Een eiland 'overgoten' met drugs; KONINKRIJKSRELATIES

WILLEMSTAD, 28 NOV. Dit is het vierde deel van een serie over Koninkrijkszaken. De voorgaande afleveringen verschenen op 17, 19 en 25 november.

Curacao ligt midden in een transatlantische smokkelroute van cocaine. De 'bolletjes' maken de oversteek, de 'base' blijft op het eiland, en dat leidt tot veel problemen: “Dit is zo groot, wij kunnen het niet aan.'

Je begint met een tros flinke druiven, had Gendrik (16) in gevangenis Koraal Specht uitgelegd. Oefen tot je ze zonder kauwen kunt doorslikken. Dan ben je klaar voor de bolita's.

Dit jaar werden op het Curacaose vliegveld Hato al 52 personen aangehouden met een maag vol cocainebolletjes. Je knipt de vingers van wat rubber handschoenen, zei Gendrik, je stopt de coke erin. Je legt een knoop, pakt een glas cola slikken en klaar. Gendrik slikte er 64. Ruim anderhalf pond cocaine die hij in Nederland zou afleveren. Hem was 3.500 gulden beloofd. Een ticket moest hij zelf betalen.

Als een bolletje knapt ga je dood, dat wel. Op Hato pikte de douane hem er zo uit: wie zenuwachtig over zijn buik wrijft of in paniek raakt bij vertraging, mag linea recta naar het ziekenhuis voor een rontgenfoto. Gendrik kreeg achttien maanden cel. Wijkagent Norwin Conquet in de achterstandsbuurt Seru Fortuna noemt bolita's “een laatste kans'. Het laatste halfjaar kwamen tien bolita-arrestanten uit zijn wijk.

“Wat wil je ook op een eiland met talloze baaien en inhammen', zegt rechter Frank Stuger in het Hof van Justitie te Willemstad. Afgelopen dinsdag vonniste hij in de grootste cocainezaak die Bonaire tot nu toe kende. Een familie verkocht daar te opvallend drugs. Ze zijn gevolgd, er zijn gesprekken afgeluisterd camera's geplaatst. Stuger: “De handel bleek al jaren van drie grote dealers op Curacao te komen. Zij waren inmiddels naar Rotterdam uitgeweken. Ze zijn daar aangehouden en naar Curacao overgebracht.'

Tachtig procent van de criminaliteit op Curacao heeft te maken met verdovende middelen. Leslie Roosberg, op het eiland directeur van de overkoepelende stichting voor verslavingszorg FMA, maakt een eenvoudig rekensommetje: “Een jaar geleden kon je hier voor maar vijf gulden een portie base kopen.' Base, in Nederland bekend als crack, is ongekookte cocaine om te roken.

“Nu kost een portie dat nog steeds. Maar je krijgt twee keer zoveel.' Wat volgens Roosberg aantoont “dat Curacao overgoten raakt met drugs'.

De Verenigde Staten begonnen vijf jaar geleden Zuid-Amerikaanse drugskartels de pas af te snijden met opsporingsacties bij de zuidgrens met Mexico. Meer nog dan voorheen verplaatste het transport zich toen naar de zuidelijker routes door het Caraibisch gebied. Nederland investeerde toen zeventig miljoen gulden in een kustwacht. “Maar Curacao is zo klein en het gaat om tonnen', zegt Roosberg. “Zelfs als slechts een restje drugs door de kustwacht komt kun je ons ermee bedelven.' Nog afgezien van de depots op het eiland, zegt hij. De FMA heeft informanten onder kleinere dealers. “Volgens hen zijn ze er ontegenzeggelijk. En dan heb ik het nog niet over jullie smokkelende mariniers.' Volgens Roosberg maakt Nederland een denkfout. “Wij houden de kustwateren schoon, dus de situatie op het eiland is jullie zorg, is de redenering. Maar dit is zo groot, wij kunnen dat niet aan.'

Van de ongeveer 150.000 inwoners van Curacao zijn volgens de FMA naar schatting zevenduizend personen verslaafd aan drugs. Roosberg voegt daaraan toe dat de nieuwe Antilliaanse regering dat aantal ontkent. “Die vermijdt hoe dan ook ieder beleid tot ook de eilandsverkiezingen in april zijn gewonnen.' In het bestuur van Curacao zetelt nu de oppositie.

Onderscheid tussen marihuana en harddrugs wordt op de Antillen niet gemaakt. Volgens de FMA telt het eiland 1.500 chollers, de Caraibische variant op een junkie. Overal zie je ze lopen, ze ogen net zo. Maar ook wie junkies gewend is, wordt alert in de buurt van een choller. Dat ligt aan de base. Terwijl de heroine junkies in de regel uren passief maakt heeft base een tegengesteld effect.

Base maakt agressief.

Een informante van Roosberg wil onder voorwaarden over haar base-handel vertellen. Zonder haar naam erbij of haar aantal kinderen. Het zijn er veel. Ze is 33 jaar, heeft roodgeverfde lippen, gouden tanden en een pantertruitje.

Je koopt vijf gram voor 55 gulden, zegt ze. Gewoon in je eigen buurt. Je knipt limonaderietjes in drieen en daar stop je het in. Je verkoopt het met 35 gulden winst. Ook in je eigen buurt. Haar dealers zeggen dat hun bazen Antillianen en Colombianen zijn. “De wijk weet dat ik in drugs handel', zegt ze. “Ze vinden het gewoon.' Zes jaar doet ze het, vroeger gebruikten de chollers waar haar kinderen bij waren. “Zij zeiden: 'Ma, stop'. Nu doe ik het stiekem. Want ik verdien er zeshonderd gulden per week mee. En ik moet mijn kinderen en drie familieleden onderhouden.'

Goede voorlichting, zegt rechter Stuger hij is er zelf voor langs scholen gegaan. “Ik wil geloven dat het zo nog te bestrijden is.' Wat 'Eddy' (15) van de LTS Pablo Duarte in de wijk Buena Vista betreft, klopt dat. Een week heeft hij in zijn buurt base gedeald, vertelt hij in de kamer van de schooldirecteur. Toen hij thuis geen eten kreeg, omdat hij “onbeschoft' was. “Maar op de lagere school kreeg ik les over drugs. En nu dacht ik: dit moet ik niet volhouden.'

Ook op scholen worden drugs verkocht, volgens Yadira Bakhuis secretaris van de 'Taskforce Antilliaanse Jongeren' in Willemstad. “Hard- en softdrugs. Het type verschilt per school. Cocaine of marihuana waar ze het kunnen betalen, anders base.'

Sinds 1991 krijgt de FMA twee miljoen gulden per jaar van het eilandsbestuur. Na aftrek van de kosten voor onder meer voorlichting en een inloopcentrum voor chollers is er geld voor honderd bedden in drie rehabilitatiecentra.

De centrale overheid betaalt daarnaast 63 gedwongen-afkickplaatsen en de psychiatrische kliniek heeft nog twintig bedden voor gestoorde verslaafden. En met die 183 plaatsen houdt de opvang op.

De Taskforce werd begin jaren negentig met Nederlandse subsidie ingesteld. Aanleiding waren harde uitspraken van Eric Nordholt, de toenmalige korpschef in Amsterdam, over “criminele Antillianse jongeren' die naar Nederland zouden komen. Nog steeds heeft de Taskforce geen budget voor drugsopvang gevonden. “Er is op dit eiland geen enkele voorziening voor een kind dat af moet kicken.' Voor ouders zegt Bakhuis, blijft daardoor weinig anders over dan hulp in Nederland te zoeken. Roosberg: “Jullie behoren tot de landen met de beste drugszorg ter wereld. En wij maken deel uit van het koninkrijk. Ik vind dat beschamend.'