Bij overlevering

Wat kun je in deze tijd nog met drie kwartjes doen? Bijvoorbeeld een minuut bellen met 0-900-9292, het nummer van Openbaar Vervoer Reisinformatie Nederland. Er komt dan een koele damesstem aan de lijn die je uitnodigt te kiezen uit een reeks mogelijkheden. Als u advies wilt hebben van onze sprekende computer, kies dan 1.

Toevallig moest ik die dag naar Schokland. Ik koos 1, en sprak duidelijk in: IK WIL VAN AM-STER-DAM CEE-ES NAAR SCHOK-LAND! en noemde het door mij gewenste tijdstip van vertrek. De computer zei: DE TREIN VERTREKT VAN UTRECHT CENTRAAL STATION OM TIEN UUR DRIE EN KOMT AAN TE SCHIN OP GEUL OM weet ik niet meer. In de feilloosheid van de computer gelovend, beschouwde ik dit als het goede advies op de verkeerd gestelde vraag, wendde me tot menselijk oor & stem en trof een heer die nog nooit van Schokland had gehoord. Hij raadpleegde zijn eigen computer. Die wist het ook niet. Goede raad werd steeds duurder; ik schatte het al op f3,75.

Waar ligt Schokland in de buurt? vroeg de adviseur. Tja! Ergens bij Kampen, niet zo ver van Urk, zei ik. De dominee van Urk, die zou op Schokland preken, door 't ruisen van de zee, was hij zijn preek vergeten. Wat zegt u? Ik herhaalde het rijmpje en zei dat ik dat nog van mijn moeder had geleerd. Zijn moeder had hem alleen over Bomm'n Ber'nd verteld. Het werd een aardig gesprek maar met de info schoot het niet op. Hij zou eens op de kaart kijken. Die hing in een ander lokaal. Onderweg deed hij nog even de koffie-automaat aan zodat we op ons gemak verder konden praten. Na verloop van nog eens f3,75 had hij de coordinaten vastgesteld. Met de trein naar Zwolle, overstappen, trein naar Kampen, bus naar Ens, en als ik dan liep met een snelheid van drieeneenhalve kilometer per uur was ik na ongeveer een half uur op Schokland. Wat me daar is overkomen vertel ik later nog weleens. Het gaat me nu om dat deel van de vaderlandse geschiedenis dat door overlevering bewaard blijft. Wij hebben het van onze ouders gehoord, vertellen het aan onze kinderen en hopen dat onze kinds kinderen nog even zorgvuldig zullen zijn.

Een paar weken geleden heb ik een stukje geschreven over de Dam en hoe het Amsterdamse stadsbestuur het nationale plein twee- of driemaal per jaar door de pretindustrie van de zogenaamde kermis laat mishandelen. Door het gewicht van de zware vermaaksmachines worden de verzakkingen bij ieder seizoen dieper. Amsterdam die grote stad die is gebouwd op palen. Als er een van omme valt, wie zal dat dan betalen!

Onder het plein is niet geheid. Onder het Paleis wel. Daar staat een x aantal palen in de grond. Ik schreef uit mijn hoofd een getal op, veronderstellend dat ik het bij het rechte eind had. Maar ik had me vergist, of mijn geheugen overschat. Ik kreeg 21 brieven. Allen die de moeite hebben genomen, mij te schrijven: dank! Bij wijze van finale correctie schrijf ik hierna de brief van een hunner over:

'Onder het Paleis zaten 13.659 palen. Een jaar of dertig geleden is er een getrokken, ter controle en ter bevrediging van de nieuwsgierigheid. Het zijn er dus nu 13.658.' Prof.ir.H.P.van Heel Veere.

Dit is informatie van een andere orde dan die je door 9292 wordt verstrekt. Dat je hoort hoe laat je trein vertrekt is nuttig; dat je nu voorgoed precies weet hoeveel palen er onder het Paleis staan is een opluchting, of meer dan dat. Het geeft je een gevoel dat in ieder geval op dit gebied niemand je meer iets kan maken. En daaruit blijkt dan weer hoe belangrijk de geschiedenis is die je door overlevering leert.

Soms kom je in je geheugen een stukje overlevering tegen waarvan je de herkomst niet meer kunt vaststellen. Voor het volgende roep ik de hulp van de lezers in. En Japie z'n vrouw die had geen neus, maar wel twee grote gaten. Voor 'n kenner was 't de moeite waard, het mens te horen praten.

Geen idee waar en van wie ik dat een jaar of zestig geleden heb gehoord maar het is blijven hangen, en geen wonder want het zijn regels met een grote zeggingskracht; evocatief. Een cabarettekst? Volksliedje? Ik weet het niet.

Ten slotte de invloed van Saddam Hussein op de Nederlandse beeldspraak. Toen de Golfoorlog dreigde, stelde hij de Amerikanen 'de moeder aller veldslagen' in het vooruitzicht. Ik heb er Duizend-en-een-nacht op nagezocht; nergens gevonden. Misschien is het een vondst van de dictator zelf; in ieder geval zeer aan Nederlandse journalisten besteed. Deze week heb ik weer twee moeders aangetroffen: De moeder van alle festivals (Het Parool, 26 nov.) en de Moeder aller woordenboeken (Mare, Leids Universitair Weekblad, 26 nov.).