Excuus-diplomatie China faalt

TOKIO, 27 NOV. De controverse over het Japanse oorlogsverleden heeft een schaduw geworpen over het staatsbezoek van de Chinese president Jiang Zemin aan Japan. Japan wantrouwt het Chinese verzoek om nog meer verontschuldigingen.

`Een machtsspel waarbij Japan dit keer eens geen slappe knieen heeft getoond.' Zo karakteriseert de conservatieve krant Sankei vandaag in haar hoofdartikel het diplomatieke gevecht tussen China en Japan over het Japanse oorlogsverleden. Het resultaat van de Japans volharding was dat de Chinese president Jiang Zemin en premier Keizo Obuchi gisteravond niet feestelijk voor de camera's verschenen om de slotverklaring van hun topontmoeting te ondertekenen.

China eiste een expliciet Japans excuus in deze slotverklaring, maar Japan heeft dat geweigerd. De Japanse positie is heel simpel. In 1972 heeft de Japanse regering in een gemeenschappelijke Japans-Chinese verklaring haar “diepe berouw' uitgesproken over het leed dat China is aangedaan. Met die verklaring werden de diplomatieke relaties hersteld, waarbij China afzag van herstelbetalingen. Aangezien de toenmalige Chinese regering met het “diepe berouw' kon instemmen, moet ook de huidige president Jiang Zemin daar maar tevreden mee zijn.

Maar Jiang is niet tevreden en komt als nieuwe Chinese leider 26 jaar later opeens met de boodschap dat Japan dieper door de knieen moet. Ook al willen beide landen juist het oog op de toekomst richten, de verklaring van 1972 is niet meer voldoende. De achterliggende gedachte die Jiang aanvoert, is dat “de toekomst niet in zicht komt als men de geschiedenis niet uitvoerig bespreekt', zoals hij gisteren tegen Obuchi zei. Maar ook Jiang moet erkennen dat Japan in het verleden al vele malen zijn excuses heeft uitgesproken. Dus zei Jiang gisteren tegen premier Obuchi dat hij in het algemeen “de houding van de Japanse regering waardeert', waarbij hij verwees naar de verontschuldigingen die toenmalig premier Tomiichi Murayama in 1995 - 50 jaar na het einde van de oorlog - opnieuw uitsprak.

Ondanks deze waardering voor Japan, zei Jiang echter dat hij “niet kan begrijpen' dat er nu mensen zijn in Japan “die uitspraken doen die daar geheel tegenovergesteld aan zijn'. Jiang doelt op uitspraken die af en toe uit de mond van conservatieve Japanse politici zijn te horen en waarin degebeurtenissen uit de oorlog worden gebagatelliseerd. Het verzoek dat Jiang daar vervolgens aan vast knoopt, klinkt uit de mond van de leider van een totalitair land niet geruststellend: “Ook al begrijp ik dat er vrijheid van meningsuiting is, ik wil graag dat de Japanse regering de lessen uit het verleden nog eens serieus op een rij zet en de bevolking de juiste kennis bijbrengt.'

Maar zou dat werkelijk alles zijn wat Jiang wil met zijn verzoek om een nieuw formeel excuus? Het Chinese persbureau Nieuw China, vandaag geciteerd in de Sankei, bericht dat Jiang de kwestie hoog opneemt. “Van alle grootmachten is Japan het land dat het Chinese volk het meeste leed heeft berokkend' zo zegt president Jiang, die verder opmerkt: “Japan heeft een schuld aan China.' De Sankei concludeert dat Jiang de zaak wil blijven aankaarten. Uit Jiangs woorden blijkt alleen niet hoe Japan deze schuld concreet zou moeten voldoen. Of, bijvoorbeeld, een mondeling excuus voldoende zou zijn. Waarschijnlijk heeft ook de Japanse regering zo zijn twijfels over deze kwestie. Zo zegt een Westerse diplomaat: “De Japanse regering is doodsbang voor wat er aan eisen zou kunnen volgen als ze op de Chinese eis voor een uitgebreider excuus zou ingaan.' Bijvoorbeeld financiele genoegdoening.

Zo wordt Japan niet alleen geconfronteerd met de ontevredenheid van Jiang Zemin. In de Verenigde Staten lobbyen Chinese Amerikanen actief voor een wetsvoorstel van afgevaardigde William Lipinski, waarin Japan wordt opgeroepen zich te excuseren en compensatie te betalen aan alle slachtoffers uit de oorlog.

Een Japanse publicist heeft eerder gemeend achter deze lobbyisten de hand van de Chinese regering te kunnen constateren. Het wetsvoorstel-Lipinski ligt bij het Congres, maar lijkt niet veel kans te maken omdat Japan als militaire vazal nu eenmaal te belangrijk is voor de VS. Bovendien zijn de VS nota bene het land dat Japan heeft verslagen, bezet, en vervolgens geheel naar eigen wensen heeft herschapen.

In Japan zelf hecht ondertussen de meerderheid van de pers niet al te veel waarde aan de rel over het excuus. De slotverklaring is uiteindelijk wel uitgebracht. China en Japan zijn nu een `Partnerschap voor Vriendschappelijke Samenwerking voor Vrede en Ontwikkeling' aangegaan en de toekomst moet maar uitwijzen wat de waarde van deze mooie woorden is.

Alleen de eerder genoemde, conservatieve Sankei heeft flink moed geput uit de gebeurtenissen. De krant beschouwt het steekspel van de afgelopen dagen puur als een machtsspel en laat China weten dat Japan genoeg heeft van het geklaag over de geschiedenis: “Als de Chinese regering ervan overtuigd was dat het prikkelen van het Japanse `historische besef' haar sterkste diplomatieke kaart was, dan zal ze er zich nu van bewust zijn dat dit een grote vergissing was.' De krant sluit af met de mededeling: “Aansluitend op de recente Koreaans-Japanse verklaring, kunnen we stellen dat we met deze Chinees-Japanse verklaring het doek moeten laten vallen over de `excuus-diplomatie'.'