PALEOBOTANICI GRAVEN TOT NU TOE OUDSTE ANGIOSPERM OP

Een groep paleobotanici heeft in het noordoosten van China het tot nu toe oudste fossiel van een bedektzadige gevonden (Science, 27 november). De resten stammen volgens de onderzoekers uit het Boven Jura (160-135 miljoen jaar geleden). Tot op heden werd het verschijnen van de bedektzadigen (Angiospermae) op aarde geschat op 130 miljoen jaar geleden. De opgegraven plant is benoemd als Archaefructus liaoningensis.

De bedektzadigen spreken tot de verbeelding vanwege hun enorme evolutionaire succes. Snel na hun verschijnen verspreidden deze planten zich over de aarde en wereldwijd domineren ze de vegetatie inmiddels zo'n negentig miljoen jaar. De plantengroep omvat 150.000 tot 200.000 soorten; loofbomen, kruiden, grassen, cactussen behoren er allemaal toe. Bedektzadigen onderscheiden zich van naaktzadigen (Gymnospermae, een andere groep van zaaddragende planten waartoe onder andere de naaldbomen en de palmvarens behoren) door een gesloten vruchtbeginsel waarin de zaadknoppen zich ontwikkelen, bloemen en de aanwezigheid van vaten in de vaatbundels.

Door de ontwikkeling van deze kenmerken kregen de bedektzadigen een duidelijk evolutionair voordeel op de naaktzadigen. Het stevige omhulsel gaf het zaad een betere bescherming tegen kou en uitdroging, de aanleg van vaten verbeterde het transport van suikers door de plant. Vanwege het doorslaande succes van de bedektzadigen wordt er nogal wat onderzoek gedaan naar het eerste verschijnen van deze plantengroep op aarde.

De vier paleobotanici uit Amerika en China troffen de fossiele resten van A. liaoningensis in de Yixian Formatie in het westen van de provincie Liaoning. Deze formatie bestaat uit een afwisseling van vulkanisch en sedimentair gesteente. De resten van A. liaoningensis werden gevonden tussen resten van tweekleppigen, vissen hagedissen, vogels en zoogdieren. De onderzoekers benoemen de gevonden plantresten als bedektzadig vanwege de dubbelgeslagen vruchtbladen en de volledig ingesloten zaden die daarin werden aangetroffen. Het opgegraven exemplaar van A. liaoningensis is bijna 9 centimeter lang, bezit twee bladeren en zestig vruchtbladeren die als een wenteltrap om de as zijn gerangschikt. Vanwege de typische kenmerken van A. liaoningensis stellen de auteurs voor een aparte subklasse voor deze plant in het leven te roepen, want in de bestaande subklassen valt hij niet in te delen.