Verpleging kampt met erotische verlangens patient

EINDHOVEN, 27 NOV. Er is niets mis met seksuele assistentie aan patienten. Afgelopen nacht gaf de Rutgers Stichting nachtwakers les in erotische hulp.

Een meisje dat in een verpleeghuis werkt, ziet dat een dementerende halfverlamde bewoner 's nachts in bed ligt te masturberen. Als ze geschrokken wegloopt, vraagt hij of ze niet even bij hem kan komen liggen. Wat zou je in zo'n situatie doen?

Ineke, Adri en Astrid lezen de casus op een geel kaartje. “Ik zou vragen, meneer, wat verwacht u nou van me? Hij heeft een probleem, maar je kunt dat niet oplossen', zegt Ineke. “Ja, je moet hem wel aandacht geven, maar niet op de manier die hij wil', vult Astrid aan. De drie verpleegkundigen werken in een centrum voor lichamelijk en verstandelijk gehandicapten in Heerhugowaard. Ze vinden het voorbeeld heel herkenbaar. “Het is best wel confronterend als je zoiets meemaakt.'

De verpleegkundigen volgen de workshop Seksualiteit in de Nacht. De workshop is onderdeel van een symposium over nachtdiensten in de verpleging dat NU'91, de beroepsorganisatie voor de verpleging, vannacht organiseerde in Eindhoven. Mensen die nachtdiensten draaien in de verpleging lopen dikwijls aan tegen problemen die met seksualiteit te maken hebben, vertelt workshopleidster Jeanny van den Berg van de Rutgers Stichting. “De sfeer is anders, er is meer rust op de afdelingen, mensen durven eerder bepaalde vragen te stellen. Daarbij komt, verpleegkundigen zijn 's nachts meestal alleen en moeten dan maar zien hoe ze de dingen oplossen. Vragen over seksualiteit komen erg dichtbij, ook voor jezelf als verzorger.'

Tot voor kort werd het onderwerp nauwelijks besproken. “Daar is gelukkig verandering in gekomen. Vooral in de verstandelijke-gehandicaptenzorg vindt een inhaalslag plaats. De helft van onze trainingen geven we daar. De ouderenzorg loopt nog wat achter.' Seksualiteit is nu eenmaal niet aan een specifieke groep gebonden: “Seks vindt plaats van geboorte tot dood, dus ook bij ouderen.

In de psychiatrie komen seksuele contacten tussen clienten veel voor.' Maar veel verpleeghuizen en zorgcentra hebben nog geen beleid als het gaat om de seksualiteit van de bewoners. Verpleegkundigen weten daardoor niet wat te doen als bijvoorbeeld twee lichamelijk gehandicapte mannen vragen of ze samen in een bed mogen slapen. Moeten ze dat toestaan? Zo ja, moeten ze hen er dan op wijzen dat het goed is om een condoom te gebruiken? En kunnen ze dat condoom wel zelf omdoen? “Dat mag je toch hopen', zegt een verpleegkundige geschrokken.

Volgens Van den Berg is het essentieel dat verpleeghuizen laten vastleggen wat wel en niet mag. Zo erken je het recht op seksualiteit van de clienten en bied je tevens bescherming en zekerheid aan de verplegers. Vooral mannelijke hulpverleners zijn erg bang beschuldigd te worden van seksueel misbruik, vertelt Van den Berg. “Duidelijke voorlichting is de beste manier om dat te voorkomen. Er zijn best algemene richtlijnen op te stellen.'

Met seksuele assistentie - een gehandicapte in een geschikte houding leggen of een vibrator geven - is niets mis, aldus Van den Berg. Maar directe seksuele hulpverlening, waarbij je je eigen lichaam ten dienste stelt van de client, is uit den boze. “Dat kan niet in een machtsongelijke relatie. Als een verstandelijk gehandicapte bijvoorbeeld laat merken dat hij wil masturberen maar niet weet hoe dat moet, mag je dat wel uitleggen en het hem op plaatjes laten zien. Maar je mag het niet bij hem voordoen.' De hulpverlener kan eventueel wel aankloppen bij de Stichting Alternatieve Relatiebemiddeling in Zeist. “Die hebben `erotische dienstverleners' om verstandelijk en lichamelijk gehandicapten te helpen.

Zij hebben meer tijd, rust en aandacht voor een gehandicapte dan een prostituee.'

Maar met een duidelijk beleid en de bespreekbaarheid van problemen over seksualiteit binnen het team zijn de hulpverleners er nog niet, vindt Van den Berg. “Wat mij erg opvalt is dat ze vrijwel niet praten over hun eigen grenzen. Die moeten ze ook leren aangeven.' Van seks hoeft dan nog niet eens sprake te zijn. Verpleegkundige Astrid werkt met verstandelijk gehandicapten: “Soms vliegen ze je zomaar om je nek en beginnen ze je te zoenen. Daar heb je niet altijd zin in of je hebt er geen zin in met die persoon.'

Soms vliegen ze je zomaar om de nek

en beginnen ze je te zoenen