Onbedoeld afgrijzen

Soms zijn er van die spotjes die opvallen door hun lelijkheid, door hun volstrekte gebrek aan fantasie en waarbij het overduidelijk zichtbaar is dat het zo laag mogelijk houden van kosten het allesoverheersende motief was.

Zo'n spotje is `Man prijst assurantie-tussenpersonen'. Een in donker pak gestoken veertiger met serieus brilletje maakt een korte wandeling langs alle mogelijke soorten studiolampen, een reeks namen opsommend van grote en kleine verzekeraars om tot slot een pleidooi te houden toch vooral gebruik te maken van een `assurantietussenpersoon'.

De symboliek is even duidelijk als clichematig: deze tussenpersonen zijn een licht in de duisternis van verzekeringen, waar de consument door het bos de bomen niet meer ziet. De Vereniging van Nederlandse Assurantietussenpersonen zal tevreden zijn: ze komen in beeld en de boodschap wordt overgebracht tegen een ongetwijfeld schappelijk prijsje. Maar de uitvoering is gruwelijk en het is daarom een reele vraag of de boodschap overkomt.

Qua beeld is er in het spotje niets te beleven. Een man in pak wekt in het algemeen onmiddellijk argwaan, de blik dwaalt dan ook af naar het decor. Maar ook dit is statisch. Lampen doen niet veel meer dan waarvoor ze bedoeld zijn. De aandacht richt zich dan ook op de grote verscheidenheid aan studiolampen in het spotje, maar na drie of vier seconden is ook daar de lol van af. Vervolgens richt de aandacht zich op de boodschap, maar die beperkt zich op tot een opsomming van verzekeringsmaatschappijen, een serie namen die de meest menselijke onder de polisbezittende kijkers met afgrijzen zal vervullen, want wie heeft er niet eens een keer een claim al dan niet gedeeltelijk afgewezen gekregen of overhoop gelegen met een expert, die na een schademelding alleen maar de onheilspellende boodschap kon verkondigen dat er sprake was van `onderverzekering'? Er rest weinig anders dan het spotje gelaten uit te zitten, of weg te zappen.

Tenenkrommend is ook een spotje van Holland Casino's (een gokconsortium met overheidsbemoeienis dat wel op televisie mag adverteren waar dat tegenhangers met even verslavende producten verboden is), waarin zakenlieden na een dag hard onderhandelen met enkele Japanners die geen spier vertrekken tijdens de gesprekken, plotseling oog in oog staan met hun Oosterse partners bij de roulettetafel. Geschrokken kijken de zakenmannen de Japanners aan (ze voelen zich betrapt), maar dan ontvouwt zich een milde glimlach om de monden van de Oosterlingen. Het gezelschap eindigt vrolijk keuvelend in de bar.

Ook in dit spotje is de symboliek even duidelijk als clichematig: in een casino kun je niet alleen aangenaam `relaxen' het is ook nog eens een prima plek om het ijs te breken.

Technisch is het spotje in professionele handen geweest: licht en cameravoering zijn gelikt, de decoupage volgt keurig de boekjes. Maar de inhoud is zo belegen als overjarige Goudse kaas.

De vraag is of bezoekers van een casino dat ook niet zijn.