het residu', het bedrag dat slachtoffers van de Holocaust en hun nabestaanden na de oorlog nooit hebben teruggekregen.

Van Kemenade zal de regering adviseren hoe alsnog recht kan worden gedaan. Daartoe wordt onder meer een overzicht gemaakt van de verschillende internationale fondsen die sinds vorig jaar in het leven zijn geroepen, waar de Nederlandse regering zou kunnen aankloppen voor een bijdrage, zoals het Zwitserse fonds voor hulpbehoevende slachtoffers van de Holocaust (ter waarde van circa 330 miljoen gulden) en het fonds dat grote Zwitserse banken zijn overeengekomen met het Joodse Wereldcongres (ter waarde van 2,5 miljard gulden). Ook is er een internationaal fonds dat vorig jaar tijdens een conferentie in Londen werd ingesteld. Nederland heeft onder grote druk gestaan van vooral de Britse en de Amerikaanse autoriteiten om het restant van het door de Duitsers geroofde monetaire goud waarop Nederland nog recht had, in dit fonds te storten.

Aangezien de regering dat goud, met een waarde van 20 miljoen gulden, in overleg met joodse organisaties echter wil besteden aan joodse doelen in eigen land is besloten een even groot bedrag in dit internationale fonds te storten.