Pinochet verscheurt Chili

SANTIAGO, 27 NOV. De een werd rijk onder Pinochet, de ander werd gemarteld. Als het over de ex-dictator gaat, bestaat er geen middenweg in Chili.

De chaos, de hyperinflatie en economische malaise in Chili dreef de jonge advocaat Ignazio Salazar begin jaren zeventig tot wanhoop. Onder het bewind van de socialistische president Allende wankelde zijn praktijk en waren simpele zaken zoals tandpasta niet verkrijgbaar. Elk moment vreesde Salazar dat zijn huis in beslag zou worden genomen door de revolutionairen die de straat beheersten. Met de machtsovername door generaal Pinochet begon voor hem de wederopbouw van zijn persoonlijk en zakelijk leven.

De staatsgreep in 1973 was voor de student Hugo Bascunan het begin van een leven als opgejaagd wild. Elk moment van de dag vreesde de aankomende toneelregisseur te worden opgepakt door de groepjes soldaten in de straten. De eerste stem die Bascunan in zijn leven mocht uitbrengen, was naar Allende gegaan en hij was actief in linkse studentenvakbonden. Samen met acht anderen werd hij inderdaad opgepakt, opgesloten en gemarteld.

De vijftigers Salazar en Bascunan belichamen door hun persoonlijke geschiedenissen de verscheurdheid in Chili over de arrestatie van ex-dictator Pinochet in Groot-Brittannie. Het is deze in het verleden gewortelde verdeeldheid die president Frei dwingt tot een evenwichtskunst, waarbij hij de arrestatie aanvecht zonder het echt op te nemen voor Pinochet.

Gisteravond reisde de minister van Buitenlandse Zaken, Jose Miguel Insulza, naar Groot-Brittannie om te onderhandelen over de arrestatie, die woensdag werd goedgekeurd door de Britse Law Lords.

De lieflijke lente in Santiago met de paars bloeiende jacaranda-bomen geeft de kranten in de kiosken met de uitgebreide berichtgeving over de nachtelijke rellen iets onwerkelijks. De zachte wind in de parken en schone straten lijkt de beelden en geluiden van vreugde en woede te hebben weggeblazen. Alleen de dranghekken bij de Britse ambassade en de politie bij de Spaanse herinneren aan de arrestaties, de vlagverbrandingen en het stenengooien.

Toch voelen de Chilenen ook nu de diepe kloof in hun samenleving. In Santiago is de grens tussen de voor- en tegenstanders van Pinochet zelfs exact aan te wijzen op de stadsplattegrond. In de chique wijken Las Condes en Providencia wonen de Pinochet-aanhangers, van wie velen hun woede koelden op de daar gelegen ambassades. In de andere, minder welvarende wijken wonen de Pinochet-haters, die hun vreugde niet de baas konden. Plaza de Italia is de grenspost, waar de partijen geregeld botsen.

De grens markeert ook de extreme ongelijkheid die eigen is aan Zuid-Amerikaanse landen zoals Chili. “De geografische grens is tegelijk ook een financiele, sociale en raciale grens', zegt de socioloog Dennis Burnet gezeten op een terras in Providencia. “Hier zie je overwegend blanke mensen in dure kleren. Meteen voorbij Plaza de Italia zijn de mensen donkerder en armoediger.' [Vervolg PINOCHET:pagina 5]

Van oudsher kent Chili een naar Zuid-Amerikaanse begrippen grote middenklasse, die onder de door Pinochet begonnen economische bloei is verdubbeld. “Paradoxaal genoeg heeft de huidige welvaartsgroei er niet toe geleid dat de grenzen zijn vervaagd. Anders dan in Europa, waar de opkomst van de burgerij ook de introductie van een nieuwe cultuur betekende, voegen mensen die hun welvaart hebben vergroot zich naar bestaande normen', zegt Burnet. “Chili blijft een kastenmaatschappij.'

Las Condes is een wijk die in Nederland zijns gelijke niet kent, met brede avenues, grote parken en torenhoge kantoorgebouwen. De marmeren bekleding in het smaakvol ingerichte kantoor van Ignazio Salazar illustreert de bloei van zijn advocatenpraktijk. Salazar zelf is een beminnelijke, beschaafd ogende man, trots op zijn betovergrootvader Domeyko die halverwege de vorige eeuw uit Polen immigreerde, Chili bereisde en de eerste universiteit van het land stichtte.

Voor Salazar is de geschiedenis van Chili er een van twee eeuwen democratie, waarmee het presidentschap van Allende een “atypische breuk' was. Allende begon na zijn verkiezing in 1970 met het nationaliseren van particuliere ondernemingen. Stakingen werden door de regering aangemoedigd en als een bedrijf bijna was bezweken, kwam er namens de overheid een `bewindvoerder'. “Mijn werk is het adviseren van grote ondernemingen en al mijn klanten stonden in die tijd op de lijst van bedrijven die ingelijfd zouden worden bij de sector die half privaat half publiek moest worden', vertelt Salazar.

Voor de linkse Bascunan was Allende ook een breuk, maar dan met een geschiedenis van grote ongelijkheid. Bascunan, een al even beminnelijke en beschaafd ogende man als Salazar, werkt in een uiterst eenvoudig kantoor aan de `arme' kant van Plaza de Italia. Hij is nu maatschappelijk werker en probeert kansloze jongeren - verslaafd, werkloos, dakloos - op het rechte pad te brengen. Ook nu nog spreekt hij in marxistische termen over de “bewustwording door de onderklasse van de eigen positie'.

Op 11 september 1973 's morgens om 9 uur, meldde de radio dat de militairen uit de kazernes waren gekomen. Bascunan besloot thuis te blijven om te luisteren naar de toespraak van Allende, die zich had verschanst in het presidentiele paleis La Moneda. Hij is zichtbaar geroerd bij de herinnering aan Allendes afscheidswoorden: “Dit zijn mijn laatste woorden en ik ben er zeker van dat dit offer een morele les zal zijn, die lafheid, ontrouw en verraad zal straffen'.

Salazar ging die morgen na het horen van de radioboodschap na ampel beraad naar zijn kantoor. Tegen elven zag hij militaire vliegtuigen overvliegen, op weg naar het paleis.

“Allende is een vliegtuig aangeboden en het was voor iedereen het beste geweest als hij inderdaad was gevlucht', zegt Salazar. De dood van Allende noemt hij “100 procent zeker zelfmoord'.

Bascunan houdt de mogelijkheid van moord open. Bascunan ging naar de universiteit, waar de verzamelde studenten tegen het einde van de middag door de militairen werden weggejaagd. Bij vrienden hoorde hij 's avonds laat op de Argentijnse radio van de dood van Allende. Zes dagen later werd hij opgepakt, naar een kazerne gebracht en dagelijks gemarteld. “Om een uur of acht 's ochtends sloeg een soldaat mij tien keer met een stok op de schouder. Dat werd de hele dag lang een stuk of tien keer herhaald', vertelt hij. Na een week werd Bascunan overgebracht naar de stadsgevangenis, waar hij vastzat tot december. Toen werd hij vrij gelaten op voorwaarde dat hij zich niet zou inlaten met politiek. Hij ging werken als toneelleraar, maar werd periodiek het slachtoffer van pesterijen door de politie, die hem dan oppakte en een week vasthield.

Voor Salazar liep het anders. “De eerste weken waren verschrikkelijk', zegt hij. “We wisten niet wat er ging gebeuren'. Maar de economische hervormingen door Pinochet deden de grote ondernemingen weer opbloeien. “En als het goed gaat met mijn klanten, gaat het goed met mij.' De 3.000 doden, de martelingen en de intimidaties door het regime waren volgens Salazar niet structureel en onvergelijkbaar met de praktijken in Argentinie of Uruguay: “Chili heeft een traditie van democratie.'

In 1977 keerde Bascunan terug naar zijn woonplaats en werd bij de grens van zijn provincie aangehouden. Een politieman sloeg met een geweer op zijn been, dat die avond grotesk opzwol.

Een tweede politieman zette stroom op het been. “De Chilenen waren met de Midden-Amerikanen de uitvinders onder de folteraars', zegt Bascunan. Hij verbleef 15 dagen in het ziekenhuis en besloot net als 50.000 landgenoten te vluchten, naar Nederland. Van de negen Allende-aanhangers die in het groepje van Bascunan na de machtsgreep waren opgepakt, kwamen drie mensen om het leven. Een is vermoord, een vermist en een werd doodgemarteld. In 1987 keerde Bascunan terug om een nieuwe beweging van links op te bouwen.

Dat die verkiezingen er kwamen zoals was vastgelegd in de grondwet van 1980, is voor Salazar het bewijs van de wetsgetrouwheid van Pinochet: “Geen Idi Amin, maar een typisch Chileense sterke man, die is gebonden aan instituties.' Voor Bascunan is de amnestieregeling die deel uitmaakt van de overgang naar de burgerregering in 1989 niets anders dan het onbestraft laten van misdaden van het Pinochet-regime.

Zo bepaalt de geschiedenis de positie in het dispuut over de arrestatie van Pinochet. “Het is een goede les voor de Chileense democratie en een waarschuwing voor de oud-dictators in Argentinie en Uruguay', meent Bascunan. Salazar vindt dat Pinochet alleen in Chili vervolgd mag worden: “Pinochet is makkelijker te identificeren als dictator dan de onbestrafte militairen in Brazilie of Argentinie. Hij is het slachtoffer van de linkse golf in Europa, en zelfs in Spanje, waar de conservatief Aznar stemmen hoopt te winnen bij linkse kiezers.'