Onkruit vergaat niet; De wederopstanding van de vredesbeweging

Vijftien jaar geleden demonstreerden meer dan 550.000 mensen in Den Haag tegen de plaatsing van kruisraketten. Nu roert nog slechts een handvol activisten zich. Het zijn nuchtere jongeren die het internationaal recht achter zich weten. De geitenwollensokkencultuur is weg, het idealisme is gebleven.

WAARSCHUWING: VERBODEN GEBIED. Met een knip laat het vlechtwerk los. Het blijft stil. Voorzichtig kruipen de vredesactivisten het hek door het terrein op. Nog steeds gebeurt er niets. Vliegbasis Volkel ligt er verlaten bij.

Diegene die dit terrein zonder toestemming betreedt stelt zich bloot aan aanhouding en nader onderzoek door de koninklijke marechaussee. Het niet opvolgen van instructies kan leiden tot het gebruik van vuurwapens. De vredesactivisten lopen over de basis. Behoedzaam, want ieder moment kan de luchtmachtbewaking het pasgeknipte gat in het hek ontdekken. Maar het risico opgepakt te worden is klein in vergelijking met het belang van de zaak. Want op Volkel liggen kernwapens, zeggen de activisten, al wil de leiding van de basis dat niet toegeven. Ze kijken een paar uur op de basis rond. Dan pas worden ze door de marechaussee opgepakt. Nog dezelfde dag worden ze vrijgelaten, zonder dat hun iets ten laste is gelegd.

“We hebben eindelijk bewijs van wat er zich achter die hekken op Volkel afspeelt. Nu zal het voor iedereen duidelijk worden.' Yvonne, 25, ambtenaar van de gemeente Utrecht en vredesactiviste, laat een aantal foto's zien. Borden met het opschrift MUNSS de naam van de eenheid die binnen het Amerikaanse leger verantwoordelijk is voor de bewaking van kernwapens, zijn voor haar het bewijs dat er op Volkel kernwapens liggen. Van de wapens zelf kunnen ze geen foto's laten zien.

Radicale acties tegen kernwapens steken in Nederland de kop weer op. Vliegbasis Volkel was begin oktober tweemaal het doel. Op de luchtmachtbasis Gilze-Rijen brachten activisten leuzen aan op hangars. Hekken worden stukgeknipt, muren beklad en acties voorbereid.

De druk op de regering moet weer worden opgevoerd, zo vinden de activisten, want eind deze maand moet Nederland opnieuw een kernwapenstandpunt innemen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, nu als lid van de Veiligheidsraad. Ierland heeft een plan ingediend dat landen dwingend verzoekt kernwapens van vreemde bodem te halen.

Maar de huidige generatie vredesactivisten kan niet rekenen op de massale steun die de actievoerders van de jaren tachtig kregen bij hun strijd tegen de plaatsing van kruisraketten. Toen schaarde meer dan de helft van de Nederlandse bevolking zich achter de vredesbeweging. In 1981 gingen 400.000 mensen in Amsterdam de straat op, in 1983 550.000 mensen in Den Haag. Politieke partijen, kerken en vakbonden protesteerden samen met de vredesbeweging tegen de komst van kruisraketten. “Geen bommen maar brood', scandeerde toenmalig FNV-voorzitter Wim Kok.

Sindsdien zit de klad in de vredesbeweging. Radicale groepen als Onkruit, evenals een groot aantal gematigde groepen, hieven zichzelf noodgedwongen op wegens gebrek aan belangstelling. De Beweging Weigering Defensiebelasting heeft bijvoorbeeld nu nog maar tien leden, tegenover ruim duizend in 1985.

Niet alleen het einde van de Koude Oorlog heeft het enthousiasme getemperd, zegt Bart Horeman (38) van de Beweging Weigering Defensiebelasting, de VN-vredesmissies brengen veel activisten in verwarring. “Het Interkerkelijk Vredesberaad nam bijvoorbeeld een gematigd standpunt in toen het om bombardementen op Bosnie ging. Mensen vragen zich af: zijn vredesmissies nu geweldloos of kunnen bombardementen in naam van de vrede opeens wel?'

Oud-Kamerlid van het PSP Hans Wiebenga (81) wijt de vermindering van het aantal vredesactivisten aan 'morele degradatie'.

“Mensen accepteren het nu als Van Mierlo zegt dat kernwapens worden gemaakt om te zorgen dat ze nooit worden gebruikt. Maar daarmee ontkennen we het recht op leven van komende generaties. Ik ben misschien een oude man, maar voor mij is dat onaanvaardbaar.'

Ploegscharen

Het is onduidelijk hoeveel leden de vredesbeweging op dit moment telt. Binnen de beweging wordt het aantal geschat op 'ongeveer honderd actieven'. Ze zijn verdeeld over een aantal vredesorganisaties waaronder de van vroeger bekende Pax Christi, het Interkerkelijk Vredesplatform en Vrouwen voor Vrede. Volgens Karel Koster (47) van het Anti-Militaristies Onderzoeks Kollectief (AMOK), dat informatie over kernwapens verzamelt en nog slechts uit twee medewerkers en een kleine achterban bestaat, maken lobbyisten het grootste deel uit van de hedendaagse vredesbeweging. Er is maar een kleine radicale groep die de confrontatie aangaat.

Koster schrijft het geslonken aantal vredesactivisten toe aan de 'muur van politieke onverschilligheid en onwil' waarop de actievoerders stuiten. “De massale demonstraties in de jaren tachtig hebben politiek weinig geholpen. De enige reden waarom die kruisraketten er toen niet kwamen, was dat Amerika ze niet plaatste. De Nederlandse regering gaf haar goedkeuring ondanks tegenstand van een groot deel van de bevolking. Dat werkt demoraliserend.'

Niet alleen het aantal activisten is afgenomen, er zijn ook minder acties. De Militaire Inlichtingen Dienst (MID) telde vorig jaar tachtig radicale antimilitaristische acties. Aan het begin van de jaren tachtig waren het nog 350.

Toch laait het vredesactivisme weer op. Het aantal activisten mag dan klein zijn, onder de groep radicale actievoerders bevinden zich vooral jongeren.

Ze hebben de jaren tachtig niet bewust meegemaakt en kennen de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki alleen van horen zeggen. Koster: “Ook al weten ze nog weinig, ze zijn zeer gemotiveerd.' De jongeren voeren actie voor een leefbare toekomst, die naast milieu- en diervriendelijk, ook kernwapen- en oorlogvrij moet zijn.

Het was de ontploffing van een kernreactor in Tsjernobyl in 1986 die Krista van Velzen (24) de ogen opende. “Opeens liepen er mensen met stralingsmeters rond. En in de winkel van mijn moeder vroegen mensen naar veilig voedsel. Daar ging ik over nadenken.' Ze is fulltime vredesactiviste voor Trident Ploegscharen 2000, waar actievoeren en het informeren van jongeren hand in hand gaan. “Nu de Koude Oorlog is afgelopen voelen veel mensen zich niet meer bedreigd, maar de dreiging is er nog wel. Kijk naar India en Pakistan. Wat er in Israel gebeurt is ontzettend link. Maar mensen willen het vaak niet weten.'

Geen pacifistisch gezemel, maar nuchtere gedrevenheid is de stijl van de 'koningin van de vredesbeweging', zoals ze door andere activisten wordt genoemd. Trident Ploegscharen 2000 en andere actiegroepen beroepen zich op een uitspraak van het Internationale Gerechtshof uit 1996. Dat stelde dat dreiging met en het gebruik van kernwapens in strijd is met het internationale humanitaire recht. Daarnaast hanteren de vredesactivisten de Neurenberg-principes: “Ieder mens heeft het recht en de plicht om misdaden tegen de mensheid te voorkomen'.

Dat laatste gaf Krista zo vindt ze zelf, het recht om eind augustus in Schotland een atoomonderzeeer kapot te hameren. “Ik had niet de illusie dat ik die duikboot echt zou kunnen ontwapenen. Het was ook meer een schreeuw om aandacht.

Een teken van burgers dat ze het niet eens zijn met het gebruik van kernwapens. Er ligt daar in Schotland een massavernietigingswapen met 48 kernkoppen.' Ze belandde samen met twee Finse collega's, met wie ze onder de vlag van Trident Ploegscharen 2000 actie voert, vijf weken in een Schotse cel. In januari moet ze voor de rechter verschijnen. Dat weerhield haar er niet van de actie vorige week te herhalen.

Stoepkrijt

Actievoerster Yvonne richtte samen met twee andere jonge activisten de nieuwe radicale vredesorganisatie Onkruit Vergaat Niet! op, om acties te coordineren. Ze wil haar achternaam niet geven wegens haar baan als ambtenaar bij de gemeente Utrecht. Ze houdt zich voornamelijk bezig met de vredesbeweging, maar doet ook mee aan acties voor een milieuvriendelijke wereld. Haar kamer is een groot plakboek van acties. Krantenknipsels, vredestekens en -duiven, het Oplandvrouwtje en informatie over Greenpeace, Groen Front en Onkruit Vergaat Niet! “Ik ben me bewust van de juridische aspecten van onze acties', zegt ze, “van het gevaar. Mijn ouders zijn wel bang dat ik radicaliseer, maar opgepakt worden hoort erbij. Voor de rechter staan betekent dat je nogmaals je verhaal kwijt kan.'

Regelmatig wordt Yvonne bij de luchtmachtbasis Soesterberg aangehouden als ze met stoepkrijt leuzen bij de ingang van het terrein kalkt. De rechter sprak haar voor een soortgelijke actie voor het Banen Informatie Centrum van de landmacht vrij - niet omdat hij het eens was met haar beroep op vrijheid van meningsuiting, maar omdat stoepkrijt makkelijk te verwijderen is en ze de openbare orde niet verstoorde.

Verder dan de stoepkrijtacties en het binnendringen van militaire terreinen gaat Yvonne echter niet.

“Ik moet per actie afwegen wat zwaarder weegt: mijn baan of de acties. Voor kernwapens laat ik me gerust insluiten, maar ik zal enorme spijt krijgen als ik mijn baan kwijtraak door een kraakactie ofzo. Je bevindt je meestal op verboden terrein. Daar staat niet een enorme straf op, maar voor hetzelfde geld klaagt de marechaussee je aan voor spionage of belemmering van het vliegverkeer, of nog erger, artikel 140, lidmaatschap van een criminele organisatie. Een F16 met een moker inslaan doe ik dus niet. Ik sta erachter, maar als ambtenaar kan ik me niet veroorloven mee te doen.'

Kantonrechter Dekker wordt langzaam ongeduldig. Voor hem in de rechtbank in Den Bosch zitten vier twintigers met hun raadsman. De vier worden er van verdacht vliegbasis Volkel op te zijn geweest - wat ze ook alle vier bekennen - en daar plattegronden te hebben gemaakt. Een eerder opgelegde boete weigeren ze te betalen nu lopen ze het risico van vijf dagen cel.

De vier staan in hun recht, vindt raadsman E. Hummels, terwijl hij het openbaar ministerie niet ontvankelijk probeert te verklaren. “Mijn clienten hebben zich als burgerinspectieteam opgeworpen om te controleren dat er op Volkel kernwapens worden opgeslagen. Nederland handelt in strijd met het internationaal humanitair recht. We kunnen daar niet stilzwijgend aan meedoen.'

De rechtszaak gaat niet over het internationaal humanitair recht en de Neurenberg-principes, vindt de rechter. “Ik heb begrip voor uw instelling. Maar u bent zonder toestemming de basis op geweest, dat druist in tegen het nationaal belang. Als u een vrijbrief heeft om op kernwapens te controleren, kunt u morgen ook opeens in mijn studeerkamer staan.' Het internationale argument weegt zwaarder dan de nationale veiligheidsbelangen, vindt de raadsman.

Hij wraakt de kantonrechter: de zaak wordt geschorst. Het is afwachten of de zaak al dan niet door een andere rechter wordt voortgezet.

De vier kan de schorsing weinig schelen. Het betekent weer een extra dag om het belang van hun zaak uit te leggen. Dat de rechtbank daar misschien een minder geschikt platform voor is dan bijvoorbeeld de Tweede Kamer, interesseert ze ook niet veel. De jongeren vinden de confrontatie belangrijker dan lobbyen, al hebben ze bewondering voor de lobbyisten van de verschillende vredesorganisaties. Yvonne: “De denkers vullen de doeners aan. Maar doeners houden de druk op de ketel. En gevoelsmatig weet ik dat ik de confrontatie moet aangaan. Als wij er niet zouden zijn, zou de wereld er een stuk slechter uitzien.'