Edelman, bedelman, butler, soldaat

Rowan Atkinson, Richard Curtis, Ben Elton: Blackadder The Whole Damn Dynasty. Michael Joseph (Penguin), 455 blz. f48,95 (geb.)

`Ik wil herinnerd worden wanneer ik dood ben,' zei de door Rowan Atkinson gespeelde titelheld van de Engelse televisiekomedie Blackadder the Third in de aflevering `Duel and Duality' (1987). `Ik wil dat er boeken over me geschreven worden. Ik wil dat er liederen over me gezongen worden. En dan, over een paar honderd jaar, wil ik dat er wekelijks op prime time episodes uit mijn leven worden nagespeeld door een grote klassieke acteur van die tijd.'

De wens van deze even ambitieuze als fictieve butler is in vervulling gegaan. Niet alleen werden hij en drie andere leden van zijn geslacht vereeuwigd (en bezongen) in een 24-delige BBC-televisieserie met de beroemdste Engelse komiek van de jaren tachtig en negentig in de hoofdrol; ook werden de scenario's van hun avonturen negen jaar na het eind van de serie (1989) verzameld in een dik boek. Blackadder The Whole Damn Dynasty bevat de afleveringen van The Black Adder, waarin Edmund, de hertog van Edinburgh, aan het eind van de vijftiende eeuw probeert het bewind van zijn vader Richard IV te overleven; van Blackadder II, waarin Lord Edmund is onderworpen aan de grillen van koningin Elizabeth I; van Blackadder the Third, waarin Blackadder anno 1805 zucht onder de domme geilheid van de Prince of Wales; en van Blackadder Goes Forth, waarin Captain Blackadder probeert te ontkomen aan de loopgravenoorlog in 1917. In speciaal toegevoegde bonushoofdstukjes wordt de voorgeschiedenis van het illustere geslacht behandeld van de Keltische vorst Blacadda tot de mislukte kruisvaarder Blackadder the Chickenheart en krijgen we inzicht in middeleeuwse artsenij, het Engelse klassensysteem in de late 18de eeuw en een afgekeurde bladzijde van het fameuze woordenboek van Dr Samuel Johnson.

Dit laatste caput selectum, een lijst met onzindefinities in de trant van `LADY: A female gentleman', sluit aan op misschien wel de beste episode van de serie, het Jane-Austenesk getitelde `Ink and Incapability'. De perfect geconstrueerde plot, in gang gezet doordat Blackadders oerdomme hulpje Baldrick per ongeluk het vuur aanmaakt met het manuscript van Johnsons Dictionary, steekt de draak met de Londense literaire cultuur aan het eind van de 18de eeuw (koffiehuizen vol tuberculeuze poeten) en biedt de kenmerkende elementen die de Blackadder-scenario's zelfs bij herhaling het herlezen waard maken.

Er zijn absurdistische dialogen, uitzinnige verbale vernederingen en flauwe woordspelingen die ad hilaritatem doorgevoerd worden. De schrijvers Rowan Atkinson, Richard Curtis en Ben Elton leven zich uit in verrassende anachronismen (in 1600: `dead as a ... dead dodo') en vooral gevatte replieken. Wie niet kan lachen om het ingewikkelde Latijns-Engelse taalgebruik van Dr Johnson, doet dat wel wanneer Blackadder de pedante geleerde tot wanhoop brengt met reeksen verzonnen woorden die niet in zijn `alomvattende meesterwerk' staan: `Leaving already, Doctor? Not staying for your pendigestatory interludicule?'

Natuurlijk mist de lezer van het Blackadder-boek het acteren van Rowan Atkinson, die met een sneer in zijn stem en een gezicht van elastiek perfect gestalte gaf aan de vileine edelman-bedelman-butler-soldaat. Maar anders dan bij Atkinsons grootste succes, Mr Bean, draait het bij Blackadder in de eerste plaats om de taal, en die komt op papier goed tot zijn recht. De precieze inhoud van Blackadders fameus voort-

rollende beledigingen is nu rustig en letterlijk na te lezen een selectie uit de hoogtepunten is zelfs als appendix aan The Whole Damn Dynasty toegevoegd. Over een propagandablaadje in de loopgraven: `het grootste fictiewerk sinds de eed van trouw werd ingelast in het Franse trouwceremonieel'. Over premier Pitt: `hij is ongeveer zo effectief als een kattenluikje in een olifantenverblijf'. Tegen Baldrick: `jouw diensten zijn net zo nuttig als een kapperszaak op de trappen van de guillotine.' En tegen de Elizabethaanse Lord Percy: `The eyes are open, the mouth moves, but Mr Brain has long since departed, hasn't he, Perce?'

Ook Blackadders onvergelijkelijke metaforen dringen zwart op wit eenvoudiger door.

`Ik ben arm als een kerkrat,' zegt hij in aflevering `Amy and Amiability', om het cliche vervolgens belachelijk te maken met een turbo-uitweiding die ik me van de televisie niet meer kon herinneren: `arm als een kerkrat die net een enorme belastingaanslag heeft gekregen op de dag dat zijn vrouw ervandoor is gegaan met een andere rat plus alle kaas die er in huis was.' Voeg daarbij de op papier veel duidelijker overkomende parodieen op het Engels door de eeuwen heen Shakespeareaans 18de-eeuws, hengsteballenpraat uit Cambridge en de goed verstopte verwijzingen naar historische situaties, en je hebt een boek dat voor de humor doet wat Johnsons Dictionary deed voor de Engelse taal. Kniesoren mogen zeggen dat De Dikke Blackadder half zo leuk is als de televisieserie, maar dat is nog altijd tenminste twee keer zo leuk als de rest van de humor in boekvorm die rond Sinterklaas in de winkels terechtkomt.