TIEN VERSCHILLEN

Tien verschillen tussen het Nederlands in Noord en Zuid:

1. Een Vlaming gaat door het park, een Nederlander loopt door het park.

2. Om 13 uur begint de namiddag in Vlaanderen, in Nederland de middag.

3. Een Vlaming eet een stukje peperkoek, een Nederlander kiest ontbijtkoek.

4. Een Vlaming neemt een pollepel soep en een soeplepel medicijn, een Nederlander houdt het bij een soeplepel soep en een eetlepel medicijn.

5. Een Vlaming legt een voetpad aan langs de rijweg, de Nederlander een stoep.

6. Een Vlaming krijgt les van een regent, een Nederlander van een leraar met een MO-akte.

7. Een Vlaming warmt prakjes op in de microgolf, een Nederlander heeft daar een microwave voor.

8. Een Vlaming recycleert zoveel mogelijk afval een Nederlander recyclet.

9. Een Vlaming geeft wel eens drinkgeld in het restaurant, een Nederlander geeft een fooi.

10. Een Vlaming ploft 's avonds uitgeput in zijn zetel, de Nederlander kiest zijn fauteuil.