Prijsvraag : Meer dan elfduizend woorden

Ruim elfduizend oplossingen kwamen er binnen op de prijsvraag `Come in action'. Ruim elfduizend Nederlandse suggesties voor veertig Engelse leenwoorden. Daar waren, schrijft de jury, pareltjes bij.

`COME IN ACTION' heette de prijsvraag die krap drie weken geleden op de Achterpagina van deze krant stond en dat was meteen tegen het zere been van verschillende inzenders. Hoe kun je nu vragen om Nederlandse tegenhangers voor veertig Engelse woorden en daar dan een Engelse titel boven zetten, zo vroegen sommigen zich geergerd af. Bovendien bevatte de kop een fout. Correct Engels zou zijn geweest `Come into action'. Die fout was opzettelijk gemaakt, als voorbeeld van steenkolenengels, maar dat was niet iedereen duidelijk. `Come in action' betekent in het Engels zoiets als “klaarkomen tijdens oorlogshandelingen', schreef een anglist.

Dat is juist, maar toch heeft de prijsvraag lezers vooral tot schrijven aangezet. Ongekend veel lezers zelfs. In precies twee weken tijd kreeg de jury ruim 450 reacties binnen met meer dan elfduizend oplossingen - een recordaantal voor oproepen of prijsvragen in deze krant. Niet alleen particulieren deden mee, maar ook groepen: afdelingen van universiteiten hogescholen en ziekenhuizen, uitgevers, vertalers, tekstschrijvers studenten, gezinnen, reclamebureaus en anglisten. Bovendien kwamen de brieven uit de hele wereld: van Amerika tot Zweden, van IJsland tot Japan.

Sommigen schreven brieven van wel zeven pagina's waarin zij uitvoerig hun gal spuiden over de `verderfelijke invloed van het Engels'. Anderen hoopten dat hun naam ooit in een woordenboek terecht zou komen. Opmerkelijk was hoeveel mensen dezelfde oplossingen aandroegen. Onderdrijving voor understatement, binnenhalen voor downloaden, aanhangsel voor attachment, botsballon voor airbag - ze werden door tientallen, soms zelfs door honderden mensen genoemd.

Sommigen verbaasden zich dat er naar die Engelse woorden werd gevraagd: ze gebruiken allang het Nederlandse equivalent.

Anderen waren sceptischer: ze deden mee omdat ze het een uitdaging vonden, en een goede tijdbesteding voor een druilerige zondagmiddag, maar of het nou echt zou lukken om die Engelse woorden te vermijden, daar hadden ze een hard hoofd in.

Beide partijen hebben gelijk. Dat bepaalde Nederlandse equivalenten vaak zijn genoemd, kan betekenen dat ze op termijn ingeburgerd zullen raken. Voor andere Nederlandse woorden geldt dat ze alleen een kans maken als bijvoorbeeld de media ze bewust naar voren schuiven. Veel inzenders wezen op de belangrijke rol die kranten wat dit betreft kunnen spelen (en terloops ook op de vele hinderlijke taalfoutjes in NRC Handelsblad).

Voor de duidelijkheid: de jury heeft helemaal niets tegen leenwoorden in het algemeen of tegen Engelse woorden in het bijzonder. Die kunnen om allerlei redenen uitstekend van pas komen, maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard kan zijn om te zoeken naar een lekker bekkend Nederlands equivalent, dat in een keer duidelijk is, geen spellingproblemen oplevert en, waar van toepassing, makkelijk vervoegt.

Dat hadden we aan de lezers gevraagd, en de meeste hebben zich daar voorbeeldig aan gehouden. Als uitzondering moet de woordspelige inzender worden genoemd: een onuitroeibaar, maar soms ook erg creatief en geestig ras. Hier en daar hebben wij voorbeelden gegeven van woordspelige inzendingen, maar het zal duidelijk zijn dat die woorden geen schijn van kans maken om ingeburgerd te raken.

Voor de jury was dat juist een belangrijk punt: we hebben gezocht naar woorden waarvan we denken dat ze veel kans van slagen hebben. Dat het woord door velen werd aangedragen wees soms al in die richting, maar je moet natuurlijk ook oog hebben voor de mooie vondst die aan alle overige criteria voldoet.

Ook die waren gelukkig voorhanden.

Er zitten, naar de mening van de jury pareltjes tussen, die algemeen gebruik verdienen. En die bovendien laten zien hoe vitaal het Nederlands is. Wij delen geenszins de angst van verschillende inzenders dat het Nederlands verloren zal gaan door de Let's-make-things-better-flauwekul van bekende meerlandenbedrijven die zichzelf liever afficheren als multinational.

Tot slot nog dit: vooral de nettermen waren lang niet bij alle inzenders bekend. Sommige lezers voelden zich daardoor een beetje buitengesloten (“als je niet oplet, word je zo buitenspel gezet door dat Internet'). December volgend jaar komt er een vergelijkbare prijsvraag. Wijs geworden door deze ronde zal er volgend jaar worden gevraagd naar Nederlandse tegenhangers voor maximaal tien leenwoorden die pas kort - een of twee jaar - in het Nederlands voorkomen. Dat maakt de kans groter dat de Nederlandse equivalenten ingeburgerd zullen raken.

Inzenders mogen de volgende keer slechts een oplossing per woord verzinnen, niet net zoveel als ze zelf willen. Dit heeft sommige medewerkers aan deze prijsvraag, bijna tot wanhoop gedreven. Het is de bedoeling voorlopig jaarlijks zo'n wedstrijd te organiseren. De oplossingen worden steeds begin januari bekendgemaakt als we allemaal nog van plan zijn er het beste van te maken, ook op het gebied van onze taal.