GEPARFUMEERDE BOTERKOEKJES

Het maken van twee dozijn boterkoekjes is een werkje van niks. 's Morgens wordt desnoods snel het deeg gemaakt — hooguit 10 minuten werk — zodat het 's avonds voldoende heeft gerust. Het uitrollen en uitsteken van het deeg en het bakken van de koekjes is hooguit een halfuur werk bij elkaar. Wie niet van de smaak van kardemom of gemberwortel houdt, die laat deze exotische toevoeging achterwege en houdt het slechts op geraspte citroenschil.

Bereiding: Roer de boter samen met suiker, zout, citroenrasp en de specerij van verkiezing in een kom tot een luchtig mengsel. Roer er dan 3/4 van de eierdooier door; vermeng de rest van het eigeel met 2 theelepels melk of water en bewaar dit eierglazuur, afgedekt met plastic folie, tot nader order. Roer de bloem erdoor en blijf roeren tot het deeg 'schoon' loskomt van de kom.

Wikkel het in plasticfolie en laat het op een koele plaats (niet in de ijskast) 2 uur of langer rusten. Vet een bakplaat dun met boter in en stuif er een waasje bloem over. Bestuif twee grote vellen plastic folie met bloem. Leg het deeg tussen de twee vellen en rol het uit tot een dikte van 3 mm. Steek met een jeneverglaasje rondjes uit het deeg, wip ze op met de botte punt van een botermesje en leg ze op de bakplaat. Voeg de deegresten bijeen, rol het deeg op dezelfde manier weer uit en steek wederom een aantal rondjes uit het deeg. Ga zo door tot al het deeg is verbruikt.

Het laatste deeg wordt met de hand uitgedrukt tot een rondje van gelijk formaat. Bestrijk het deeg met het eierglazuur en bak de koekjes in een voorverwarmde oven (180° C) gedurende 15-17 minuten, of tot ze goudgeel zijn. Neem het bakblik uit de oven, steek de koekjes los met een bakmes en doe ze over op een bord om af te koelen. Bewaar de boterkoekjes — indien ze niet meteen allemaal worden opgegeten — wel in een trommeltje.