Punk, dat was zuipen en meisjes

AMSTERDAM, 28 NOV. Punk - Lang leve de lol: za 28, 22.15; wo 2, 18.00. The Cream Will Rise: za 28, 22.15; di 1, 18.45. Hang The Dj: za 28, 23.45 di 1, 14.00.

Meereizen in het internationale house-circus en terugblikken op de Hollandse punkbeweging: de documentaires op het IDFA hebben de muziekliefhebber meer te bieden dan alleen Courtney Love.

Behalve het veelbesproken en omstreden Kurt & Courtney van Nick Broomfield, vertoont het IDFA nog een aantal popdocumentaires. In Punk - Lang leve de lol (Alfred Broer, 1998) onderzoekt de regisseur zijn eigen verleden als punk in Amsterdam, The Cream Will Rise (Gigi Gaston, 1998) draait om de Amerikaanse zangeres Sophie B. Hawkins (hier uitsluitend bekend van haar hitje Damn I Wish I Was Your Lover en de bijbehorende video-clip waarin ze in gescheurde spijkerbroek over de grond rolde) en Hang The Dj (Marco en Mauro La Villa, 1998) geeft een overzicht van de ontwikkeling van het dj-vak.

De documentaire over punk is persoonlijk, kleurrijk en innemend, de Canadese film over de dj's is informatief. Het dweperige portret van Sophie B. Hawkins lijkt gemaakt door een fan, waardoor het uitsluitend waarde heeft voor mede-fans. De film volgt Hawkins op tournee, toont gesprekken met haar moeder en rapporteert over hun beider ervaringen bij de therapeut - dit allemaal zonder dat duidelijk wordt wat Hawkins nou zo'n bijzondere zangeres maakt. Want dat haar manager dat vindt, heeft voor ons als kijkers te weinig gewicht.

Bij het maken van Hang The Dj zijn kosten noch moeite gespaard. De film flitst van Washington DC, New York en San Francisco naar Berlijn, Amsterdam, Madrid, Londen en Parijs, en laat een groot aantal dj's, house-liefhebbers en andere kenners aan het woord over verschillende aspecten van het vak. Internationaal bekende namen (Junior Vasquez Jellybean Benitez, Carl Cox) worden afgewisseld met lokale grootheden (de Nederlanders Dimitri en Dano). Het aardige is dat de makers niet zijn uitgegaan van de veronderstelling dat de dj ook werkelijk een ster en kunstenaar is (zoals dj's zelf maar al te graag voorspiegelen) - het blijft een vraag.

Een paar meisjes in een cafe beweren dat 'voetballers en dj-s de sterren van de jaren negentig zijn'. Iemand anders poneert de stelling dat dj'en geen kunst is omdat het 'te oefenen valt', en alles wat je kunt aanleren buiten het terrein van kunst zou vallen.

Volgens Jellybean Benitez daarentegen is een goede dj wel degelijk een kunstenaar, omdat hij bestaande muziek 'een nieuwe context geeft'. Tussen alle serieuze op- en aanmerkingen over het dj'en duikt steeds een besmuikte Engelsman op die blijft zeggen dat dj's 'vergeleken met The Beatles', nauwelijks enige betekenis hebben.

De film behandelt onderwerpen als 'de dj als muzikant', de verschillende muziekstijlen en de wortels in de New-Yorkse homo-scene. Soms schieten de onderdelen wel erg snel voorbij. Zo had het verschijnsel 'bitchtracks' meer toelichting verdiend; Junior Vasquez vertelt hoe hij een meisje wilde waarschuwen dat ze van z'n vriendje af moest blijven. Get Your Hands Off My Man heette zijn 'bitchtrack'.

Dat de house-cultuur verbonden is met drugs, laat de film nauwelijks zien. Maar als er over twintig jaar een film over house wordt gemaakt zullen de details daarover wel naar buiten komen. Dat geldt tenminste voor Punk - Lang leve de lol, van Alfred Broer. Aan de hand van het fotoboek dat Max Natkiel in de jaren zeventig maakte van punks in Amsterdam, ging Broer - die zelf ook in dat boek voorkomt - op zoek naar overlevenden, om te kijken wat er van ze geworden is. De dertigers van nu (de jongens allemaal met honkbalpetje) bespreken de punk-scenes in kraakpanden als 'Huize Chaos' en 'Oosteinde'.

Punk was 'Lang leve de lol', zegt ex-punk Henk, het draaide om zuipen, muziek en meisjes.

Maar de lol ontaardde: na enige tijd 'zat het hele Oosteinde aan de heroine', zo meldt Jaro. Kunstenaar Dr. Rat overleed aan een overdosis en zijn vriendin Louise belandde meerdere keren in het ziekenhuis wegens hetzelfde. Punk had dan de naam 'politiek bewust' te zijn, dat gold voor de hier geportretteerde groep in ieder geval niet. Regisseur Broer laat zijn betrokkenheid en enig gevoel voor nostalgie wel merken, maar houdt voldoende afstand. Het is alleen jammer dat hij niet vermeld wat zijn vroegere punkvrienden inmiddels voor bezigheden hebben.

    • Hester Carvalho