Arme Van der Lubbe blijft onbegrepen; Warrige film van Seelen

'Water en vuur, de roerige geschiedenis rond Marinus van der Lubbe 1909-1934': ma 30, 18.00 City 7; wo 2, 20.30 City 2; za 5 en zo 6 Cinemarienburg Nijmegen.

Marinus van der Lubbe (1909-1934) is de Leidse jongen die in 1933 bekende de brand in de Rijksdag in Berlijn te hebben gesticht - het excuus voor de machtsgreep van de Nazi's. Hij stond in Leipzig terecht en werd onthoofd, maar rond de Rijksdagbrand wemelt het van de controversen: Van der Lubbe zou tot zijn daad zijn gekomen onder invloed, of met hulp van de Nazi's; hij zou een homoseksueel met slechte vrienden zijn geweest; of een gewoon een gek. Oudere Nederlanders die Van der Lubbe, een selfstyled revolutionair van vrij-socialistische snit, gekend hebben denken veelal dat hij te goeder trouw gedacht heeft met zijn daad de Duitse arbeidersklasse wakker te schudden.

Al was het maar omdat Van der Lubbe's tijdgenoten niet al te lang meer onder ons zullen zijn, was het een uitstekend idee om eens een serieuze documentaire aan Van der Lubbe te wijden. Die documentaire is Water en vuur van Joost Seelen helaas niet geworden: het is een buitengewoon warrige film, waarin elke historische reconstructie is opgeofferd aan een onduidelijk plaatjesboek. Het begint er al mee, dat Seelen verzuimt aan te geven wie hij over Van der Lubbe interviewt. Hun namen schuiven slechts in kleine lettertjes bij de eindcredits voorbij te vlug om te lezen. De identiteit van twee geInterviewden laat zich uit de context afleiden: een (half-)zuster van Van der Lubbe, en zijn vriend Piet van Albada. Van talloze anderen is duister in welke betrekking zij tot het onderwerp staan.

Seelen doet geen enkele moeite doet om te kiezen tussen de conflicterende lezingen van de Rijksdagbrand. In plaats daarvan overstelpt hij de kijker met speelfilmfragmenten over Van der Lubbe, zonder enige bronvermelding. Met name in de Oost-Europese communistische films komt Van der Lubbe er meestal vanaf als een idioot maar de kijker wordt in het ongewisse gelaten over de reden: om het heldendom van de Bulgaarse communist Georgi Dimitrov, die tegelijkertijd terechtstond en werd vrijgesproken, beter te doen uitkomen. Dimitrovs naam komt in de hele film niet voor.

Stond de maker van Water en vuur die gisteren op het IDFA in premiere ging, misschien een proeve van postmoderne deconstructie voor ogen? Een geschiedenis die van zichzelf al met zoveel ongerijmdheden is omgeven, lijkt daarvoor minder geschikt. En het is ook geen excuus voor onsmakelijk effectbejag, zoals de passage waarin iemand (wie, waar?) de werking van een guillotine uitlegt.

Of om, als het woord 'trein' valt, enkele seconden een willekeurige trein te laten zien.

Het is duidelijk dat aan de film veel werk is besteed: interessante tijdgenoten, uitgebreide research in beeldarchieven opnamen van plaatsen waar Van der Lubbe ooit is geweest. Wat jammer dat dit alles niet tot iets beters heeft geleid. Arme Rinus - al meer dan zestig jaar dood en nog steeds gehoond, onbegrepen en veronachtzaamd.