Het is waar omdat ik het zeg; Gesprek met de schrijfster Jane Smiley

Van Jane Smiley zijn in het Nederlands te krijgen: De wetten van het land prijs f39,90 en Ware reizen en avonturen van Lidie Newton, f49,90, beide bij uitgeverij Arena

De boeken van de Amerikaanse schrijfster Jane Smiley hebben bijna altijd de enorme verlaten vlaktes als decor. De `Balzac van het middenwesten' wordt ze genoemd. Ze weigert zich te beperken. “Is there anything Smiley cannot do?' vroeg een recensent zich af.

De eerste indruk die Jane Smiley oproept is die van een bookish Ankie van Grunsven. Ze is ontzettend lang, heeft grote tanden en verstandige kleding en grijpt elk moment in het gesprek aan om er op te wijzen dat haar volgende roman over paardenrennen zal gaan. Of ze ook weet wie Ankie van Grunsven is? Maar natuurlijk, wie weet dat niet, ze heeft net het hele weekend aan de buis gekleefd gezeten om te zien hoe de Nederlandse paardrijdster een zilveren medaille won.

Praten over haar eigen paarden doet ze ook graag, want paarden “hebben opinies die ze op een wilde, inconsistente en ongehoorzame manier tot uitdrukking brengen. Met honden is dat anders: ik heb een Golden Retriever, die behalve dat retrieven maar heel weinig persoonlijkheid laat zien. Mensen en katten zijn in dat opzicht breder; maar je kunt je afvragen of een beest met die `breedheid' ook gelukkig moet zijn.'

Alles lijkt Midwestern aan Jane Smiley, van bril tot nuchterheid tot motoriek tot de manier van praten die menige stellende zin in een vraagteken laat eindigen, ook daar waar in de verste verte geen antwoord wordt verwacht.

En toch is ze een meisje uit Californie dat, in tegenstelling tot wat je als lezer van haar boeken zou vermoeden, niet opgroeide in een groot gezin. Ze werd volwassen in St. Louis, ook al niet een echte stad van de Midwest. “Het ligt er in, maar hoort er niet echt bij; het heeft er veel mee te maken dat het door de Fransen is gesticht en altijd een wat Europeser karakter heeft gehad dan de rest van de omgeving. Het is de meest Western stad in het oosten van de VS en de meest Southern stad in het noorden. De mensen beschouwen zichzelf er vanouds dus als een beetje bijzonder.'

Waarom ze dan de `Balzac van het Middenwesten' wordt genoemd? Dat heeft alles te maken met haar oeuvre dat, hoe gevarieerd ook, bijna altijd die immense en weinig beschreven vlakte als decor heeft en de steden en dorpen die er voor de afwisseling zouden moeten zorgen. Dat oeuvre culmineerde tot nog toe in de pakkende en intelligent geschreven edel-streekroman A thousand acres, waarvan in de VS ondertussen al meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht en die haar een Pulitzer Prijs opleverde. In het Nederlands werd het vertaald als De wetten van het land en door Hollywood werd het bewerkt tot een filmversie waarvan ze zelf vindt dat `ze niet in een positie is om erover te oordelen'. Maar ze geeft wel toe dat ze na het bekijken ervan dacht: `Wat ben ik blij dat ik romanschrijver ben.'

Jane Smiley is in Engeland ter promotie van haar nieuwste roman, The all-true travels and adventures of Lidie Newton, waarvan deze maand ook de Nederlandse vertaling is verschenen. Een historische roman die speelt aan de vooravond van de Amerikaanse burgeroorlog, met de avontuurlijke tomboy-tegen-wil-en-dank Lidie als hoofdpersoon. Ze ziet zich door de omstandigheden in een groot historisch conflict geworpen: de strijd tussen de voor- en tegenstanders van de slavernij, die zich dan toespitst in het territorium dat later de staat Kansas zal worden.

Krachtsvertoom

Na de epische King Lear-bewerking naar het heden die A thousand Acres in feite is, na de universiteits-satire Moo, na het door IJslandse sagen geinspireerde Greenlanders, na de thriller Duplicate Keys en de wat kleinschaliger familie-drama's die ze ertussen door schreef is dit alweer een nieuw genre waaraan ze haar niet geringe talent waagt.

Is there anything Smiley cannot do?, vroeg de recensent van Time zich dan ook onlangs af. Maar Smiley ontkent dat er iets van krachtsvertoon schuilt in dit uitproberen van alle genres.

“Showing off is niet echt iets dat bij me past; maar ik heb altijd veel Shakespeare gelezen, en hij was altijd mijn model van een echte schrijver, iemand die alles kon; waarom zou ik het niet proberen, denk ik dan? Maar wat erbij komt is dat ik niet het gevoel heb dat een bepaald genre het geheel van de mogelijkheden van een persoon, een schrijver in dit geval vertegenwoordigt. Je leest toch ook niet steeds hetzelfde soort boeken dus waarom zou je dan wel hetzelfde soort boeken schrijven? Het gaat bij mij doorgaans zo dat ik bij een onderwerp betrokken raak en ik zoek daar de vorm bij die er het beste bij past; ik leer heel snel, dus wil ik die ervaring op verschillende manieren uitdragen. Ik heb vroeger vaak geschreven over wat het is een kind op te voeden, omdat ik op die manier wilde verwoorden wat het voor mij betekende. Maar nu is de jongste van mijn kinderen twintig. Ik heb zo'n gevoel... dit is gebeurd, ik heb het waarschijnlijk allemaal verpest, het was in elk geval niet groots, maar er valt niets meer te ontdekken aan dat onderwerp. Schrijven is altijd een manier van dingen onderzoeken, welnu, in de loop van je leven doen zich verschillende dingen voor die zo'n zelfonderzoek interessant maken: kinderen, huwelijk, ideologie, en tegenwoordig zijn het paarden. Ja, mijn interesses zijn heel verscheiden.'

In menige Amerikaanse recensie van Lidie Newton kwam Mark Twains Huckleberry Finn ter sprake en dat heeft alles te maken met een essay dat Smiley kort voor de verschijning van het boek publiceerde en waarin ze onderzoekt waarom Twains boek een zoveel grotere literaire reputatie heeft dan Harriet Beecher Stowe's Uncle Tom's Cabin.

“Had ik het maar nooit geschreven', verzucht ze nu half-serieus. Ze bleek er een zo gevoelige snaar mee te hebben geraakt dat de controverse een serieuze kritiek van haar eigen boek vaak overschaduwde.

“Ik vroeg me in dat stuk af of Huck Finn wel zo'n goeie roman was, omdat ik het gevoel had dat het nogal saai was, met zijn jongensachtige playing around, en vooral ook niet geestig. Ook bekeek ik of de structuur wel in orde was; Twain ontweek een moreel dilemma op het moment dat hij Huck en Jim op hun vlot voorbij Caro, Illinois laat gaan waar het gevaarlijk begon te worden voor Jim. Ik ontdekte toen dat Twain precies op dat moment de roman drie jaar terzijde had gelegd om vervolgens zijn morele keuze te ontlopen door allerhande zijdelingse karakters meer te gaan ontwikkelen. Het was precies op dit punt waarop ik dacht, toen ik het als volwassene herlas: `oh oh, he knows he's in trouble here'.'

Oom Tom

“Bij wijze van contrast las ik in die tijd Uncle Tom's Cabin, wat ik nooit eerder gelezen had en dat bracht me helemaal van mijn stuk. Een prachtroman, heel intelligent in zijn begrip van de condition humaine en ook heel verhelderend over de slavernij in die tijd. Een veel beter boek dan de mensen tegenwoordig denken, en veel beter ook dan wat Twain schreef. Maar dat boek is in de loop der jaren onder een soort wolk komen te liggen, in tegenstelling tot Huck Finn. Het fascineert me dat tijdgenoten als Trollope, Dickens en Tolstoi allemaal bewonderaars waren van Uncle Tom's Cabin. Door nu te zeggen dat dat boek een sentimenteel stuk gewauwel is, zeggen we in feite ook dat al die grote Europese schrijvers in die tijd er geen goed oordeel op na hielden.

“Hoe het zij, de controverse was enorm, maar als ik aangevallen werd was het altijd door mannen; ik kreeg meer hate-mail na dat stuk dan ik ooit eerder heb gekregen of ooit nog zal krijgen.

“Een diepere verklaring daarvoor moet je volgens mij zoeken in het moment dat Huck Finn tot meesterwerk werd uitgeroepen. Dat was kort na de Tweede Wereldoorlog, het moment dat iedereen in Amerika op zoek was naar de quintessential Amerikaanse voortbrengselen die op het wereldtoneel de Amerikaanse wereldmacht zouden kunnen rechtvaardigen; er moest en zou een roman komen die zich heel erg onderscheidde van de Europese roman. Maar een bijkomend probleem is dat elke Amerikaanse man zich in zijn jongensjaren wel met Huck Finn heeft geidentificeerd, dus in zekere zin leek het of ik met mijn stuk elke Amerikaanse man persoonlijk aanviel.

“We hebben na de burgeroorlog een vermannelijking van de cultuur zien optreden, onder de invloed van big business, door de cowboy-folklore, alles wat mannelijk was werd dominant en dat heeft zo geduurd tot het feminisme van de tweede helft van deze eeuw. Pas als je je dat realiseert begrijp je waarom De negerhut van oom Tom voor mannen zo verwerpelijk is: van de twee mensen op het eind die moeten lijden is Tom immers de passieve en Cathy de actieve... Ik had tot ik het boek las geen idee dat dat karakter, die verontwaardigde ondernemende, intelligente zwarte vrouwenfiguur, zelfs maar bestond, she had fallen through the cracks of time, het was een openbaring voor me ze is een van de grote karakters in de Amerikaanse literatuur. Hoe het zij, die discussie heeft me een hoop gezeur opgeleverd maar het heeft er in elk geval voor gezorgd dat het boek sindsdien door een aantal mensen serieus gelezen is.'

De figuur van Cathy heeft in elk geval met Smiley's Lidie Newton gemeen dat ze, bij afwezigheid van de mogelijkheid een heldenrol te spelen, zich redt door listigheid en vindingrijkheid. Na de dood van haar man gaat ze zelfs een tijdje als man door het leven, een passage die veel vergt van de goedgelovigheid van de lezer.

“Maar het boek is een romance in de middeleeuwse zin,' verdedigt Smiley zich, “en dat is een vorm waarin wonderlijke ongeloofwaardige dingen gebeuren. Alles is ongeloofwaardig in zekere zin; dat ze mannelijke karakteristieken aanneemt is een noodzakelijke transformatie, en bij het genre hoort dat je denkt: het is waar omdat ik zeg dat het waar is. `Geloof' je Gregor Samsa's verandering in een insect? Negentig procent van de studenten met wie ik het verhaal behandelde geloofde het wel, kon het verhaal bijna niet tot allegorische proporties verheffen. Maar je bent niet de enige: sommige recensenten in de VS `geloofden' het ook niet, terwijl anderen het boek pas interessant vonden daarna.'

Slavernij

Smiley's Lidie is in het begin van het boek ook helemaal geen voorstander van afschaffing van slavernij. Ze radicaliseert pas na de dood van haar man, die wel een actieve abolitionist was. Ook daarna lijkt wraak een belangrijker drijfveer dan het lot van de zwarte Amerikanen. Het zijn dit soort `grijze' tonen die - naast Lidie's levendige persoonlijkheid - het boek boeiend houden boeiender dan het bijna tegelijkertijd verschenen Cloudsplitter van Russell Banks dat in dezelfde tijd en op dezelfde plek speelt en dat vooral de door religieus fanatisme gedreven abolitionist John Brown als onderwerp heeft.

“Russell Banks is een moediger schrijver dan ik; hij heeft het gewaagd in de geest van John Brown te kruipen, althans in die van zijn zoon, en daarmee heeft hij het risico genomen van een hoge morele toon waaraan hij het hele boek vastzat.

Ik zou de persoon van John Brown met geen mestvork durven aanraken, laat staan een pen. Maar Banks en ik zijn vrienden, en het is niet de eerste keer dat we hetzelfde onderwerp hebben behandeld.

“Dat er nu zoveel boeken, fictie en non-fictie, over de slavernij en de gevolgen ervan uitkomen is een cyclisch verschijnsel, het is deel van een discussie die als het ware heen en weer gaat tussen de zwarte en de blanke intellectuelen en kunstenaars. In de jaren '60 zeiden de zwarten: wij moeten het onderwerp nu te pakken nemen, want er is een cultuur van stilte ontstaan die een eeuw heeft geduurd en die ondraaglijk is. Wat die zwarte denkers in feite zeiden was: jullie blanken kunnen met geen mogelijkheid begrijpen wat er gebeurd is voordat wij dat begrepen hebben, dus bemoei je er niet mee. En mijn generatie zei: je hebt gelijk. Maar nu we in een latere fase zijn, vinden wij blanke denkers dat wij er ook onze gedachten over moeten laten gaan omdat er anders in de verste verte geen hoop is op een toenadering. In ons persoonlijke leven is er toenadering. We hebben gekleurde vrienden collega's, maar in dit historisch perspectief is het noodzakelijk dat we het probleem samen onder ogen zien. Hollywood en de tv worden vaak verguisd, maar ze zijn belangrijke factoren hierbij, en in positieve zin. Ik kan me nog een buurvrouw van mijn moeder herinneren die uit het zuiden kwam en ronduit zei dat ze het niet kon uitstaan om zwarten op de tv te zien. Zelf kan ik me nog herinneren dat zwarte acteurs begonnen te verschijnen in de jaren '70, Denzel Washington, Oprah Winfrey, prachtige persoonlijkheden, die Amerika de kans gaven ze te bewonderen en het probleem van ras met andere ogen te zien.

En voor de generatie van mijn kinderen is het ondertussen normaal, die zien niet eens het verschil meer, en zo hoort die culturele fermentatie ook te verlopen.'

Waarom de belangstelling voor haar werk in Europa zo ver achterblijft bij die in haar thuisland, in tegenstelling tot collega's als Bellow, Roth en Updike, Smiley heeft er geen echte verklaring voor. Dat zij haar werk in een weinig aansprekend territorium situeert kan volgens haar niet de oorzaak zijn. En evenals de meeste collega's schrijft ze dikwijls over dat oer-Amerikaanse thema, het opnieuw uitvinden of tenminste definieren van je leven.

“De schrijvers die je noemt zijn ouder, en de meeste schrijvers maken hun meesterwerken pas als ze de vijftig naderen of net gepasseerd zijn. Voor mijn generatie is die tijd net aan het aanbreken en dan heb ik het behalve over mezelf over Banks, DeLillo, Pynchon. Richard Ford. Die is nog een beetje onvolwassen, jongensachtig, misschien omdat hij zelf geen kinderen heeft. Independence Day? Toegegeven, dat was zijn eerste poging om een meesterwerk te schrijven, maar zijn echte moet nog volgen.'

Antipathie

Smiley praat met grote tevredenheid over het succes in paperback van haar uit 1995 daterende roman Moo, een venijnige satire op het reilen en zeilen van een universiteit in het Amerikaanse Middenwesten die zich met huid en haar aan de politieke en economische belangen van staat en natie lijkt over te leveren. “Ik was verbaasd dat Alison Lurie schreef dat ik mijn sympathie voor de karakters evenwichtig had verdeeld. Volgens mij is het toch wel erg duidelijk waar mijn grootste antipathieen lagen: kijk alleen maar eens naar wie het ergste gestraft worden op het eind! Natuurlijk heb ik gebruik gemaakt van mijn 15-jarige ervaring als docent op Iowa State University, maar ik heb geen enkele persoon herkenbaar gebruikt, de meeste karakteristieken zijn verzonnen, hooguit aan collega's van elders ontleend.

Zelfs de Gouverneur die zo'n vreselijke rol speelt is niet die van Iowa maar van Wisconsin. Nee hoor, mijn collega's vonden het allemaal een leuk boek vooral toen ze opgelucht constateerden dat het niet over hun ging.'

Het universitaire bestaan heeft ze achter zich gelaten, niet meer nodig vanwege het enorme succes van vooral A thousand acres. “Amerikaanse schrijvers die niet van hun boeken kunnen leven verkiezen meestal een baan aan een universiteit boven de journalistiek. Dat is in Europa anders geloof ik. Maar in Amerika is, zeker buiten de echt grote steden de universiteit op een of andere manier de plek waar de dingen gebeuren die er toe doen. Het is een kwestie van lesgeven of journalistiek, en dat is inderdaad een gewichtige afweging. Voor mij persoonlijk was het inspirerend om een heel semester over Kafka, Don Quichot, Candide te discussieren; echt inspirerend, en als ik in die tijd journalistiek had bedreven, was ik waarschijnlijk uitgeput geweest aan het eind van de dag. Maar ach, het lezen van de scripties van je studenten kan ook slopend zijn.'

Over A thousand acres gaat het tenslotte, en ze werpt de kritiek dat de incest-dimensie een te dramatische toevoeging is aan wat al zo dramatisch is, verre van zich. “Het is juist zo interessant dat er een hele voorraad bestaat aan wat je de folklore-kritiek binnen de studie van Shakespeares werk kunt noemen, waarin King Lear zelf al een bedekt incestverhaal wordt genoemd; en dan gaat het over de manier waarop hij Cordelia benadert en daarmee een grens overschrijdt. Niet iedereen zal daar incest in lezen maar het is, laten we zeggen, ongebruikelijk en dat de beide andere meisjes dat begrijpen sprak me wel aan.

Ook was mijn opvatting van Lear dat hij een narcist was, van begin tot eind en dat dat door iedereen werd geaccepteerd; ik accepteerde dat recht van hem om een narcist te zijn helemaal niet. Misschien dat ik de vader in mijn boek daarom wel zo weinig contouren heb gegeven, ja, te weinig waarschijnlijk. Ik zou dat nu anders doen, zodat de mensen zich in zijn gekte kunnen verplaatsen. Maar ik herlees mijn werk niet, laat staan dat ik het zou herschrijven.'