Premier Canada draait zich vast in `Peppergate'

MONTREAL, 27 NOV. In Canada staat premier Chretien onder zware druk om het harde politie-optreden tijdens de APEC-top in Vancouver van vorig jaar november.

Een jaar nadat hij in Vancouver optrad als gastheer van de APEC, de economische samenwerkingsorganisatie van landen in Azie en de regio van de Grote Oceaan, is de Canadese premier Jean Chretien zwaar onder vuur komen te liggen over de strenge veiligheidsmaatregelen die toen werden genomen. De politieke commotie heeft al geleid tot het aftreden van een minister, advocaat-generaal Andy Scott.

Net zoals in Nederland na afloop van de Eurotop in Amsterdam, eind vorig jaar, hebben de hardhandige veiligheidsmaatregelen die in Vancouver werden getroffen tijdens de APEC-top grote opschudding veroorzaakt. De Canadese politie zette 3.000 Mounties in. De prijs was volgens Preston Manning, oppositieleider in Ottawa, dat “de grondrechten van Canadese studenten zijn geschonden om Aziatische dictators te beschermen'.

De oorsprong van het schandaal ligt bij de in mei afgetreden Indonesische president Soeharto. Soeharto dreigde Vancouver te boycotten, uit vrees dat hij in verlegenheid zou worden gebracht door protesten tegen de Indonesische bezetting van Oost-Timor en schendingen van de rechten van de mens onder zijn bewind. Om dat te voorkomen, zegde gastheer Chretien hem toe dat hij niet met protesten zou worden geconfronteerd, een belofte die instrijkt tegen het Canadese grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting en vreedzame demonstraties.

Volgens uitgelekte gegevens stonden de Mounties onder direct bevel van de premier toen ze vorig jaar de hand hielden aan diens belofte. Krachtig maakten zij korte metten met vreedzame studentenprotesten rond de topontmoeting. Ze arresteerden ruim honderd demonstranten en hielden ze zonder tenlastelegging vast, haalden spandoeken met omstreden teksten als `free speech' en `democracy' neer maakten autoroutes vrij van studenten met pepperspray, een variant op traangas.

Zo kreeg Soeharto in Vancouver inderdaad geen demonstrant te zien. Achteraf bedankte hij de Canadese regering per brief voor de plezierige rodeloperontvangst. De demonstranten waren minder tevreden; 49 van hen dienden een klacht in bij het ombudsbureau van de politie, wegens “overmatig geweld'. Het politie-optreden werd onderwerp van een openbare enquete. `Peppergate' was geboren. Documentatie over de veiligheidsmaatregelen die de onderzoekscommissie ontving, wees op de hand van Chretien achter de bestrijding van demonstranten. “Specifieke wens van PM is dat de leiders niet worden afgeleid door demo's', luidde een interne notitie van de politie. “PM wil er persoonlijk bij betrokken worden.' Politie-orders tijdens de conferentie verwezen eveneens naar `PM' - Prime Minister. Volgens een advocaat van de demonstranten “kondigde Chretien op eigen houtje een soort krijgswet af, en gelastte hij de politie deze uit te voeren'.

Chretien probeerde de kwestie te bagatelliseren. “Het is normaal in een democratie dat je kunt protesteren, maar het moet op ordelijke wijze gebeuren', verklaarde hij. Gevraagd naar het rijkelijk gebruik van pepperspray, grapte Chretien aanvankelijk: “Peper? Dat doe ik op mijn bord!' Later zei hij in alle ernst: “In plaats van honkbalknuppels in te zetten, gebruiken ze nu meer beschaafde methoden.' Die opmerking verzachtte hij naderhand, maar tevergeefs.

Het onderzoek werd vorige maand zelf ook inzet van beschuldigingen van politieke inmenging, nadat minister Scott er vrijuit over sprak met een vriend, aan boord van een binnenlandse vlucht. Scott minister verantwoordelijk voor de politie, zei dat de enquete “zou uitwijzen dat overdadig geweld was gebruikt door vier of vijf Mounties voor vijf minuten.' Bovendien zou ene `Hughie' de schuld worden toegeschoven, zo liet Scott zich ontvallen.

Wat Scott niet wist, was dat aan de overkant van het gangpad een Lagerhuislid van de oppositie meeluisterde - en notities maakte. Dick Proctor confronteerde Scott in het parlement met wat hij had gezegd. `Hughie' bleek stafonderofficier Hugh Stewart te zijn, een driftige politiebaas die door de Canadese televisie werd gefilmd terwijl hij zonder waarschuwing studenten en de camera met pepperspray begon te bespuiten. Hij staat sindsdien bekend als `Sgt.Pepper'.

Scotts positie werd onhoudbaar en begin deze week volgde zijn ontslag. De uitlatingen van Scott duiden op politieke inmenging in het onderzoek en geven dus aan dat Chretien iets te verbergen heeft. Met zijn ontslag is de kous dus niet af. De oppositie eist dat de klachtencommissie wordt vervangen door een gerechtelijk onderzoek, dat ruimere bevoegdheden heeft om “de rol van de premier hierin tot de bodem uit te zoeken', aldus een Lagerhuislid. Chretien, die volhoudt niet met de politie te hebben gesproken bij de top, wil juist dat het huidige onderzoek zo snel mogelijk wordt afgerond, want “er is absoluut niets te verbergen'. Maar het imago van de premier, die prat gaat op een regering vrij van schandalen, heeft een deuk opgelopen. In Ottawa werd Chretien door oppositieleider Manning afgeschilderd als “iemand die meent dat men blij mag zijn dat hij geen honkbalknuppel draagt'.

    • Frank Kuin