Van A tot Zythum in bijna anderhalve eeuw

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) is klaar! Honderdtwintig jaar later dan voorzien. De voltooiing van het grootste woordenboek ter wereld wordt op dinsdag 1 december gevierd met een academische zitting in Leiden in aanwezigheid van koningin Beatrix en koning Albert. De ware held van het WNT is de Nederlandse taal.

IK ZIT IN HET Woordenboek der Nederlandsche Taal!

U gelooft me niet. U denkt misschien dat ik bedoel: het woord ik staat in het Woordenboek der Nederlandsche taal. Dat is ook zo. Maar er staat niet bij wie die ik is.

Of u denkt dat ik bedoel dat ik op dit moment zit te midden van stapels met woordenboekdelen, verkleinde pocketuitgaves afleveringen, supplementen, commentaren, cd`s, printjes, die ik van dat Woordenboek om mij heen op de grond heb gestapeld. Dat is ook waar, maar niets bijzonders voor wie er een stuk over gaat schrijven.

Of u denkt dat er in een Nederlands woordenboek een citaat van mij voorkomt. Dat is ook zeker het geval, zoals in de Dikke van Dale onder columnist ezelsbrug, gluipkop, neuken, onzin, opperlands, rede, schone, taal. Een mens is de combinatie van de trefwoorden waar men geciteerd wordt.

Maar ik heb het over het Woordenboek der Nederlandsche taal en dat is sinds 1850 de naam van het woordenboek van Matthias De Vries & Zonen dat zojuist, in de spelling van De Vries & Te Winkel, na anderhalve eeuw arbeid met het woord zythum is beeindigd. En daarin staat een zin die ik geschreven heb.

Hoe kan dat nou? De makers hebben immers in een vertwijfelde spurt om voor het jaar 2000 klaar te zijn moeten besluiten om geen citaten van na het jaar 1921 op te nemen. En in dat jaar had mijn vader nog niet eens mijn moeder in de alcoholvrije jeugdherberg van Petten (N.H.) ontmoet. Maar gelukkig - en soms ook ongelukkig - het WNT, zoals het veertigdelig gevaarte genoemd wordt, is mensenwerk. En mensen maken niet alleen vergissingen - het aantal in dit werk schat ik op een half miljoen - maar ze bedenken ook trucjes om zich niet aan de voorschriften te houden.

Dat deed een redacteur die aan de letter R werkte en het woord religie toebedeeld had gekregen, dat niet minder dan 23 kolommen beslaat. In dat artikel lezen we de zin

Dat 50% van de ingeschrevenen aan deze (de Amsterdamsche gemeentelijke) universiteit in het hokje godsdienst een streepje zette. Hiermede is voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse universiteit de meerderheid vrij van religie, Popria Cures

zonder vermelding van de schrijver, maar met vermelding van de vindplaats, namelijk het Amsterdamsche studentenblad Propria Cures. Ik was 40 jaar geleden redacteur van dat weekblad. De geciteerde zin is er niet een waar ik de eeuwigheid mee zal halen, maar ik schreef hem wel.

Hoe kwam ik mijn triomfeersel op het spoor? Dat ging heel eenvoudig, al zouden De Vries of Te Winkel er nooit van gedroomd hebben. Ik was op zoek naar zinnen waarvan elk woord eindigde op de letter n. Zo'n zoektocht is af te raden voor wie het met het mensenoog moet doen. Je zou een dorp Indiers een jaar aan het werk moeten zetten om zonder onze taal te kennen elke letter te bekijken. En dat is ook gebeurd. Dat dorp tikte het woordenboek, dat zich niet liet scannen, tot het woord Wraak over. En zo bezit ik een ceedeerom waar het WNT, met uitzondering van de beginletters Wraak, Xantippe en Zyzomys, in computerleesbare vorm in is gegrift.

Ik hoefde slechts een simpele opdracht te geven en mijn computertje schoof mij na negen uren zuchten negentien zinnen van negentien n-woorden in mijn uitgestoken handen. Ik zocht ze allemaal op om te kijken of er geen foutjes ingeslopen waren door de gebedsmalende Indiers en zo kwam ik in het artikel religie verzeild. Daar viel mijn warrig mensenoog op een zin die mij bekend voorkwam.

Gelukkig bezit ik de ingebonden jaargang 1958-1959 van het toen nog gezaghebbende Propria Cures en daar trof ik de zin, ietsje beter geformuleerd, inderdaad aan boven mijn initialen. Ik begrijp heel goed dat de ongehoorzame redacteur die auteursnaam niet noemde. Het studentenblad dateert van 1890 en het citaat had, afgezien van de inhoud, ook van Menno ter Braak ofHella Haasse kunnen zijn.

Ik ben trots. Maar trotser nog ben ik op het bezit van die 40 zware delen - waarvan de eerste door de oom van Charlotte Mutsaers aan mijn vader werden geschonken en waarvan de laatste, als het goed is in Amsterdam op mij liggen te wachten.

Tegelijk met De Vries waren Murray in Engeland en de gebroeders Grimm in Duitsland een soortgelijke onderneming begonnen. De Oxford Dictionary kwam met hulp van duizenden vrijwilligers al in 1928 klaar en een tweede gehomogeniseerde druk verscheen inclusief ceedeerom 60 jaar later. Ook het Deutsches Worterbuch is na vier of vijf oorlogsjaren in 1961 klaargekomen en daarvan is, net als van het WNT, een lichtere pocketherdruk verschenen, maar een ceedee zag ik niet. Frankrijk zocht het in het concurrentiemodel. Er zijn daar vier of vijf ravissante dictionnaires, maar geen nationaal woordenboek.

De Engelse broer van het WNT is als tweede editie beter, want consistenter, consequenter, competenter en recenter dan het WNT. De Duitse zuster oogt mooier omdat alle citaten literair zijn en duidelijk los op de pagina gedrukt. Maar ik kan de vergelijking niet maken, omdat ik Duitse en Engelse vergissingen en vermissingen natuurlijk minder opmerk dan Nederlandse.

Veel bombarie wordt altijd gemaakt over woorden die niet in het WNT staan. Voor de oudste delen was dat opzet: men wilde geen `import' opnemen.

Maar al gauw bleek dat het Nederlands een immigratietaal is, waarvan de binnenkomende woorden overigens altijd na korte tijd naar de Nederlandse mond gaan staan om in het Nederlandse oor te passen. Renate Dorrestijn klaagde kortgeleden in deze krant dat het woord `korenwolf' er niet in stond, maar ze zocht verkeerd. Ik geef toe dat het niet meevalt in een papieren exemplaar een woord te vinden. Hoofdredacteur Moerdijk toont in zijn nuttige Handleiding bij het WNT (1994) zelfs dat je soms op vijf manieren moet zoeken. Maar de cd lost dit natuurlijk op. Hij geeft in een tel de vier voorkomens van de korenmuis, die behalve een withaarhamster ook nog een een korenspeculant blijkt te zijn.

De cd wijst op pijnlijke wijze de inconsequenties vooroordelen, cirkelverwijzingen, tegenspraken, onzinnigheden overbodigheden van de zes generaties WNT-redacteuren aan. Wat een fraai stel is dat trouwens! We vinden er niet alleen de zoon van Beets, die zijn vader in tienduizend citaten vereeuwigde, maar ook de vader van Maerlant-biograaf Van Oostrom, de anarchist-communist, de luilak de ultraroomse Kruyskamp, en nog wat excentriekelingen die directeur Van Sterkenburg beschreef in zijn amusante Het WNT. Portret van een Taalmonument (1992).

De ware held van dit woordenboek is natuurlijk de Nederlandse Taal. De makers waren nooit geinteresseerd in de triviale vormcuriosa die mij al een halve eeuw wakker houden: een zin van drieletterwoorden, een volzin van Conscience waarin elk woord een n bevat. Als ik ze vind zijn ze daar onschuldig in beland. Nou ja: de zin

Triomfeersel; op de volg. plaats zooveel als: vreugde, pleizier. //Als beghinnende const doende, een fondeersel, Gheeft hij in kennisse luttel machts natuerlijc; Om proeven quam rasch sulcx triumpheersel.

Vant xtrackt ysrahels zoe, ORUL, Relig. Poezie

is door de zestiende-eeuwse dichter Crul natuurlijk opzettelijk gemaakt, maar een redacteur nam hem doodleuk als citaat voor het eenmalige woord triomfeersel.

Ik misbruik de tekst van het WNT alsof het een willekeurige dwarsdoorsnee van het geschreven Nederlands uit de laatste vijf eeuwen is. Meer dan een miljoen citaten uit bijna tienduizend boeken! Pijnlijk is dan dat je na enige tijd merkt dat sommige zinnen wel tien keer, bij tien verschillende trefwoorden, voorkomen. Maar de makers konden natuurlijk nooit vermoeden dat hun drukwerk door een machine gelezen zou worden. Of je nu het wonderschone Momo van Hafid Bouazza uit 1998 leest of het geestige Vincent Haman van Willem Paap uit 1898, of de utopische Bataafse Republiek van Gerrit Paape uit 1798, of de virtuoze Ovidius-vertaling van Valentijn uit 1698, altijd geeft het WNT antwoord op wat je over de bijzondere woorden in deze boeken die de rijkdom van het Nederlands bezingen, wilt weten.

Niemand kent het totale Nederlands van 1998, laat staan dat van de laatste eeuwen. Maar met de cd die over een paar jaar in elke in Nederland verkochte computer zal zijn ingebouwd, of beter: die op Internet geconsulteerd kan worden, zijn vele vragen direct te beantwoorden, wat ons de tijd geeft om over de niet-beantwoorde vragen na te denken.

Het Nederdiets lijf uit 1921, plus mijn zinnetje uit 1958, ligt geslacht, gezaagd en geetiketteerd voor ons. Als er een Boeing brandend op het Museumplein valt, zijn er van honderden Rembrandts en Van Goghs nog slechts plaatjes. Maar als er een verdwaalde kruisraket op Leiden valt, dan is er in Parijs nog een cd met alle Nederlandse woorden.

Natuurlijk behoort tot een taal meer dan de woordvoorraad, en we zullen nog even moeten wachten op een soortgelijke inventaris van klanken en zinnen, maar wij hebben na anderhalve eeuw iets wat weinig andere talen hebben: een bijna volledig woordenboek. Prijs u gelukkig dat u dat mag meemaken. Wens mij geluk dat ik er in sta. Wensen wij de redactie geluk dat het af is gekomen. Wensen wij Nederland en Vlaanderen geluk dat wij zo'n rijke taal hebben waar we zeker de hele eenentwintigste eeuw van kunnen blijven genieten. Aan het eind van die eeuw zal een Tweede Druk verschijnen. Zorg dat u daar in staat.