Weg met de tragische vlecht

Rotraut Susanne Berner: Sprookjestijd. Vertaald uit het Duits door Anita Pisters. Vanaf 6 jaar. Querido. f27,50

Een oma met een kanten mutsje zit in een dikke groene fauteuil en leest voor. We zien haar op de rug. Van links en rechts naderen toehoorders een kikker in een rood broekje, een kip. Tussen de sprookjes in het boek Sprookjestijd van de Duitse illustratrice en schrijfster Rotraut Susanne Berner door, staat steeds het plaatje van de oma. Ze leest voor uit het boek waar ze zelf in voorkomt.

Rotraut Susanne Berner `verstripte' bekende sprookjes tot een prentenboek. Er is heel veel te zien op de plaatjes. Berners kleurgebruik is uitbundig, de vormgeving soms rommelig. Het formaat van de plaatjes wisselt steeds. Niet meteen duidelijk is waar je dan moet beginnen met lezen. Geestig zijn de details: de slechte dochter in `Vrouw Holle' zit behaagziek te roken, terwijl de goede dochter op haar knieen de vloer schrobt.

Aan de tekst van de sprookjes heeft Berner ondanks de nieuwe vorm weinig toegevoegd. De jolige stripfiguurtjes vertellen gewoon het verhaal, met vrij saaie uitspraken. Zo zeggen de twee boeven in `Duimpje Dik' dingen tegen elkaar als: `Wat is dat?? Ik zie niemand die het paard ment.' `Daar is duidelijk iets vreemds aan de hand. Kom we gaan erachteraan.'

Niet alle sprookjes lenen zich even goed voor Berners vrolijke tekenstijl. Het kluchtige `Gelukkige Hans', over de blije jongen die zonder scrupules zijn klomp goud omruilt voor een paard, het paard voor een koe, etcetera, tot hij met lege handen staat, is een gelukkige keuze. Maar `Raponsje' boet in aan magie, net als `Jorinde en Joringel'. De tragiek van de bungelende vlecht langs de toren gaat verloren, net als de beklemming van de heksenburcht in het bos. Sprookjestijd kan dan ook het `oer'-sprookjesboek niet vervangen, maar wel een leuke aanvulling vormen. Aan het eind van het boek kijkt de voorlezende oma grijnzend om en onthult haar gelaat. Het laatst voorgelezen sprookje was `Roodkapje'.

Voor kleinere kinderen, die nog niet aan sprookjes toe zijn, brengt deze Sinterklaas een tweetal bijzondere prentenboeken die haast of helemaal geen tekst nodig hebben. Annemie Berebroukcx tekende en schreef De eend van Jules.

Het is een aandoenlijk verhaaltje over een jongen die dolblij is met zijn nieuwe witte trui, waar een gele eend op staat. Het is rechttoe-rechtaan geschreven. Berebrouckx heeft maar weinig tekst nodig: `Niemand in zijn klas heeft zo'n mooie eendentrui.' Maar als Jules de trui aantrekt, is de eend verdwenen. Hij zoekt overal, in de vissenkom, in het hondenhok maar vindt hem niet. Prachtig is het mismoedig wegsjokken op de laatste pagina, met op de rug van zijn verkeerd om aangetrokken trui de blije eend. De tekeningen zijn erg eenvoudig en eerder functioneel dan mooi maar hebben wel humor.

Daan Remmerts de Vries maakt gebruik van veel geraffineerdere technieken in het tekstloze prentenboek Blote beer. Hij maakt collages met stukken heel verschillend bedrukt papier, net als in het bekroonde prentenboek dat hij met Ted van Lieshout maakte Mijn tuin mijn tuin (1996). Het verhaaltje dat de prenten vertellen is eenvoudig maar origineel. Een beer en een meisje gaan samen zwemmen. Het meisje trekt haar kleren uit, de beer blijkt onder zijn vacht twee stevige roze billen te hebben.

    • Judith Eiselin