Een boom opzetten met Moeder Natuur

Irene van Lippe-Biesterfeld: Samen. De natuur als familie. Fontein, 189 blz. f29.90

Twee boekjes geeft uitgeverij Fontein uit die de mensen dichter bij de natuur moeten brengen. De wegen waarlangs die toenadering gezocht wordt konden niet meer uiteenlopen: een oude natuurlijke historie, en een nieuwe natuurfilosofie. Het boekje van Heimans en Thijsse is een herziene druk die door oorlogsomstandigheden nooit verschenen is.

De wandelgids, voor het eerst in 1900 gepubliceerd, beleefde elf drukken voor 1940, en heeft zijn werk dus al gedaan. Toch meende de bewerker dat een nieuwe druk meer dan een curiositeit zou zijn. In kort bestek levert het boekje een overzicht van wat er in elke maand van het jaar buiten te beleven valt, een flora van de meest voorkomende planten die een wandelaar op zijn pad ontmoeten kan, en nog wat wetenswaardigheden over hommels, paddestoelen, vlinders en kevers. Over vogels, toch een favoriet onderwerp van natuurliefhebbers, is het boekje teleurstellend kort. Tot op zekere hoogte wordt dat gemis vergoed door de grote 'kleine flora'. Ruim driehonderd bomen en planten, van aalbes tot zwarte nachtschade, introduceren de schrijvers met een ruwe schets en een korte beschrijving.

Van de grondige Geillustreerde Flora van Nederland (1899) waarvan Heimans en Thijsse ook de auteurs waren, naar deze `catalogus' is een grote stap, en hier tonen de auteurs hun talent van begenadigde popularisator. In onze dagen wordt in dit soort gidsen de weergave-techniek ten volle uitgebuit, maar weinig moderne teksten kunnen zich meten met de rake typeringen van bloemen en planten door de oude natuurvrienden. In die aardigheden gaat voor de huidige lezer ook vaak de verbazing schuil over een verloren wereld: `De mestkar doet zijn triomftocht over weiden en hooilanden', staat er genoeglijk bij de maand maart. Alleen boeren verheugen zich tegenwoordig nog in de stank van hun gierwagens. En de bonte kraai die in maart `hoe langer hoe levendiger speelt en roept de hele dag', behoort ook niet meer tot de vanzelfsprekendheden van de Nederlandse natuur.

Na het `succes d'estime' van prinses Irene's Dialoog met de natuur (1995) verschijnt nu het vervolg, waarin de samenspraak tot verwantschap is uitgegroeid.

Het boek bestaat uit vijfenzeventig reacties van mensen die haar cursus `dialoog met de natuur' hebben gevolgd, aaneengepraat door spreuken en oefeningetjes van prinses Irene: `Ga naar buiten en voel welk element bij je hoort. (water, lucht, zonnevuur, aarde.) Geef het een groet op je heel eigen manier.' Onder de inzendingen zijn eenregelige versjes en lange ontboezemingen, maar veel reacties volgen eenzelfde stramien. De cursisten, voor het merendeel vrouwen van zekere leeftijd, lopen met hun ziel onder hun arm de tuin in, onzeker over wat ze met de goede raad van de prinses aan moeten. Ze zetten zich evenwel over hun twijfel en verlegenheid heen en zoeken de steun van een boom. Vooral beuken doen het goed. Het advies van de boom is meestal eenvoudig: `durf !', en `wees !', en in een enkel geval mogen de cursisten delen in de zorgen van de boom over de voortschrijdende milieuvervuiling. Ze putten dan troost uit de solidariteit met al wat leeft. De eenwording, de weg van `alleen' naar `al-een', is een weerkerend thema in de verhalen. Maar ook praktischer problemen worden aangevat: een vrouw die overlast van muizen heeft wendt zich via meditatie tot de `moedermuis', en bespreekt in overleg de voorwaarden waaronder de muizen welkom zijn. Het resultaat kan zich meten met de avonturen van de muizen Lodewijk en Suzie uit Annie Schmidts Otje (1980), nu te bewonderen op televisie.

Bij een vorige gelegenheid gaf prinses Irene al blijk meer sympathie te koesteren dan kennis van zaken te hebben (lama's in de Himalaya, koningsadelaars in Engeland) en ook haar leerlingen geven de voorkeur aan liefdesbetuigingen boven een onderzoek naar de verhouding tussen mens en natuur. De gids van Hermans en Thijsse kampt na een eeuw met ouderdomsverschijnselen, maar de toenaderingspogingen van de prinses bezwijken meteen al onder de goede bedoelingen.

    • Samuel de Lange