`Echt' zegt niets; Lewinsky is een personage op zoek naar een auteur

“Je moet vooral met je kunstzinnige vingers van de werkelijkheid afblijven”, stelt Bas Heijne vast. Vormgeving wordt meer en meer verdacht. Veel kunstenaars prefereren de werkelijkheid boven de fictie en de schrijver wordt als personage bij zijn eigen boek geleverd.

Twee vrouwen. De een is jong, even onzeker als ambitieus, berekenend op een naieve manier. Ze heeft een afkeer van haar eigen lichaam, ze eet teveel, kleedt zich als een vrouw van twee keer haar leeftijd. De ander is ouder, zij worstelt met de vergangelijkheid, ze rent van kapsalon naar schoonheidsspecialist.In haar raast de woede om alles wat het leven haar niet gegeven heeft. Op de achtergrond van hun vriendschap bevindt zich het Belangrijke Personage, een man van macht en aanzien. De jonge vrouw is in zijn ban geraakt, dacht even hem veroverd te hebben, maar hij ziet haar ineens niet meer staan. In lange telefoongesprekken stort ze haar hart uit bij haar vriendin. Die blijkt de spin in een web van politieke intriges, ze wil niets liever dan het Belangrijke Personage ten val brengen. Met valse sympathie ontlokt ze haar jonge vriendin seksuele details over haar geheime ontmoetingen met de man. Hun gesprekken over deze gevaarlijke verbintenis legt ze heimelijk vast. Haar vriendin zal er hopeloos verstrikt door raken.

Maar is die vriendin eigenlijk wel zo onschuldig? Tijdens een van hun gesprekken merkt zij op dat ze een vreemd geklik hoort. Wat is dat? vraagt ze. Gewoon, niks, mijn kauwgum. OK, zegt ze, maar door de toon waarop ze dat zegt vermoed je dat ze wel degelijk iets in de gaten heeft. Wie gebruikt wie?

Het is een kort verhaal, of een toneelstuk, misschien een roman - alleen kent iedereen de feiten al. De telefoongesprekken tussen Monica Lewinsky en Linda Tripp zijn vrijgegeven als bewijsmateriaal en door iedereen te beluisteren via het Internet. Een vreemde gewaarwording is het, wanneer je die twee Amerikaanse vrouwenstemmen in je huiskamer hoort. Je voelt de opwinding van de voyeur, want het gebabbel is onmiskenbaar echt en niet voor jouw oren bestemd.

Tegelijk zijn de gesprekken zo onwerkelijk als een dialoog uit een toneelstuk. Het zijn echte mensen die je hoort, maar ze zijn ook personages. Het is alsof je luistert naar een scene uit een hedendaagse toneelbewerking van Les liaisons dangereuses, met Linda Tripp als Mme de Merteuil.

Intieme details

Die dubbelzinnigheid van de werkelijkheid die zich opdringt als fictie kun je moeilijk nieuw noemen. Zodra ze beschreven werden kregen historische persoonlijkheden altijd al trekjes van personages. Maar niet eerder werd je er zo snel en zo direct mee geconfronteerd. Dat is allereerst een gevolg van de techniek - er is een wereld van verschil tussen een geschreven verslag van de gesprekken tussen Lewinsky en Tripp en hun echte stemmen die de hele wereld overgaan maar ook door de hoeveelheid intieme details die door de media bekend worden gemaakt. Het blijft verbazen hoe snel je vertrouwd raakt met de figuur van Lewinsky iemand die nog geen jaar geleden volstrekt afwezig was in je leven. Maar hoeveel je ook van haar weet, en dat is ontzagwekkend veel, ze bestaat niet echt. Voor een deel is ze fictief. Ze is geheel opgetrokken uit beelden en woorden.

Dat maakt haar uiterst kneedbaar. De tapes die op het Internet te horen zijn, vertellen geen verhaal met een kop en een staart - die moet je er zelf bij verzinnen. Monica Lewinsky is een personage op zoek naar een auteur. Haar verhaal kan vele vormen aannemen: een tabloid-documentaire zoals die deze week op RTL 5 te zien is geweest of een gedicteerd Haar eigen verhaal aan de ghostwriter van prinses Diana. Het kan een verantwoorde studie worden over een bizarre episode in de Amerikaanse politiek. Of het wordt een serieuze roman, een mengeling van feit en fictie, geschreven door Norman Mailer of Don DeLillo,die van Lewinsky, half intrigante, half domme geit, een tragisch personage maken op het scherp van de snede van het persoonlijke en het publieke leven.

Hoe nodig is het om er een verhaal van te maken? Steeds vaker beweren kunstenaars - schrijvers, filmers - dat ze de werkelijkheid veel interessanter, oneindig veel dramatischer vinden dan het verzonnen verhaal. Een goed voorbeeld is de veelbesproken documentaire De keuken van Kok, die Niek Koppen maakte over de verkiezingscampagne van de PvdA. De titel geeft eigenlijk al aan wat er aan die film schort: het is letterlijk een lang, heel lang kijkje in de keuken van het politiek bedrijf. Een verhaal wil het nadrukkelijk niet worden. Koppen wil iets laten zien, maar hij wil geen verhaal vertellen. Het resultaat? Wim Kok steekt zijn neus in een broodje, je ziet de jonge honden van de politiek in hun kwetsbare momenten en in hun genadeloze ambitie, je hoort hoe partijvoorzitter Karin Adelmund met afgemeten vriendelijkheid de grond in wordt gestampt; het is allemaal echt gebeurd, maar het zegt niets. Je wordt aan het denken gezet, maar je geest schiet alle kanten op.

Nooit wordt iets duidelijk dat achter het zichtbare ligt, nergens heeft deze documentaire de gelaagdheid van een kunstwerk. De keuken van Kok lijdt onder een fataal euvel: hij lijkt te veel op de werkelijkheid. Wat er overblijft, is niets meer dan een braaf voyeurisme. Keurige roddel voor mensen die liever een zweetdruppel op het hoofd van Wim Kok zien parelen dan lezen over de reuma van Gordon of het nieuwe kapsel van Vanessa. Er is geen wezenlijk verschil.

Terwijl onze werkelijkheid zich steeds fictiever voordoet, verlangen we van de kunst dat ze realistischer, echter wordt. Het is een paradox die op het eerste gezicht moeilijk te begrijpen is: hoe kan het dat de behoefte om werkelijke gebeurtenissen te dramatiseren steeds groter wordt, terwijl er steeds minder animo bestaat voor het van begin tot eind verzonnen verhaal?

Er valt in de kunst een groeiende weerzin te bespeuren tegen de vorm. Die wordt beschouwd als een barriere tussen de kunstenaar en zijn ervaring. In de fotografie, las ik in Het Parool van 24 november heb je tegenwoordig het fenomeen van de zogenaamde Lomo-fotografen, mannen en vrouwen die er met hun cameraatje lukraak op losklikken, zodat de `ongeschminkte, alledaagse werkelijkheid' wordt betrapt. Waarom zou je die werkelijkheid moeten betrappen? Omdat hij in het echte leven langs je heen gaat. Je moet ook vooral met je kunstzinnige vingers van die werkelijkheid afblijven. Het enige dat je moet doen is haar registreren.

Het resultaat zal iets hebben van het gebabbel van Monica Lewinsky op het Internet. De toeschouwer moet zijn eigen kunstwerk maken, de kunstenaar is afwezig, nog veel meer dan Niek Koppen in zijn documentaire. Een lomograaf, zegt een 28-jarige aanhanger van het genre, is een anti-fotograaf.

Dan zegt hij iets vreemds: “Daar komt bij dat de vertekeningen nog eens benadrukken dat het een foto is en niet de werkelijkheid. Het is een werkelijkheid die je zelf kan maken, met de Lomo als legitimatie.”

Je hebt dus kennelijk een legitimatie nodig om je eigen werkelijkheid te maken. En de werkelijkheid die je op een zo achteloos mogelijke manier hebt vastgelegd, is niet de werkelijkheid. Het is alsof deze lomograaf zich schaamt om zichzelf te profileren als iemand die vorm geeft, om kunstenaar te zijn. Hij maakt geen kunst, zijn kunst moet hem overkomen.

Authentieke ervaring

Wanneer de grens tussen fictie en werkelijkheid vervaagt, wordt vorm al snel gezien als iets dat de directe ervaring in de weg staat. Vorm staat dan voor ijdelheid en onoprechtheid. En naarmate het dagelijkse leven minder direct beleefd wordt en het contact met de buitenwereld steeds vaker via een apparaat tot stand wordt gebracht, wordt van de kunst verwacht wat de kunst nu juist niet kan geven: de directe, authentieke ervaring.

In de literatuur lopen fictie en werkelijkheid steeds meer in elkaar over. Lezers zoeken het persoonlijke verhaal, en voor hen staat dat haaks staat op het verzonnen verhaal. En wanneer een verhaal verzonnen is, wil men weten wat de werkelijkheid achter dat verhaal is. Daar is lange tijd beschroomd over gedaan, maar dat is voorbij. Oscar van Gelderen, de Nederlandse uitgever van auteurs als Lulu Wang en Elle Eggels, verkondigde onlangs met de bravoure van iemand die zijn ongemak probeert te overschreeuwen, dat hij behalve zijn boeken ook het persoonlijke verhaal van de schrijfsters verkoopt. “Zo'n boek van Elle of Lulu kun je, gezien hun persoonlijke geschiedenis, toch niet objectief meer lezen? Hun persoonlijke verhaal is extra toegevoegde waarde waaraan je toch niet zomaar voorbij kunt gaan?” Deze literatuur wordt door hem aan de ene kant als kunst gezien, en aan de andere kant als een aanleiding tot een ander verhaal, dat van de schrijfster.

Het zijn teksten die niet op eigen benen kunnen staan, ze ontlenen hun betekenis aan hun context. Met andere woorden, ze worden gepresenteerd als niet-autonome kunst. Hoe verzonnen ze ook zijn, in dat opzicht verschillen ze niet van de tapes van Monica Lewinsky en Linda Tripp. De traditionele kritiek, had deze uitgever bedacht, dacht dat literatuur nog altijd geschreven werd door “wereldvreemde, pijprokende, op zolder wegkwijnende heertjes die zich in alle eenzaamheid wijden aan literatuur met een grote L”. Let op dat wereldvreemd, dat onthult alles. De schrijver die schrijft, daar zit volgens deze titelmanager, zoals hij zichzelf noemt, van nature iets levensontkennends in. En helemaal wanneer hij het `in alle eenzaamheid' doet.

Een auteur moet volgens hem helemaal niet schrijven, hij moet iets beleven. Een boek van zo'n schrijver is dan ook niets anders dan het tastbare bewijs van zijn ervaringen.

De schrijver die als personage bij zijn eigen boek geleverd wordt; het zou onzin zijn te beweren dat het een nieuw fenomeen is. Vergeleken met Jan Cremer is Elle Eggels een bedeesd muisje. Maar niet eerder werd het zo schaamteloos als voorwaarde gesteld. De figuur van de Grote Schrijver, een figuur zoals die tot op de dag van vandaag met zoveel zwierigheid wordt uitgebeeld door Harry Mulisch, heeft plaatsgemaakt voor de bekende schrijver, die zijn eigen persoonlijkheid niet verhult maar onthult. En het lijken waarachtig wel juist de meest vormbewuste schrijvers die tegenwoordig hun persoonlijke ervaringen inzetten als legitimatie van hun authentieke kunstenaarschap. De auteur Geerten Meijsing praat tegen Paul Witteman over zijn laatste boek vol waanzin en zelfmoordneigingen alsof hij vooral een praktisch zelfhulpboek heeft willen schrijven. Wees niet bang, met zoiets onechts als een kunstwerk heeft het echt niets te maken, luidt de nauwelijks verborgen boodschap, aan dit boek heb je iets. Het maakt, vreemd genoeg vooral een onoprechte indruk.

George Michael

Het is gemakkelijk smalen over een dergelijke artistieke uitverkoop, maar feit is dat er zowel bij publiek als bij veel kunstenaars een groeiende behoefte bestaat om de persoonlijke ervaring zo snel en zo direct mogelijk vorm te geven. Wat je gisteren hebt beleefd, is morgen een kunstwerk. Wat dat betreft is er niet zoveel verschil tussen de laatste video-clip van George Michael, een en al verwijzing naar zijn arrestatie wegens onzedelijk gedrag in een openbaar toilet, en boeken als I.M. van Connie Palmen en Taal zonder mij van Kristien Hemmerechts, beide zeer persoonlijke getuigenissen over een relatie die eindigt in de dood. Het werk is een zo direct mogelijke uiting van de kunstenaar geworden. En het staat niet langer op zichzelf, je moet iets van de maker weten. Als George Michael morgen een auto-ongeluk krijgt, weet je waar zijn volgende plaat over gaat.

Geen wonder dat kunstenaars die zich tegen deze tendens verzetten er een klassiek beeld van de kunstenaar tegenover stellen. Zij verlangen naar de schrijver of filmer of schilder met een wereldbeeld. Zij huldigen de kunstenaar die verdwijnt in zijn eigen vormen, die een autonome wereld schept, die een bestaande werkelijkheid weliswaar weerspiegelt, maar er niettemin los van staat. Vooral in de literatuur viert deze nostalgie hoogtij: schrijvers als P.F. Thomese en Allard Schroder jammeren de laatste tijd in het literaire tijdschrift De Revisor met veel oudtestamentaire toorn over de teloorgang van de roman als kunstvorm en van de klassiek gevormde, retorische zin. Zelf zouden ze het niet zo plat zeggen, maar zij pleiten voor onthaasting in de kunst. De boosdoeners zijn de autobiografische schrijvers, de auteurs die met hun zinnen zo dicht mogelijk op de huid van de ervaring willen komen.

Het lijkt me een misverstand om het wereldbeeld tegenover het zelfbeeld te stellen. De twee zijn niet onverenigbaar. Bovendien is dit geen tijd van alomvattende wereldbeelden; en wie niet langer kan leven aan de hand van een samenhangend gedachtengoed, gaat op zoek naar een levenshouding. Dat heeft vanzelfsprekend invloed op de kunst. Wanneer je relatie met de wereld om je heen, de werkelijkheid, verandert, verandert ook de manier waarop je die relatie vorm geeft. De kunstenaar die niet langer poogt de wereld naar zijn beeld te vormen, maar zich bezig houdt met hoe hij de wereld ervaart komt vrijwel altijd bij zichzelf terecht. Grote woorden verliezen hun algemene geldigheid zodra hij ze aanraakt, zijn eigen woorden kunnen niet meer heel de wereld buiten hem dekken, zonder kunstmatig of geforceerd te klinken.

Dat het autobiografische in de kunst toeneemt, is dus niet zo verwonderlijk - en ook niet zo verwerpelijk.

Maar wat afstoot, is de neiging om die kunst als werkelijkheid te presenteren. Aan de werkelijkheid, hoe klein en persoonlijk en dagboekachtig autobiografisch die ook is, zal altijd vorm gegeven moeten worden, daar helpt geen lomo aan. De kunstenaar die de wereld niet langer kan vormgeven, ontsnapt niet aan de noodzaak zijn eigen ervaringen vorm te geven. Registreren is niet scheppen. Een kunstenaar is niet zijn kunstwerk.

Hypocriet zijn de kunstenaars die afgeven op het kunstmatige van de kunst.In laatste instantie keren ze zich tegen de kunst zelf, net zoals titelmanager Van Gelderen dat doet. Vormen kunnen verouderen en verkalken, ze kunnen niet verdwijnen. Wie de afbeelding voor de werkelijkheid aanziet, is net zo naIef als de huisvrouw die `s nachts wakker ligt uit medelijden met prinses Diana en Monica Lewinsky. De kunstenaar die beweert de directe ervaring te scheppen, de werkelijkheid zelf, is de grootste fantast van allemaal. Hij schept geen kunst. Hij maakt kitsch van zichzelf.

Onze werkelijkheid doet zich steeds fictiever voor en wij verlangen van de kunst dat ze realistischer wordt