Berouw en excuus

WAT WEERHOUDT de man die wroeging heeft over zijn misdaden om zich te verontschuldigen bij zijn slachtoffer? Dat is een vraag waarop de Japanse regering geen overtuigend antwoord heeft. Naar aanleiding van hun vroegere wandaden in Korea hebben de Japanners vorige maand in een schriftelijke verklaring aan de Zuid-Koreaanse regering hun berouw getoond en hun verontschuldigingen aangeboden. Tegenover de bezoekende president Jiang Zemin van China kwam de Japanse regering deze week niet verder dan mondeling haar spijt te betuigen over de slachtpartijen die de Japanners destijds onder de Chinese bevolking hebben aangericht.

Resultaat: de Chinese gast weigerde een gezamenlijke verklaring over de onderlinge relaties te ondertekenen.

De argumentatie van Japanse kant voor het gemaakte onderscheid was even formeel als dubbelzinnig. Japan had Korea bezet en overheerst, in China werd toen oorlog gevoerd. Dat wekt de indruk dat Japan zijn misdaden in China wil verklaren vanuit de oorlogssituatie - waar gehakt wordt vallen spaanders. Het eigenaardige van het oorlogsrecht is nu juist dat oorlog op zichzelf niet kan worden aangevoerd als verzachtende of verklarende omstandigheid voor oorlogsmisdaden. Daarom zou de Japanse regering geen verschil hebben moeten maken tussen Korea en China.

HET INCIDENT roept intussen opnieuw de vraag op wat de betekenis kan zijn van het eisen en het maken van excuses voor misdrijven die door vorige generaties zijn begaan en die alleen al daardoor naar het omstreden dogma van de collectieve schuld verwijzen. Er liggen, zo bezien, in de wereld nog heel wat rekeningen op vereffening te wachten. In een aantal gevallen zeer persoonlijke. De `troostmeisjes' die de Japanse overweldigers van dienst moesten zijn, komen in gedachten. Maar met Japan alleen is het verhaal niet volledig.

Mogelijk ligt het probleem in het dubieuze karakter van de excuusdiplomatie. Japanse woordvoerders beklaagden zich erover dat China altijd weer om verontschuldigingen komt vragen als het van Japan iets gedaan wil krijgen. Nu ging het om de status van Taiwan waarover Peking van Tokio een verklaring wilde analoog aan de verklaring die president Clinton onlangs tijdens een staatsbezoek aan China aflegde. Hoe het zij, het belang van de relaties tussen landen in het hier en nu laat zich moeilijk verbinden met een geloofwaardige zuivering van het verleden. De onmacht van staten om met een belast verleden in het reine te komen is langzamerhand een historisch feit op zichzelf.