Fado-zangeres kiest voor gezelligheid

Concert: Christina Branco. Gehoord: 23/11 Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam. Verder: 28/11 Concertgebouw, Amsterdam; 29/11 Unicef Gala Almere.

Een ervaren artiest creeert ontspanning door de aard en opbouw van zijn programma, maar een beginnende moet er om vragen. Zo ging het althans gisteren in de Kleine Zaal van het Concertgebouw waar de Portugese zangeres Christina Branco (1972) al na twee liedjes een uitnodiging tot 'less formal' gedrag liet uitgaan met als doel een 'more cosy' atmosfeer.

Er onstond een uitgelaten geroezemoes in de zaal, maar die verstomde onmiddellijk toen Branco vervolgens begon aan Fim met in het programma de volgende uitleg: 'Verdriet om een liefde die zoet moest zijn, maar die gewelddadig is en door zijn buitensporigheid vernietiging inhoudt'. Het enige informele gedrag tijdens dit lied kwam van een jonge dame die met veel gekraak een 'candy-bar' ontmantelde en vermaalde tussen haar kiezen.

De oproep van Branco was niet alleen strijdig met haar repertoire maar ook met de manier waarop ze op het podium stond: in een donkere avondjurk, het haar in een strenge knot en gewapend met een stola die vooral leek te dienen om haar handen iets te doen te geven. Branco had waarschijnlijk last van podiumvrees, in elk geval haalde ze in het eerste deel, even kort als de pauze daarna, niet het niveau van haar onlangs verschenen cd Murmurios (Fluisteringen). Ze leek er vooral op uit alle risico's te mijden en vulde daardoor met haar toch al niet erg grote geluid nauwelijks de Kleine Zaal. Dat haar drie musici, onder leiding van Custodio Castelo op de twaalfsnarige Portugese 'guitarra', zorgden voor een vlekkeloze begeleiding was wel mooi maar niet genoeg.

Na de pauze ging het stukken beter, in de fraaie melodie van As Certezas do meu mais brilhante Amor het treurige Abandano en in Ha Palavras, vrijwel het enige stuk dat het medium-tempo overschrijdt. En halverwege Tudo isto..e fado, beroemd geworden in de versie van de legendarische Amalia Rodrigues, gebeurde er iets waar Branco zelf misschien al niet meer op rekende; het publiek begon zoetjes mee te neurieen, de mannelijke minderheid het meest.

Dat de zangeres als toegift opnieuw koos voor iets wat met Rodrigues wordt geassocieerd - Barco Negro, in '54 gelanceerd in de speelfilm Les Amants du Tage - was dus zowel verstandig als passend.

Door Rodrigues drong de fado destijds in Nederland door een feit waar Branco nu van profiteert, net als bijvoorbeeld Dulce Pontes. Een 'tweede Rodrigues' is Christian Branco echter niet, haar drama heeft (nog) geen Scala-proporties. Zij zingt lieflijk en intiem en past daardoor wel in het Hollandse huis met al zijn spreekwoordelijke 'gezelligheid'.