Extreem-rechts straat op in Chili

SANTIAGO, 28 NOV. Na jaren van onzichtbaarheid is het extreem-rechtse 'Patria & Libertad' opgedoken bij rellen in Chili.

Vanaf de voor Pinochet ongunstige uitspraak van de Britse Law Lords hebben aanhangers van Patria & Libertad (Vaderland & Vrijheid) de residenties van de Brits en Spaanse ambasseur in de avonduren bestookt met molotov-cocktails. De ultra-nationalisten, die begin jaren zeventig berucht werden door sabotages en moordaanslagen tegen het bewind van de socialistische president Allende, hebben aangekondigd dit te zullen blijven doen totdat Pinochet is vrijgelaten. Tientallen politiemannen bewaken permanent de met dranghekken afgezette residenties en houden pantservoertuigen gereed.

Gisteravond laat was dit nog voldoende om het gooien van molotov-cocktails bij de residenties te verhinderen. Iets verderop werd heftig gedemonstreerd door enkele tientallen Pinochet-aanhagers, van wie enkelen de Patria-vlag droegen. Dat is een witte vlag met een zwarte spin, die niet toevallig veel weg heeft van een hakenkruis.

Veel Chilenen hebben slechte herinneringen aan Patria & Libertad, vooral de 50.000 die het land na de coup van Pinochet in 1973 ontvluchtten. “Ik was diep geschokt toen ik woensdagavond op de televisie jongeren zag lopen met de Patria-vlag', zegt Cecilia Medina, hoogleraar internationale mensenrechten aan de universiteit van Chili. Medina leefde 17 jaar in ballingschap: “Na mijn vlucht en terugkeer in 1990 heb ik Patria & Libertad nooit meer gezien.'

Om hoeveel mensen het gaat is volstrek onduidelijk. De politie heeft wel vastgesteld dat de molotov-cocktails niet zijn gemaakt door amateurs en leidt daaruit af dat er ex-militairen zijn betrokken bij de groep. “Ik weet dat er in het land rechtse extremisten zijn met wapens en dat is zorgwekkend', zegt Medina, die ook vice-voorzitter is van het mensenrechtencomite van de Verenigde Naties.

Patria & Libertad werd begin jaren zeventig opgericht door de advocaat Pablo Rodriguez Grez met als doel de regering van Allende te ondermijnen. Onder Allende en in het eerste jaar na de coup van Pinochet maakte de groep zich op grote schaal schuldig aan moorden, terreuracties en andere schendingen van mensenrechten. Opperbevelhebber Rene Schneider die weigerde te muiten werd in 1972 vermoord door de groep.

Zijn opvolger Prats, die een couppoging door Patria op 29 juni 1973 in de kiem smoorde, werd in 1975 vermoord door vermoedelijk de geheime dienst van Chili waarin veel Patria-aanhangers actief waren. De terrorist Micheal Vernon Townley, verdacht van de moord op Allendes oud-minister Letelier, was ook afkomstig van Patria.

Na de jaren zeventig werd het rustig rond de groep. Bij de verkiezingen in 1989 dook Patria weer even op, als een van de extreem-rechtse groepen die politieke tegenstanders van Pinochet intimideerden. Daarna verdween de organisatie uit beeld, tot deze week.