Charitas en eigenbelang

MINISTER APOTHEKER en zijn veertien Europese collega's van Landbouw willen Rusland en zichzelf helpen. Afgelopen dinsdag hebben ze 900 miljoen gulden gereserveerd voor voedselhulp aan Rusland. Het lijkt, in het jargon, een echte 'win-win-situatie'. De Europese Unie (EU) kan haar overtollige varkens en kippen op een relatief goedkope wijze lozen.

Omdat de Amerikanen nagenoeg hetzelfde doen, heeft Brussel ook van die kant niet te vrezen voor klachten over concurrentievervalsing. De arme Russen, die een onzekere kerst tegemoet gaan, kunnen ze op hun beurt eten en daarbij mijmeren over het verschil in zorgzaamheid tussen hun eigen en de Westerse politici. Iedereen kan aldus met een gerust hart het nieuwe jaar 1999 in. Maar nog dezelfde dag verstoorde staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) dit gevoel van charitatief eigenbelang. Volgens de PvdA-bewindsman loopt Apotheker te hard. Voedselhulp staat op de agenda van de vergadering der bewindslieden van Buitenlandse Zaken in december. En of ze daar met zogeheten 'super exportrestituties' zullen instemmen is maar de vraag. In de ogen van minister Van Aartsen van Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld wordt het voedselprobleem in Rusland niet veroorzaakt door productietekorten, maar door gebreken en corruptie in de distributieketens. Wellicht dat deze twee monden waarmee de regering heeft gesproken het zoveelste bewijs zijn voor het gebrek aan cohesie in het tweede kabinet-Kok. Misschien gaat er een partijpolitiek motiefje achter interventie van de PvdA'er Benschop schuil. Minister Apotheker (D66), die deze maand nog zo onhandig in bescherming moest worden genomen door zijn partijleider De Graaf, is immers een relatief makkelijke prooi.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Van Aartsen en Benschop meer inzicht hebben in de Russische verhoudingen dan Apotheker. Het optimistische idee dat Rusland geen voedselgebrek kent, is niet vol te houden. Eigenlijk heeft het land al sinds de collectivisatie begin jaren dertig last van een chronisch tekort, schaarste die zich sinds de ontmanteling van de Sovjet-Unie op dramatische wijze heeft uitgebreid tot nagenoeg alle consumptiegoederen van eigen bodem.

Tot de financiele krach van 17 augustus betrok de nieuwe 'middenklasse' haar spullen niet voor niets uit het buitenland. Maar de meerderheid, die niet over veel dollars beschikt wist er tot nu toe altijd wel een mouw aan te passen. Met name op de volkstuintjes wordt 's zomers keihard gewerkt voor de eigen wintervoorraad.

ALS DE EU dan toch per se goed wil doen, zijn er wel betere ideeen. Wat te denken van de levering van medicijnen? Daaraan dreigt nu werkelijk een schrijnend gebrek. Zelfs diabetici moeten voor de winter vrezen, nu de insuline opraakt. Tot de val van de Muur kwamen de meeste farmaceutische producten uit de 'socialistische' broederlanden Polen, Hongarije en Joegoslavie. Die moeten nu echter ook worden afgerekend in dollars die er amper meer zijn. Zowel de producenten in Oost-Europa als de artsen en patienten in Rusland hebben bij uitstek last van de crisis.

Simpel is zo'n hulpprogramma overigens niet uit te voeren. Want als de corruptie ergens welig tiert in Rusland dan is het wel rond de invoer van medicijnen, zelfs tot in de hoogste regionen van de betrokken ministeries.