De blije leegte van het bestaan

Barbara Stok: Barbaraal tot op het bot. Strips door en over Barbara Stok. Nijgh & Van Ditmar, 128 blz. f25,-

Sommigen trachten de wortels van hun bestaan bloot te leggen door een optreden in een talkshow. Anderen hopen de vergetelheid voor te blijven door op Internet hun dagelijkse beslommeringen te tonen. Weer anderen maken het equivalent van reality-tv in stripvorm. In Barbaraal tot op het bot vangt Barbara Stok haar leven in nogal knullig getekende plaatjes, die desondanks binnen de kortste keren voyeuristische neigingen wekken.

Stok schetst het leven van een doorsnee Nederlandse jongere die haar draai nog niet heeft gevonden. Haar strips hebben geen plot en vaak geen duidelijk begin en einde. Het zijn een soort getekende dagboekpassages. In de VS verschijnen de laatste jaren wel meer autobiografische strips van vrouwen, maar in Nederland is Stok de eerste. Haar strip draait minder dan de Amerikaanse voorbeelden om harde seks, laat staan om sadisme en geweld. Bij Stok is seks eerder sukkelig te noemen, aandoenlijk haast.

Het is herkenning dan wel verwondering over de blije leegte van Stoks bestaan, die maakt dat je doorleest. `Tot op het bot', zoals de titel suggereert, gaat het album niet. Af en toe mengt Stok een miniem scheutje doodsangst door haar blijheid. Haar harkerige alter ego rilt even in haar bedje: `O shit... snel aan iets anders denken...', en weet zichzelf alweer te bevrijden door zich in te beelden dat ze aan het roer van een zeilboot staat.

De trivia van het leven, daar draait het om in Stoks strips, en om de bevrediging die alledaagse ervaringen schenken. Hiermee wekt ze telkens bijna de ergernis van de lezer op, maar de humor wint het meestentijds. Wat maakt het leven volgens Stok zo `leuk! leuk! leuk!'? `Narcisjes die uit hun knop komen', of `de wekker op allemaal gelijke cijfers zien staan'. Met extatische blik, kogelronde ogen, wijdopen mond, denkt het stripfiguurtje: `Dat ik dit mag meemaken!' En wat maakt het leven soms `kut! kut! kut!'? Nou, `als ik lekker wil dansen en er is een spiegel in de buurt', bijvoorbeeld. Of: `als iemand mijn antwoordapperaat niet inspreekt'. Als lezer wil je het allemaal weten en beamen. Je leeft mee alsof Barbera een vriendin van je is.

Af en toe is de weergave van Barbara Stoks leven al te gewild lullig. Dat het een kick geeft om voorover gebogen staand tussen je benen door te kijken, is te kleuterachtig om geloofwaardig te zijn. De stripfiguren stellen jongeren tussen de vijfentwintig en de dertig voor. Ook voert het exhibitionisme soms te ver. Dat het zo heerlijk is om `een harde wind te laten' of `een dikke drol te leggen' is gewoon vies om te lezen, niet schokkend, grappig of interessant.

Stok is een kei in de weergave van opdringerige jongens en foute onderbroeken.

Ze spaart zichzelf niet, maar tekent een zelfportret van een rommelige stuntelaar zonder borsten. Ze geniet van het leven, maar hoopt toch ook steeds op erkenning en waardering van anderen. Ze is onzeker, al voelt ze zich tegelijkertijd superieur. Op een borrel tussen oud-klasgenoten constateert ze woedend de enige te zijn die niet iets als `adjunct executive account director assistant' is geworden. Met de liefde in haar leven vlot het niet, met klaarkomen zelden. Dronken valt Stoks strip-alter ego telkens weer in bedden waar ze niet thuis hoort, om er een orgasme te faken. Het is, helaas voor haar zou je bijna zeggen, allemaal ongetwijfeld echt gebeurd.