Ach meneer Rijpstra

Heel goed: de Spelen van 2012 kunnen we vergeten. Saar Boerlage mag haar vergeelde pamfletten in de kast laten. Met dank aan Jan Rijpstra. Op het moment dat een politiek onbenul zich op de hoogte van internationale sportpausen tilt, is het over en uit met de droom. De Lords van de sport dulden geen oekazes, geen publiek gemekker, geen arrogantie die groter is dan hun eigenwaan. Zij beheersen het manna, en waar gestrooid wordt moet eerst een bedding van dankbaarheid door het landschap worden getrokken. Tien jaar deemoedig graven in stilte, niet bluffen.

Zelden heeft Amsterdam zich zo belachelijk gemaakt als medio jaren tachtig toen burgemeester Ed van Thijn de olympische vlag meende te kunnen planten op de ruines van zijn beleid. De vanzelfsprekendheid waarmee Van Thijn Amsterdam kandideerde voor de Spelen van 1992 joeg de hik door de salons van het IOC. Amsterdam? Groter kon een scheldwoord niet zijn in die jaren. Samaranch hoefde nog geen kwartier over het Spui te lopen om te weten dat er weinig trottoirs in de wereld zijn waar de armlastigheid zo demonstratief aanwezig is. Mannen in lakschoenen struikelen niet graag over hondenpoep, worst met curry, mayonaiseflacons en losliggende injectienaalden. Wat al helemaal niet kan: hun medemens tegen een gerestaureerde gevel zien zeiken.

Van Thijn, die nog megalomaner in zijn vriendschappen dan in zijn beleid was, dacht dat hij als lid van de Socialistische Internationale, waar hij Kreisky, Peres, Gonzalez en Craxi bij de voornaam mocht noemen, de statuur van wereldleider had verworven. Zo praatte en blufte hij ook. Toen reeds met dat nare ondertoontje van de gewetenspoliticus: schop Olympia een geweten. Zelden is een burgemeester van Amsterdam zo uitgelachen.

Als Rijpstra zijn zin krijgt gebeurt hetzelfde met de opvolger van Patijn. Met als bezwarende omstandigheid dat een stad die geen geld en eer heeft om CNN op de kabel te laten zich bezwaarlijk kan presenteren als navel van de wereld. Ook al is de ambitie begrensd in de tijd en gaat het maar over sport. De meest recente referenties liegen er ook niet om: de Gay Games ademden wanbeheer, corruptie en organisatorisch onvermogen, en rond de finale van de Champions League ontstond zoveel infrastructureel gekrakeel dat de UEFA met jaloezie terugdacht aan de Africa Cup.

Amsterdam is nog steeds een wereldstad, maar alleen in de toeristische folders. Als Almere en Haarlem uitlopen draait de draagkracht dol.

Je moet wel heel veel mest in de ogen hebben om niet te zien dat de olympische bovenwereld staat te rillen als de naam Amsterdam valt. De Kroonraad van Olympia zal de eerstkomende eeuw niet vergeten zijn dat er ooit een Nederlander was, genaamd Huibregtsen, die meende het hele IOC in een bijbelse woede te mogen schofferen en, erger, Juan Antonio Samaranch te ontmaskeren als judas van de eeuw. Majesteitsschennis wordt in die kringen niet vergeten en vergeven. Daar staat honderd jaar lobbyen tegenover, van knieval naar knieval.

De oproep van Rijpstra is de kroniek van een aangekondigde ellende. Nederland, en zeker Amsterdam, heeft niet de maat voor de moeder aller evenementen. Een Touretappe van Den Haag naar Den Bosch kan net. Het WK-schaatsen, alla, omdat Thialf in Friesland ligt. Een internationaal dartstoernooi op de boulevard van Scheveningen kan ook nog: daar zie je dag in dag uit honderd jaar gevang voorbijkomen. Euro 2000 is al te groot voor het tochtige gat aan de Noordzee. Bram Peper durft het nog niet met zoveel woorden te zeggen, maar bij te veel zon en te veel drank gooit hij in 2000 ogenblikkelijk de grenzen dicht.

God moge verhoeden dat Willem-Alexander en Anton Geesink zich voor de kar van een backbencher laten spannen. Zo'n Rijpstra is het trouwens niet te doen om de sport, hij zoekt de volksgunst. De neo-demagoog is het daarbij ontgaan dat Ellen van Langen allang heeft afgehaakt, dat de volleybalploeg doodziek is, dat Jacco Eltingh met de vut is, dat op wat cafesporten na Nederland een derderangs sportnatie is geworden.

Zelfs Ajax kan niet meer winnen van elf veredelde houthakkers uit Kroatie.

Meneer Rijpstra is zo fijngevoelig als een cirkelzaag. Hij heeft niet eens consideratie voor zijn collega's die echt om sport geven. Waar zit Erica Terpstra in het jaar 2012? Te vrezen valt in het bejaardenhuis. Spelen zonder Erica kunnen in alle uithoeken van de wereld, maar niet in Amsterdam.