Hoffelijkheid

Ook voor rokers bestaan er ongeschreven wetten, die men met de naam etiquette pleegt aan te duiden. Deze wetten zijn er op gericht anderen schade, ongemak of aanstoot te besparen. Zij bestaan dan ook voor een overgroot deel uit dingen-die-men-niet-doet. Zo begint het lemma 'roken' in Hoe hoort het eigenlijk, het klassieke etiquetteboek van Amy Groskamp-Ten Have. Tot de dingen-die-men-niet-doet rekende Amy: met een sigaret in de hand de ontvangkamer van een gastvrouw binnenkomen, morsen met as, je sigaret uitdrukken op een meubelstuk. Begin deze eeuw, lang voordat roken in openbare ruimtes verboden was, schreef zij al: 'rook nooit in een ziekenkamer, noch in musea, winkels, garage, of kerk, noch voor een loket in een postkantoor, bank e.d.'

Zoals de meeste fatsoensregels liggen de ongeschreven rokerswetten nogal voor de hand. Je moet wel een ontzettende hork zijn om in een ziekenkamer te gaan zitten paffen, een cultuurbarbaar als je in een museum rookt, terwijl alleen een pyromaan een sigaret in een garage opsteekt. Zelfs de lompste stomkop kan begrijpen dat je niet geacht wordt te roken in een ruimte zonder asbakken. Mensen die zo'n signaal negeren zijn onverbeterlijk. Zij zullen zich ook niets aantrekken van de boetes van maximaal 10.000 gulden, die minister Borst wil opleggen aan beheerders van openbare gebouwen waar wordt gerookt terwijl er een rookverbod geldt. Iemand die geen rekening houdt met astmapatienten, zal zich ook niets gelegen laten liggen aan een met boetes bedreigde concierge, bode of suppoost.

Wat een onwerkbaar idee om beheerders van gebouwen verantwoordelijk te maken voor het gedrag van anderen. Wordt binnenkort de bewaker in het warenhuis bestraft als iemand een winkeldiefstal pleegt? Krijgt de plantsoenendienst het op zijn brood als mijn hond poept in het park? Moet parkeerbeheer betalen als u uw auto fout parkeert en gaat de politie op de bon als we de verkeersregels overtreden? Misschien is dit wat we onder 'sociaal-liberaal' moeten verstaan. D66 had zichzelf dit stempel vorig weekeinde nog niet opgedrukt, of minister Borst kwam op de proppen met haar dwangmaatregel.

Ik ken veel verstokte rokers inclusief mezelf, maar daar is niemand bij die in een ziekenkamer of openbare ruimte zijn verslaving botviert. Dat hoeft ook niet, omdat er op de meeste plaatsen waar je langer moet verblijven dan in een postkantoor rekening met ons wordt gehouden. Zelfs in ziekenhuizen zijn plekken voor rokers ingericht en eerlijk gezegd zou ik me geen raad weten als dat niet zo was.

Twee jaar geleden zat ik in een ziekenhuis aan het sterfbed van een dierbaar iemand: een lange, zenuwslopende en emotionele dag. Als we ons na afloop als nabestaanden niet hadden kunnen terugtrekken in een vertrek met asbakken, had ik niet voor mezelf ingestaan. Geen tien beheerders hadden kunnen voorkomen dat ik de wc van de afdeling hart- en vaatziekten als rookhol had ingericht.

Zouden er nog mensen een openbare ruimte willen beheren als ze ineens moeten veranderen in politieagenten die geen boetes uitdelen, maar krijgen? Toevallig sprak ik laatst met een beheerder, een treinconducteur om precies te zijn, die me betrapte op illegaal roken. Het was in de stoptrein van Arnhem naar Doetinchem en ik had een eersteklaskaartje gekocht. Nergens was mij meegedeeld dat die boemel geen eerste klas rookplaatsen heeft, en daar zat ik. Gelukkig was ik de enige passagier in mijn coupe en dus durfde ik, voordat de eerste ontwenningsverschijnselen zich aandienden, vlug een paar trekjes te nemen. De conducteur toonde begrip. Hij verontschuldigde zich zelfs. Een rookverbod in de trein, zei hij, jaagt mensen de auto in. Inmiddels heeft mevrouw Borsts collega Netelenbos aangekondigd stoptreinen te willen opheffen, en dat is natuurlijk een nog adequatere manier om hetzelfde te bereiken. Over het effect van uitlaatgassen op astmapatienten hoor je bovendien niemand klagen.

Behalve dingen-die-men-niet-doet schreef Amy Groskamp ten Have ook voor hoe het onder beschaafde mensen wel hoort, bijvoorbeeld als men gasten ontvangt. Mevrouw Borst, opgelet: 'Na het fruit en de bonbons geeft de gastvrouw het sein tot opstaan. Zij begeeft zich met de vrouwelijke gasten naar de salon voor het gebruiken van de mokka.

Terwijl de gastheer zijn mannelijke gasten naar rookkamer, bibliotheek of herenkamer voert alwaar sigaren en likeur worden gepresenteerd.' Als er geen aparte rookkamer is, schrijft de etiquette voor dat de heren aan de eettafel hun nicotine tot zich nemen. Vrouwelijke rokers mogen meedoen, samen met de heren of apart. In het laatste geval wordt 'in de salon aan de dames een zoete likeur en sigaretten gepresenteerd, terwijl de heren onder het roken van een fijne after-dinnersigaar in de eetkamer een glas cognac of andere likeuren nuttigen.'

Waar kom je nog zoveel beschaving tegen?

Niet zolang geleden was ik aanwezig op paleis Noordeinde, waar koningin Beatrix de Prijs der Nederlandse letteren uitreikte aan Paul de Wispelaere. Niet dat ik een voorstander van de monarchie ben, maar aan het hof weten ze tenminste hoe het hoort. In de zaal waar werd gerecipieerd stonden op alle tafels asbakken. Toen ik een hofdame bedankte voor deze voorkomendheid en haar voorhield dat het paleis een van de weinige plekken in Nederland is waar nog onbekommerd gerookt kan worden, lachte ze besmuikt. Vroeger ging het er pas echt hoffelijk aan toe, vertelde ze. Toen stonden er naast de asbakken zilveren bekers met sigaretten, maar dat vindt de koningin nu te ver gaan. Wat Amy nog niet wist, weet Beatrix namelijk wel: roken is dodelijk. Roken is slecht. Ik weet het ook, maar ben verslaafd. Je moet ergens aan doodgaan.

Wij verslaafden willen heus wel bij een bezoek aan het hof onze eigen rookwaren meebrengen. De 10.000 gulden boete komt gelukkig niet voor onze rekening, die betaalt de beheerder: hare majesteit of haar aardige hofdame.