PCR-TEST STEMT BEHANDELING LEUKEMIE BETER AF OP KIND

De behandeling van acute lymfoblastaire leukemie bij kinderen kan aanzienlijk verlicht worden door met de gevoelige polymerase-ketting-reactie (PCR) afwijkende cellen op te sporen. Een internationale groep onderzoekers onder leiding van de aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit verbonden immunoloog prof.dr. J.J.M.van Dongen kon op basis van deze PCR-techniek al na drie maanden behandeling voorspellen hoe groot de kans was dat een kind klachtenvrij zou blijven.

Daarmee wordt het nu mogelijk om per kind individueel te bepalen of men met een lichtere aanpak kan volstaan of dat juist een intensievere therapie noodzakelijk is. Zo kan men het risico verkleinen dat zich onnodige nadelige effecten voordoen, zoals een beschadiging van hart en nieren op de lange termijn (The Lancet, 28 november).

Acute lymfoblastaire leukemie is verreweg de meest voorkomende vorm van leukemie bij kinderen. Bij deze aandoening wordt het beenmerg overwoekerd door onrijpe lymfocyten, de afweercellen van het lichaam. De rode bloedcellen en bloedplaatjes worden dan verdrongen, waardoor het kind gaat lijden aan bloedarmoede en een verhoogde bloedingsneiging. Het heeft verder allerlei onduidelijke klachten en voelt zich ziek.

De behandeling is erop gericht de leukemische cellen te vernietigen. De daarbij gebruikte celdodende (cytotoxische) medicijnen zijn zwaar giftig en de aanpak is daarom altijd een compromis tussen een afdoende vernietiging van de afwijkende cellen - een blijvende remissie - en zo min mogelijk nadelige gevolgen op de lange termijn. De huidige zware cytotoxische behandeling brengt bij ongeveer 95% van de kinderen met acute lymfoblastaire leukemie een remissie teweeg: onder de microscoop zijn bij hen na een beenmergpunctie geen afwijkende cellen meer te vinden. Helaas komt de ziekte desondanks bij eenderde van de patientjes terug. Blijkbaar waren bij hen toch niet alle kwaadaardige cellen vernietigd.

De PCR-techniek heeft het voordeel dat deze aanmerkelijk gevoeliger is dan het traditionele microscopische onderzoek: het scheelt een factor 100 tot zelfs 1000. Hierdoor is het mogelijk kleine aantallen leukemiecellen op te sporen. Aan het nu gepubliceerde onderzoek namen 240 kinderen deel bij wie vanaf de diagnose een jaar lang tien keer met de PCR een beenmergmonster werd onderzocht. Bij 43% van hen konden de artsen al na drie maanden behandeling voorspellen dat ze een grote kans hadden op genezing. Met de PCR konden bij hen geen leukemische cellen worden aangetoond.

Bij die kinderen had men dus vermoedelijk bij het vervolg van de behandeling met minder medicijnen kunnen volstaan, want slechts bij 2% van hen kwam de leukemie terug. Met de PCR kon ook een groep kinderen (15%) worden geidentificeerd bij wie wel herhaaldelijk afwijkende cellen voorkwamen. Bij deze kinderen kwam de kanker in 80% van de gevallen terug. Die hadden dus wellicht baat gehad bij een zwaardere therapie.