Van Gogh & Regnault

In het CS van 13.11.1998 stond een artikel van Louis Zweers over de lotgevallen van zes schilderijen van Van Gogh die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indie verbleven. Deze werken waren eind 1939 naar Indie verscheept, als onderdeel van een door de Nederlandse kunstverzamelaar P.A. Regnault bijeengebrachte tentoonstelling, maar moesten door het uitbreken van de oorlog in Indie blijven. Het artikel bevat enkele lezenswaardige, nieuwe details en brieffragmenten, maar geeft ook in diverse passages een onjuiste voorstelling van zaken. Dit is des te storender, omdat enkele onwaarheden in de bijbehorende krantenkoppen zijn overgenomen.

De auteur zorgt voor een ware spraakverwarring. `De particuliere schilderijenverzameling van Pierre Alexandre Regnault, een Nederlandse industrieel met een aantal verffabrieken op Java, bevond zich tijdens de oorlogsjaren in Indie. Deze collectie, waaronder een aantal kostbare Van Goghs, werd door de Japanners geconfisqueerd', staat er bijvoorbeeld. Dit is pertinent onwaar. Zweers schrijft herhaaldelijk over `de particuliere schilderijenverzameling van Regnault' wanneer hij niet diens kunstcollectie bedoelt, maar de door Regnault samengestelde tentoonstelling, die behalve 36 stukken uit zijn collectie een groot aantal bruiklenen van derden bevatte. Dat het overgrote deel van Regnaults collectie gewoon in Nederland verbleef en Regnault helemaal niet de eigenaar van de Van Goghs was, vertelt Zweers even verderop, maar dat maakt het verhaal er niet duidelijker op.

Ook wordt door de teneur van het stuk, waarvan het accent op de confiscatie ligt de indruk gewekt dat de Japanners - zoals de nazi's - doelbewust kunstwerken confisqueerden, om ze al dan niet te gelde te maken. Uit het verhaal blijkt daarentegen, dat zij alleen op het goud van de Javasche Bank uit waren en helemaal geen interesse hadden voor de kunstwerken, die zij toevalligerwijs in de bankkluizen aantroffen.

Het lijkt erop dat Zweers de geschiedenis wat sensationeler heeft willen maken, op zoek naar een vermeende `kunstroof'. Omdat hij iets lijkt te hebben willen aantonen, wat hij niet kon bewijzen, is een onsamenhangend stuk ontstaan waarvan de pointe ontbreekt. Of de conclusie moest zijn dat de Japanners indertijd wel erg stom waren om de Van Goghs aan hun neus voorbij te laten gaan.

Voor de geschiedenis van Regnaults kunstverzameling was het belangrijkste dat zijn werken en alle bruiklenen na hun Indische avontuur terugkeerden, zij het beschadigd.

In mijn boek over deze collectie (1995) heb ik daarom de lotgevallen tijdens de oorlog in Indie alleen kort aangeroerd. Het is jammer dat een op zichzelf interessante aanvulling daarop, in een zucht naar `roofkunst', zo is opgeblazen.

Naschrift Louis Zweers

De term `roofkunst' is door mij niet gebruikt en ook niet in de bijbehorende krantenkop vermeld. De zgn. 5de collectie Regnault waaronder de zes Van Goghs, bruiklenen van ir. V.W. van Gogh, bevonden zich tijdens de Japanse invasie in de kluis van de Javasche Bank. Na de capitulatie van het KNIL op 9 maart 1942 werd de directie van de Javasche Bank gedwongen een verklaring te ondertekenen waarbij alle activa werden overgedragen aan het Japanse leger. Een groot bedrag aan geld werd door het Japanse leger op Java geconfisqueerd. Voor de geconfisqueerde effecten en schilderijen hadden de Japanse legerautoriteiten geen belangstelling (Japan, Indonesia and the war, dr. P. Post en dr. E. Touwen-Bouwsma, 1997 p. 183-186).