Gedicht van Mulan

van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie (Meulenhoff, 1991)

Gesmoorde snikken, weer gesmoorde snikken -

Mulan zit bij de deur aan 't weefgetouw.

Het klikklak van de weefspoel hoor je niet

Je hoort haar slechts haar diepe zuchten slaken!

Je vraagt op wie ze wel verliefd mag wezen

Je vraagt naar wie zij dan wel zo verlangt -

Er is geen sprake hier van een verliefdheid

Er is geen sprake hier van zo'n verlangen!

Vannacht zag zij de oproep voor het leger

De Chan brengt groots zijn troepen in het veld.

Het lichtingenregister telt twaalf rollen

En elke rol vermeldt haar vaders naam!

Haar vader ach! heeft geen volwassen zoon

Mulan helaas! heeft geen oudere broer -

Daarom wil zij een paard en zadel kopen

Want in haar vaders plaats trekt zij ten oorlog!

De Oostermarkt: ze koopt het fierste paard

De Westermarkt: ze koopt er dek en zadel.

De Zuidermarkt: daar koopt ze bit en hoofdstel

De Noordermarkt: ze koopt een lange zweep.

Dan neemt ze 's ochtends van haar ouders afscheid

En 's avonds slaapt ze bij de Gele Stroom -

Ze hoort niet meer de stemmen van haar ouders die haar roepen

Ze hoort nog slechts het vlietend water van de Gele Stroom dat zwalpend klotst.

In alle vroegte neemt ze daarvan afscheid

En 's avonds is ze op de Zwarte Berg -

Ze hoort niet meer de stemmen van haar ouders die haar roepen

Ze hoort nog slechts de steppepaarden hinniken op de Zwaluw-bergen.

Duizenden mijlen ijlend naar het slagveld

Over de passen trekkend vliegensvlug:

Door noorderstorm gedragen bronzen potgong

Door winterlicht beschenen ijzeren harnas.

De commandant was in de strijd gesneuveld

De krijgers keerden eerst na jaren weer.

De weergekeerden zien de Zoon des Hemels

De Zoon des Hemels op zijn keizerstroon!

Verdiensten worden keer op keer beloond:

Hij schenkt nog meer dan honderdduizend snoeren!

De Chan vraagt Mulan wat zij wel mag wensen

Zij antwoordt hem: “Ik taal niet naar het hoogste ambt ten hove!

Leen mij alleen de snelle voeten van uw raskameel

En breng uw kind naar zijn geboortestreek!'

Wanneer haar ouders van haar thuiskomst horen

Gaan zij de stadspoort uit haar tegemoet.

Wanneer haar zusje van haar thuiskomst hoort

Tooit zij zich bij de deur in feestgewaad.

Wanneer haar broertje van haar thuiskomst hoort

Slijpt hij zijn mes en slacht gehaast een varken en een schaap!

“Doe mij de poortdeur van mijn kamer open

En laat me zitten op mijn eigen bed

Trek mij het kolder uit waarin ik streed

En kleed me in de rok die 'k vroeger droeg!

Ze schikt haar wolkenlokken bij het venster

En voor de spiegel brengt ze moesjes op.

Ze komt de poort uit, groet haar kameraden

En al haar kameraden staan verbaasd:“Twaalf jaren lang marcheerden wij tesamen -

Nooit hebben we geweten dat Mulan een meisje was!'

“De poten van de rammelaar zijn rap

De ogen van de moerhaas blikken schichtig

Maar rennen beide hazen naast elkaar

Wie kan dan onderscheiden of ik man ben dan wel vrouw?'