Jaap van den Ende; De galerie

T/m 19 dec in Galerie Akinci, Lijnbaansgracht 317, Amsterdam. Di t/m za 13-18u.

De stal van Galerie Akinci, in 1988 opgericht door Leyla Akinci en Huub Beunen, herbergt een bonte stoet kunstenaars die op het eerste gezicht niets met elkaar gemeen hebben. Internationaal gevierde kunstenaars als Pipilotti Rist, Stephan Balkenhol en Thomas Schutte worden door Akinci vertegenwoordigd, maar ook jonge kunstenaars als Juul Kraijer, Yael Davids en Edwin Zwakman kregen in de Amsterdamse galerie de kans om hun debuut te maken. Een voorkeur voor een bepaalde stijl of techniek lijkt de galerie niet te hebben, dus is het elke keer weer een verrassing wat je in de expositieruimte zult aantreffen: sculpturen, videokunst, fotografie tekeningen, schilderijen of soms zelfs performances.

Toch is er iets wat de Akinci-kunstenaars typeert. Naast het feit dat ze vrijwel zonder uitzondering kunnen rekenen op een brede belangstelling uit de kunstwereld, is het vooral de vastberadenheid waarmee de kunstenaars hun onderwerp tot op het bot onderzoeken die hen kenmerkt. Of het nu gaat om de Japans uitziende meisjes in de houtskooltekeningen van Kraijer, de anonieme figuren in de houten beelden van Balkenhol of de geconstrueerde landschappen op de foto's van Zwakman de werken getuigen van een consequente, herkenbare stijl en een strenge methodiek.

De kunstenaar Jaap van den Ende (Delft 1944) lijkt binnen de Akinci-stal wellicht een vreemde eend in de bijt. Hij is niet jong en veelbelovend en evenmin een internationale ster. Zijn werk is niet actueel of vernieuwend, wel werkt hij al jarenlang onverbiddelijk aan een indrukwekkend en samenhangend oeuvre. Al vanaf 1967 doet de kunstenaar onderzoek naar de wetmatigheden van vorm- en kleursystemen. In het kielzog van zijn plaatsgenoot, de nul-kunstenaar Jan Schoonhoven, tekende Van den Ende in de jaren zestig en zeventig vellen vol met op getallenreeksen gebaseerde vierkanten en lijnen en maakte hij reliefs en schilderijen waarin hij de werking van kleur onderzocht. Met zijn formele en geometrisch-abstracte werk, dat goed vertegenwoordigd is in de Nederlandse musea, leek Van den Ende een veelbelovende carriere tegemoet te gaan, maar de afgelopen jaren werd het opvallend stil rond zijn persoon en trad hij nog maar zelden met zijn werk naar buiten.

In 1996 presenteerde Van den Ende - voor velen volkomen onverwacht - een reeks nieuwe schilderijen bij Galerie Akinci waarin de figuratie haar intrede deed. Deze weg lijkt op zijn huidige tentoonstelling te worden voortgezet.

Te zien is een klein aantal wonderlijke schilderijen van afwijkend formaat, die steeds zijn opgebouwd uit vijf of zes afzonderlijke delen. Wanneer je de losse componenten van een schilderij uit elkaar zou halen, blijven totaal verschillende, op zichzelf staande abstracte en figuratieve doeken over. Vreemd genoeg passen de delen naadloos als puzzelstukjes in elkaar en vormen ze samen een coherente compositie.

In ieder schilderij heeft Van den Ende een thema gekozen dat hij in verschillende stappen steeds verder abstraheert, zoals Mondriaan met zijn bomenreeks, maar dan binnen een schilderij. Een realistisch geschilderd typisch Nederlands flatgebouw met karakteristieke rode en oranje zonneschermen is gecombineerd met een abstract blokjespatroon dat is afgeleid van dezelfde zonneschermen en doet denken aan het werk van Donald Judd. Een egaal blauw doek dat verticaal langs de andere delen is bevestigd, maakt de compositie compleet.

Op deze manier worden door de kunstenaar in elk schilderij facetten uit de context van de realistische `moedervoorstelling' gelicht - een zonnewering een balkonreling, een neonreclame - om vervolgens in geabstraheerde vorm weer samengevoegd te worden met het originele beeld. De abstracte delen hebben de werking van decoratieve coulissen; ze vormen doorkijkjes naar het achterliggende landschap en zorgen voor een sterke dieptewerking in het schilderij. Ook al doen de werken wat braaf aan door de haast didactische opzet (hoe vereenvoudig ik een bestaande vorm?) en ogen ze soms wat kitscherig door het gebruik van intense verzadigde kleuren, de doeken zijn wel volstrekt uniek en houden vast aan een persoonlijke logica. Zo heeft de van oorsprong fundamentele schilder, die met deze deels figuratieve werken even van zijn consequente systeem leek afgeweken een nieuwe manier gevonden om de wereld te ordenen.