Gaten in de zorg

Vorig jaar omstreeks deze tijd kreeg een paar weken oud kleindochtertje van ons levensbedreigende ademhalingsmoeilijkheden. In het streekziekenhuis werd eerste hulp verleend. Verder kon men daar niets doen. Zij moest met spoed naar een in jonge kinderen gespecialiseerde intensive care afdeling en die had men daar niet. Na haastig rondbellen naar andere ziekenhuizen bleek er een plaats te zijn in Rotterdam. Daar werd zij binnen het uur gebracht door een zwaailicht ambulance. We hebben er in die tijd vaak met elkaar en anderen over gesproken dat Nederland toch niet alleen een rijk, maar ook een beschaafd land is. Zelfs voor het kleinste wezentje staat een ambulance klaar met een kinderarts, een ambulance arts en een intensive care verpleegkundige, alledrie gespecialiseerd in jonge kinderen.

In de week dat we dezer dagen de eerste verjaardag vierden van het inmiddels al lang weer gezonde meisje was er op de televisie een uitzending waaruit echter bleek dat in Nederland een structureel tekort van 300 intensive care plaatsen voor jonge kinderen bestaat. En als er wel ergens een plaats beschikbaar is, kan lang niet altijd de hooggespecialiseerde begeleiding in de ambulance mee, zodat een kind onderweg overlijdt. Opeens het ijzige besef dat we een jaar geleden helemaal niet getuige zijn geweest van de standaard gang van zaken, maar geluk hebben gehad. De gezondheidszorg in Nederland is helemaal niet af ondanks het vele geld dat er aan wordt besteed. Theoretisch wisten we dat natuurlijk ook wel, want we lezen in de media geregeld over te lange wachtlijsten en te hoge werkdruk. Maar als je er zelf bijna onder te lijden zou hebben gehad wordt het anders.

En dan doet zich onmiddellijk het bekende verschijnsel voor dat wie zelf iets heeft meegemaakt opeens meer dan voorheen ervaringen hoort van anderen, sommige van vergelijkbaar geluk, andere met een treurige afloop. Waarschijnlijk een kwestie van er via selectieve aandacht meer voor open staan. En dat leidt weer tot overpeinzingen of de gezondheidszorg ooit wel af zal kunnen zijn. De grote medisch-technische vooruitgang heeft de stilzwijgende verwachting doen ontstaan dat de meeste ziekten bestreden zullen kunnen worden. Hetzij met een simpel medicijn, hetzij met een geavanceerde operatie, dan wel met een van alle andere behandelingen en ingrepen daartussenin. Maar dat versluiert het gegeven dat leven nog altijd broos is.

En er is nog een andere beperking van de mogelijkheden van medische techniek en dat is dat zij door mensen moet worden toegepast.

Die rol is voorlopig althans niet weg te denken en het menselijk tekort houdt geen halt bij de medische stand. De gezondheidszorg heeft bovendien de tijdgeest niet mee. Natuurlijk wordt er nog steeds door velen hard en met inzet gewerkt. Maar zij moeten het van hun persoonlijke eigenschappen hebben, niet gesteund door de vanzelfsprekende, heersende mentaliteit dat wie zieken verzorgt dienstbaar is en eigen belang opzij moet kunnen zetten. Wie een niet-egocentrische karakterstructuur heeft kan het zonder zo'n mentaliteit stellen. Maar er zijn in de gezondheidszorg nu eenmaal ook mensen die geneigd zijn vooral voor zichzelf op te komen en die worden niet meer door een beroepsmoraal gecorrigeerd.

Neem nu het beroep van huisarts. Mijn beeld daarvan is volledig bepaald door die uit mijn ouderlijk huis. Zijn zware stap en bulderende stem op de trap maakte je al weer een klein beetje beter. Hij kende de weg in de meeste kamers van het huis en wist bij wijze van spreken de la met lepels te vinden om in mijn keel te kunnen kijken. Ik heb hem op alle uren van de dag en nacht bij ons aan huis gezien. Dit beeld werd en wordt godzijdank in mijn eigen huis in Amsterdam nog steeds bevestigd. Maar van vrienden en bekenden hoor ik zulke andere verhalen. Kan de professie de naam nog wel dragen, want na de bakker en de melkboer heeft inmiddels ook menig jonge arts de clientele laten weten dat hij niet meer aan huis kan komen. Visiterijden raakt uit de tijd.

Huisarts is een beroep met vaste werktijden aan het worden. Om vijf uur gaat het antwoordapparaat aan, verwijzend naar de doktersdienst of waarnemer. En de nieuwste trend is huisarts als deeltijdbaan. Drie dagen werken laat zich combineren met de zorg voor kinderen.

Collega's rouleren daarbij diensten onder elkaar. Net als de opleiding voor de rechterlijke macht is die voor huisarts dan ook aan het vervrouwelijken. Dat dat voor patienten betekent dat zij geen vertrouwde band met een vaste huisarts meer hebben, wordt op de koop toe genomen.

Niet alleen het geldtekort, ook de veranderde instelling ten aanzien van dienstbaarheid maakt dat er gaten vallen in de zorg.