Kwaliteitskaart

Op de Achterpagina van 18 november vroeg Reinildis van Ditzhuyzen zich retorisch af wat zij als ouder met die kwaliteitskaart moet. Natuurlijk zal ik een negatieve persoonlijke inschatting op dit punt niet bestrijden echter wel het belangrijkste argument dat mevrouw Van Ditzhuyzen hanteert: de kwaliteitskaart zou niet objectief zijn. Geen enkel gegeven, kengetal of percentage dat op de kwaliteitskaart voorkomt is 'gecorrigeerd'.

Het zijn gewoon de resultaten van die school in 1997. Iedere lezer kan die gegevens betreffende een bepaalde school vergelijken met dezelfde gegevens van andere scholen en met landelijke gemiddelden. Hoewel zeer objectief, heeft die vergelijking ook iets onbillijks: ze houdt geen rekening met het beginniveau van de leerlingen in de desbetreffende school. Om eenzelfde resultaat te bereiken moet de ene school immers een grotere inspanning leveren dan de andere - afhankelijk van het niveau dat de leerlingen hadden toen ze aan de opleidingen begonnen. In dit verband wordt gesproken over 'de toegevoegde waarde' van de school.

Om die reden hebben we aan die objectieve gegevens nog iets toegevoegd, namelijk een vergelijking met andere scholen waarbij rekening wordt gehouden met het beginniveau van de leerlingen. Op basis van een aantal kenmerken van de leerlingen en de school waarvan we (uit onderzoek) weten dat ze een directe relatie hebben tot het instapniveau, hebben we de te verwachten gemiddelde resultaten berekend.

Duidelijke afwijkingen van die te verwachten resultaten hebben we op grafische wijze toegevoegd aan een aantal kengetallen (de bolletjes). Die toevoegingen uitgebreid toegelicht en wetenschappelijk verantwoord, beschouw ik als een heel behoorlijke poging de toegevoegde waarde van een school te benaderen, een aanpak die ook de internationale toets der kritiek kan doorstaan.