VS willen oppositie Irak nu echt helpen

LONDEN, 27 NOV. De Amerikaanse regering wil de Iraakse oppositie helpen Saddam Hussein ten val te brengen, mits deze zich verenigt. Ook het idee van een internationaal tribunaal tegen het Iraakse leiderschap wint steun.

Onder zware druk van het Amerikaanse Congres heeft de regering-Clinton de eerste stappen gezet om het bewind van de Iraakse president Saddam Hussein omver te werpen. “Namens het Congres en de regering' beloofde Martin Indyk, de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken belast met het Midden-Oosten, deze week de versplinterde Iraakse oppositie te helpen, mits deze zich verenigt onder de overkoepelende leiding van het INC, het Iraq National Congress, van dr. Ahmed Chalabi. De Iraq Liberation Act, die door het Congres vorige maand met een overweldigende meerderheid werd aangenomen, noemde met name het INC als overkoepelende organisatie van de oppositie.

Bovendien zegde Indyk Amerikaanse steun toe aan een gerechtelijke klacht van de Iraakse oppositie tegen de 12 belangrijkste mensen van het regime in Bagdad. Eerder had - volgens Ahmed Chalabi - ook Kofi Annan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, onder vier ogen zijn hulp toegezegd bij het instellen van een ad hoctribunaal tegen Saddam Hussein.

De Iraakse oppositie wil al geruime tijd, naar het voorbeeld van het Joegoslavie-tribunaal in Den Haag, een internationale rechtbank om Saddam en de zijnen te veroordelen wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid - onder andere voor het op grote schaal vermoorden van de eigen bevolking. Na het oordeel van het Britse Hogerhuis dat de Chileense ex-president Pinochet in het buitenland geen juridische immuniteit geniet, is de Iraakse oppositie er eens temeer van overtuigd dat het Westen, wat Saddam en de zijnen betreft, niet achter kan blijven. Hun toch al geringe legitimiteit en reismogelijkheden zullen door de instelling van een internationaal tribunaal nog verder verminderen.

De eerste aanklacht wordt op 1 december ingediend tegen Barzan al-Takriti, een halfbroer van Saddam. Deze moet dan Zwitserland verlaten, omdat zijn termijn als Iraks ambassadeur bij de VN in Geneve is verstreken. Hij werd, zoals vele Iraakse ambassadeurs door Saddam naar Bagdad teruggeroepen, maar vroeg de Zwitserse regering vergunning om humanitaire redenen te mogen blijven, omdat zijn vrouw dodelijk ziek was. Nu zij onlangs is overleden, ziet Bern geen reden om zijn verblijfsvergunning te verlengen, omdat het algemeen bekend is dat hij, als voormalig hoofd van een van de veiligheidsdiensten, persoonlijk deelnam aan talloze moorden en martelingen. Aangezien hij zeer slecht staat met Saddams oudste zoon, Uday, probeerde hij - tot dusver zonder succes - in een ander land politiek asiel te krijgen. Die pogingen zullen door de komende aanklacht zonder enige twijfel nog problematischer worden.

De Amerikaanse toezeggingen werden dinsdagavond gedaan tijdens een bijeenkomst in de Amerikaanse ambassade in Londen. Daar ontmoette Martin Indyk een groep Irakezen die formeel 15 verschillende Iraakse oppositiegroeperingen vertegenwoordigen, maar in werkelijkheid slechts enkele. De communisten, die nog steeds hun dromen van 25 jaar geleden koesteren, en de twee belangrijkste shi'itische partijen - Al Dawa'a en de Hoogste Islamitische Raad van Irak - waren niet gekomen, omdat zij niet openlijk geassocieerd wilden worden met de Amerikaanse bemoeienissen.

Tot verbijstering van het gezelschap behoorde tot de uitgenodigden ook Ghassan al-Attiyah, die volgens velen nauwe banden heeft met het regime in Bagdad. Hij geeft een maandblad uit, getiteld Het Iraakse Dossier, waarin alle verklaringen en notulen van de oppositie worden weergegeven.

Maar men vraagt zich af hoe hij zich een mooi huis in een goede buurt in Londen kan permitteren, terwijl hij slechts zo'n 20 exemplaren van zijn blad per maand verkoopt. Ondanks de protesten mocht hij blijven. Hij sprak zich - zoals iedereen die niets tegen Saddam wil ondernemen - uit voor “een Arabische oplossing'.

Na wat inleidend gebabbel kreeg elk van de uitgenodigde Irakezen tien tot twaalf minuten om zijn verhaal te houden. In totaal waren ze ongeveer twee en een half uur aan het woord. Toen zei Indyk: “Ik laat u nu 30 minuten alleen om een gemeenschappelijk standpunt te bepalen.' Een aanwezige vertelde achteraf: “Dat was een vrome wens, want dat was zelfs in 30 jaar niet mogelijk geweest. Een spreker stelde voor dat de Verenigde Staten contact zouden opnemen met alle Iraakse politieke groepen en instellingen waar ook ter wereld, om van hen te vernemen wat zij willen. En de meesten spraken niet over de realiteit van nu, maar over science fiction.'

Toen Indyk terugkwam, zei hij na tien minuten: “Ik heb genoeg gehoord. De Verenigde Staten, dat wil zeggen het Congres en de President, hebben besloten u te helpen maar u zal het werk moeten doen. Wij steunen een door u ingediende aanklacht tegen het Iraakse regime. En de Amerikaanse regering steunt het INC. Ik dring er bij u allen op aan om u te scharen onder de paraplu van het INC, en het INC nieuw leven in te blazen. Wij hopen bij onze volgende ontmoeting van u te horen welke plannen u hebt om Saddam te verwijderen. Wij, van onze kant, kunnen de Arabische deuren voor u openen. Hartelijk dank voor de tijd die u hebt genomen. Ik hoop u spoedig weer terug te zien.'

Drie Iraakse vertegenwoordigers waren na deze wel zeer bondige uiteenzetting buitengewoon ontstemd.

Zij stormden de zaal uit, omdat zij niets moeten hebben van het INC en Ahmed Chalabi, die zij van dictatoriale neigingen beschuldigen. Chalabi daarentegen toonde zich zeer tevreden. Maar op de vraag of de regering-Clinton nu eindelijk `serieus' bereid is Saddams regime uit de weg te ruimen, antwoordde hij: “Ik denk dat die kans thans 40 procent is. Waarom? Omdat de Amerikanen onvoorspelbaar zijn.'

Die onvoorspelbaarheid geldt niet minder voor de Iraakse oppositie, waar vriendschapsbetuigingen, leugens en verraad moeiteloos hand in hand gaan. Zo meldde het persbureau AP woensdag uit Kairo dat volgens oppositie-kringen in Londen Martin Indyk tijdens de bijeenkomst van dinsdag Adnan al-Pachachi, als de nieuwe leider van de Iraakse oppositie zou hebben voorgesteld. Hij is een gerespecteerd man uit een vooraanstaande sunnitische familie, en was minister in de jaren '60. De Amerikaanse regering zou hem verkiezen boven Ahmed Chalabi, die van shi'itische afkomst is. In een fax aan AP stelden 85 Iraakse intellectuelen, die niet met specifieke Iraakse oppositiegroepen verbonden zijn, dat de regering-Clinton “het Iraakse volk zelf zijn nationale oppositieleider moet laten kiezen'.

Desgevraagd vertelden al-Pachachi en Chalabi dat het verhaal niet waar was. Al-Pachachi: “Ik ben een onafhankelijk man en geen kandidaat. Niemand heeft mijn kandidatuur gesteld. En niemand heeft het mij ook gevraagd.' Beiden gingen echter niet in op de vraag hoe het verhaal de wereld was ingekomen.

    • Michael Stein