Dansende tonnen

Het belastbare inkomen van een lezer uit Heinkenszand (75 jaar) bedraagt 50 duizend gulden per jaar. Een deel van de inkomsten komt uit 9 en 9 ¼ procent staatsleningen die in het jaar 2000 aflopen. Wat jammer is, want tegen zo'n hoge rente kan je je geld niet meer in obligaties kwijt. Hooguit 4 ½ procent. Wat de rente in 2000 doet, weet nog niemand.

Zijn vermogen zit in een eigen huis, obligaties, bankaandelen en spaargeld. Bij elkaar tegen de 400 duizend gulden, en er zit nog een erfenis van 30 duizend gulden in het vat. Geen reden dus om de vlag halfstok te hangen.

Desondanks hangen er donkere wolken boven Zand volgens de briefschrijver. Meneer teert in op zijn vermogen, en vanaf 2000 gaat dat sneller door de aflossing van de obligaties. Wat kan hij hieraan doen? Hoeveel dient hij te reserveren voor de jaren dat hij niet meer alleen kan wonen. Verder wil hij wat nalaten voor de kinderen, want die kunnen het geld goed gebruiken.

Drie doelen dus, maar helaas in de trant van 'hoelang is een Chinees'. Dat biedt weinig houvast. Iemand die raad vraagt moet eerst zijn wensen in geld uitdrukken en daarna de haalbaarheid laten bekijken. Anders kom je niet verder dan redeneren en rekenen vanuit het beschikbare vermogen, wat weleens redelijke schattingen uitkomen.

De kinderen komen er bekaaid af. Als meneer de 90 jaar haalt, moeten ze nog vijftien jaar wachten op pa's zilvervloot. Dan komt er in ieder geval beschikbaar vaders huis van bijna 200 duizend gulden zonder hypotheek. Terwijl hij ze eigenlijk nu wil helpen. Vandaar de suggestie die erfenis van 30 duizend gulden in 't voren belastingvrij aan de kinderen te schenken.

Zonder het huis blijft er een liquide vermogen van circa 200 duizend gulden over. Of juister: 170 duizend gulden; 200.000 minus 30.000 schenking. Wat kan je daarmee doen? Bijvoorbeeld vijftien jaar lang op interen tot er niets meer over is. Tegen een geschatte opbrengst (dividend en rente) van 5 procent gemiddeld per jaar levert dat vanaf nu circa 16 duizend gulden per jaar op. Meneer verkoopt ieder jaar een deel van zijn bezit gelijk aan 16 duizend gulden min de som van de ontvangen rente en dividenden.

Zo vang je straks de daling van het inkomen op. Het eigen huis is min of meer de reserve voor noodgevallen, net als de erfenis.

Een alleenstaande lezeres (40 jaar) uit Middelburg schrijft. 'Het valt mij op dat u vaak adviezen geeft aan lezers in goede doen. Dan dansen de tonnen me voor de ogen. Adviseert u ook mensen die er minder gunstig voorstaan?'

Deze rubriek kent geen financiele drempels en geeft geen advies. Adviseren is voorbehouden aan professionele adviseurs bemiddelaren, tussenpersonen, deskundigen en makelaars die daar van leven.

Deze columnist oordeelt soms op verzoek en vaak ongevraagd over geldzaken, geeft suggesties, plaatst kanttekeningen, wijst op alternatieven en lucht zijn hart. Daarbij staat voorop dat lezers hun geldzaken moeten willen begrijpen en weten wat ze willen. Wie daar niets voor voelt, even goeie vrienden, is een potentieel slachtoffer van gehaaide verkopers: 'Vertienvoudig uw geld nog even voor de kerst.' Of: 'Zelf kiezen hoeveel koerswinst u kunt maken.' En: 'Hoe u uw geld in 3 jaar kunt vervijfvoudigen.'

Zijn de aangeprezen producten iets voor de Middelburgse? Nee, ze verdient te weinig om een flink belastingvoordeel (50 of 60 procent) te behalen. Bovendien beleggen die plannen in aandelen. Daar is niets op tegen, maar mevrouw heeft al een beleggingsverzekering die over acht jaar 22 duizend gulden uitkeert.

Vanaf 1 januari wil ze maximaal deelnemen in de spaarloonregeling van haar baas. Altijd goed. Maar iedereen trekt aan haar om die maandelijkse inleg, en in 2007 die 22 duizend gulden, om te zetten in een lijfrenteverzekering, of in een andere beleggingsverzekering. Niet goed.

Wat wil mevrouw zelf? Een aanvullend pensioen vanaf 60 jaar of 65 jaar.

Ze wil het dan gespaarde bedrag omzetten in een lijfrenteverzekering. Zonde van het geld. Ze krijgt al AOW en pensioen, twee levenslange, waardevaste uitkeringen. Waarom de rest van je geld inleveren bij een verzekeraar, als je het zelf kan beheren en opmaken, zonder fiscale beperkingen?

Wat is de conclusie? Doe mee in de spaarregeling en laat de maandinleg daar gewoon vier jaar in staan. Pas over 48 maanden komt de eerste inleg vrij en pas dan hoef je te beslissen over een nieuwe bestemming. Hetzelfde geldt voor die 22 duizend gulden: beslis over acht jaar.

Over hoeveel beschikt mevrouw over 20 jaar (op 60 jaar), om een ruwe indruk te geven, als we uitgaan van 2.500 gulden besparing per jaar en gemiddeld 6 procent per jaar? Bijna 100 duizend gulden. Doorsparen tot 65 jaar levert 150 duizend gulden op. En 7 procent rendement respectievelijk: 110 duizend en 170 duizend gulden. Daar mag je het glas op heffen.