Griekse sympathie voor Ocalan is groot ; Illegale Koerden gebrekkig gehuisvest in Griekenland

ATHENE, 27 NOV. De Griekse premier Simitis vindt dat Italie PKK-leider Ocalan asiel moet geven. De Griekse sympathie voor Ocalan is groot, maar de talrijke Koerdische illegale immigranten hebben het moeilijk.

Groot is in Griekenland de sympathie voor de Turkse Koerdenleider Abdullah Ocalan. Slechts een enkele commentator herinnert aan de ruigheid waarmee hij is opgetreden zowel tegen de civiele Turkse bevolking als tegen figuren uit zijn eigen PKK met wie hij conflicten heeft. Een `terrorist' wordt hij nergens in Griekenland genoemd en er heerst een tevreden gevoel dat zijn aanhouding in Italie perspectieven opent op grotere Europese belangstelling voor het Koerden-probleem. Plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken Jorgos Papandreou heeft dienaangaande reeds om een Europese conferentie gevraagd.

De belangstelling voor het lot van de Koerdenleider blijft hier enorm. Al tijdens zijn kortstondig verblijf in Moskou tekenden 110 van de 300 afgevaardigden in het parlement een verzoek, hem in Griekenland gastvrijheid te verlenen. Hier en daar echter hoort men betuigen dat de belangstelling voor de vele Koerden die het land binnen zijn eigen grenzen herbergt, best wat groter mag worden.

`Herbergt' is in dit geval trouwens eufemistisch gebruikt. De Griekse autoriteiten weten nauwelijks wat ze moeten aanvangen met de honderden Koerdische families, merendeels uit Irak, die het land illegaal binnenstromen, aangevoerd door meestal Turkse `mensenhandelaren' die hun lading op de meest onwaarschijnlijke plekken afzetten - eergisteren weer 177 op het eilandje Armathia, ditmaal uit Syrie - nadat ze voor het vervoer duizenden dollars per persoon hebben ontvangen. De meesten komen aan de kust het land binnen, maar ook aan de landgrens met Turkije, gemarkeerd door de rivier de Evros, kunnen zij vaak vrij makkelijk passeren, mede doordat Turkije hen maar al te graag kwijt wil.

Onlangs onderschepte de Griekse politie een vrachtauto vol illegale immigranten bij Kavalla, in Noordoost-Griekenland. Een aantal sprong uit de nog rijdende vrachtauto en probeerde te ontkomen. De politie maakte jacht op hen en sloeg en schopte op de door honger uitgemergelde vluchtelingen. De televisiebeelden hiervan veroorzaakten nogal wat deining.

Soms is de ontvangst vriendelijker, vooral als er veel kinderen bij zijn. Een groep van meer dan 200 Iraakse Koerden, die onlangs op Kreta `aanspoelden' werd liefderijk behandeld, zowel door de bevolking als door de kerk. Bijna eenderde bestond uit kleine kinderen. Maar hun lot is totaal onduidelijk.

Het schrijnendst is momenteel de toestand op Koumoundourou, een uitgestrekt plein in het centrum van Athene waar eerst 100, nu al 800 Koerden hun toevlucht hebben gezocht. Zij bivakkeren al twee maanden op het plein en zoeken tijdens regenbuien, die zich steeds vaker voordoen, beschutting in portieken en winkelpassages aan de kant. De kerk zorgt ervoor dat zij niet verhongeren. De televisie houdt zich vooral bezig met de lokale bevolking, die betuigt dat `het zo niet langer gaat'.

Deze Koerden, veelal leraren en andere intellectuelen uit de steden, doen er alles aan om duidelijk te maken dat ze geen economische vluchtelingen zijn, maar politieke. Ondanks de barre omstandigheden zien ze er netjes uit; er functioneren drie openlucht kappers in dit pleindorp. Lang niet allen hebben in Griekenland asiel aangevraagd, omdat ze dat te zijner tijd in een West-Europees land hopen te doen.

Het is overigens een klacht van het Hoge Secretariaat voor de Vluchtelingen en Amnesty International, dat het aanvragen van politiek asiel in Griekenland zo moeilijk wordt gemaakt en zelfs wordt tegengewerkt.

De boven beschreven groep die op Kreta landde kreeg aanvankelijk van de politie te horen dat zulks onmogelijk was, dat er geen papieren beschikbaar voor waren, enzovoorts. Ingediende aanvragen worden zeer zelden ingewilligd. Het gaat om een aantal van twee tot vier procent, terwijl dit in Turkije 15 procent is en in West-Europese landen 35 tot 45 procent.

De opvang is ook verder gebrekkig. De organisatie Medecins du Monde verzorgt een klein modelkamp even buiten Athene; en de Griekse staat organiseert al vele jaren het centrum in Lavrion op zeventig kilometer van de hoofdstad, dat echter slechts plaats biedt aan 400 personen. Koerden die bivakkeerden op het spoorwegemplacement van Patra werden in een militair kamp bij Loutraki ondergebracht, maar trokken druppelsgewijs allen weer terug omdat ze bij Patra de schepen naar Italie kunnen zien vertrekken.

In 1996 heeft het Griekse parlement een wet aangenomen die voorziet in betere opvang en meer faciliteiten voor de vluchtelingen. Maar deze wacht nog steeds op inwerkingtreding doordat zij door de minister van Openbare Orde nog niet bij de president ter ondertekening is voorgelegd.