PADDEN VALLEN NAAR LINKS UIT, ZIJN EENBENIG EN RECHTSHANDIG

Niet alleen mensen, ook padden zijn overwegend rechtshandig. Padden krijgen al enige jaren veel wetenschappelijke aandacht, omdat zij zo dicht aan de basis van het gewervelde-dierenrijk staan. Nu is ook visuele lateralisatie bij deze amfibieen aangetoond.

Bij mensen is de invloed van de bewegingsrichting van een object een boeiend verschijnsel. In veel culturen heerst bij afbeeldingen een sterke voorkeur 'van links naar rechts', maar die wordt maar zelden onderzocht. Bij padden is men inmiddels verder. Het maakt veel uit of een soortgenoot links of rechts in beeld verschijnt (Animal Behaviour, 56/4).

Zuid-Amerikaanse reuzenpadden (Bufo marinus), graag geziene gasten op suikerrietplantages vanwege hun insectenverdelgende kwaliteiten, willen tijdens het voedselzoeken nogal eens met hun tong slaan naar de kop en de ogen van een soortgenoot. Dat kan zo'n concurrent weerhouden van het pakken van een prooi. Als de concurrent de prooi al te pakken heeft, kan een gerichte tongslag op een gevoelig punt hem ertoe brengen de prooi te laten vallen. Reuzenpadden blijken nu een sterke voorkeur te hebben voor een aanval op een soortgenoot die links in zijn beeld verschijnt. Een van rechts naderende tegenspeler kan veel vaker ongemoeid zijn gang gaan.

Volgens een gevarieerd internationaal gezelschap onderzoekers is dit het eerste bewijs van visueel gelateraliseerd gedrag bij een amfibiesoort. Zij lieten het niet bij die vaststelling, zij keerden ook allerlei padden op hun rug. Deze bleken, net als veel voetballers sterk eenbenig te zijn. De padden gebruikten bij het weer overeind komen op een horizontaal oppervlak vooral de achterpoten, en dan steeds dezelfde achterpoot. Dat geldt bijvoorbeeld voor de reuzenpad, maar ook voor de Europese groene pad (Bufo viridis) en de ons vertrouwde gewone pad (B. bufo).

Het onderzoek geeft steun aan de hypothese dat potigheid ofwel asymmetrisch gebruik van ledematen, en gespecialiseerde hersenhelft-functies bij vogels en zoogdieren zijn voortgekomen uit de eigenaardigheden van een gemeenschappelijke voorouder.

Sinds 1996 leeft de gedachte dat de asymmetrische paddenmaag mogelijk aan de basis stond van de evolutie van de pad. Kikkers en padden raken opgegeten insecten die gifstoffen blijken te bevatten efficient weer kwijt door de complete maag naar buiten te keren. Ze vegen die met een hand schoon en slikken hem weer in. Door zijn asymmetrische vorm komt de maag uit de rechtermondhoek te hangen, en het is dan ook onveranderlijk de rechterhand die de maagreiniging uitvoert.