Het einde van een droom

Roswell, Ned.1, 23.20-0.46u.

Geloven in UFO's is tijdverspilling, maar wel leuk. Omdat het inspirerend is te dromen, spannend is te vrezen en noodzakelijk de geest af en toe verder te laten reiken dan het aardse - UFO`s, als kauwgom voor de geest.

Niet dat ooit bewezen is dat ze bestaan. Maar dat is juist het fijne - op die manier stopt de droom nooit.

Behalve dan die ene, Roswell, 4 juli 1947. Vijftig jaar lang hebben believers uit alle delen van de wereld aannemelijk proberen te maken dat het geen spionageballon was die aldaar in de weidse woestijn neerstortte, maar een heuse vliegende schotel. In plaats van de romantiek van het idee te koesteren, hebben ze er zo over lopen doordrammen, dat de Amerikaanse overheid vijftig jaar later wel een 231 pagina's tellend rapport moest doen uitgaan waarin zo onomstotelijk afgerekend werd met de vermeende buitenaardse visitatie dat het pijn deed, zelfs bij UFO-haters.

Want daar stond het dan zwart op wit. Het `aluminium ruimteschip' dat bij Roswell zou zijn neergestort was niet meer geweest dan een spionageballon op zoek naar bewijs voor Russische kernproeven. En de drie alien-lijken die gevonden zouden zijn, waren testpoppen geweest waarmee bestudeerd werd of mensen zich op grote hoogte met een parachute zouden kunnen redden. En allicht was het neerstorten met de hoogste geheimzinnigheid in de doofpot gestopt niet om massahysterie onder de bevolking te voorkomen zoals de UFO-fanaten dachten, maar omdat in die tijd alle onderzoek naar de Russen nu eenmaal met de hoogste mogelijke geheimzinnigheid werd omgeven.

Exit de Roswell-mythe. UFO-fans moesten weer op zoek naar nieuwe uitdagingen.

Regisseur Jeremy Paul Kagan maakt met zijn tv-film Roswell (1994) de klassieke UFO-fout: hij wil het mysterie bewijzen. Daarmee bereikt hij het omgekeerde. Vooral met het rapport uit 1997 in het achterhoofd. Want Kagan (onder meer Ally McBeal, Dr. Quinn en Chicago Hope) voegt daaraan niets toe.

We krijgen alle wilde verhalen weer gepresenteerd: Een militair die op expeditie vanuit de lucht een eivormig aluminium gevaarte zag en daarover rapporteerde, werd meteen ontslagen. Degene die getuige was geweest van de autopsie op de alien-lichamen kwam om bij een vliegtuigongeluk. De man die `gecommuniceerd' had met de alien die de crash had overleefd, pleegde zelfmoord. En de landbouwer die de wrakstukken vond, rijdt ineens in een heel dure nieuwe auto en ontkent iets anders te hebben gevonden dan een weerballon.

Kagan probeert niets nieuws.

En dan loopt de hoofdpersoon ook nog in de weg. Hij wordt gespeeld door Kyle MacLachlan, de koning van het understatement uit Twin Peaks, die ook in Roswell een voor hem perfect door god en mensen verlaten oord vindt. Maar zo vakkundig als hij het onderbewuste in vuur en vlam zette in Twin Peaks, mogen we hem hier niet meemaken. Van Kagan moet hij een oude man met longkanker spelen die voor hij sterft de waarheid over Roswell boven tafel wil krijgen - bij elke sigaret die hij opsteekt, kucht hij nadrukkelijker, daarbij gehinderd door een pruik, een potsierlijke berg make-up en een stramme motoriek. Zijn tekst is gelukkig wel die van een believer. Zo zegt hij, op de plek waar de wrakstukken lagen: “Niemand is hier naar komen zoeken omdat niemand het ding mist. Dat betekent dat hij niet van ons kan zijn.'

Kagan had onze verbeelding weer eens heerlijk in gang kunnen zetten met Roswell. Had weer eens aan onze zekerheden kunnen knagen met wilde theorieen die nog niemand kent. Had aan onze hoop en vrees kunnen porren dat de mens niet alleen is in dit onmetelijk kille heelal. Dat er meer is dan opstaan en weer slapen gaan. Dat er ooit de mogelijkheid zal zijn te ontstijgen.

Daar had de NCRV, van alle omroepen, misschien toch wat zorgvuldiger mee om kunnen gaan.

    • Japke-d. Bouma