Natuurlijk gezag van politici lijkt zoek

DEN HAAG, 26 NOV. De relatie tussen politici en hun ambtenaren loopt van tijd tot tijd zware averij op. De media springen daar graag op in. Aan wie ligt dat? Aan die media of aan gezagsdragers die geen natuurlijk gezag meer uitstralen?

Wat hebben Hans Ouwerkerk, Arthur Docters van Leeuwen en Roel in 't Veld met elkaar gemeen?

Alle drie stonden ze bekend als krachtige bestuurders. Alle drie raakten ze verzeild in een tornado van een mediahype en chaotisch crisismanagement, waardoor ze hun baan kwijtraakten. Met alle drie kwam het daarna trouwens toch nog goed.

Nog een overeenkomst: alle drie waren ze gisteren aanwezig op een congres over `macht, gezag en mediahypes'. In 't Veld, verbonden aan de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur (NSOB), was een van de organisatoren. Ouwerkerk en Docters van Leeuwen zaten in de zaal als toehoorders. Daarmee kreeg het congres iets van een slachtofferreunie.

Bestuurskundigen en sociale wetenschappers analyseerden de gebeurtenissen rond het gedwongen vertrek van Docters van Leeuwen als voorzitter van het college van procureurs-generaal, en van Ouwerkerk als burgemeester van Groningen. Wat vertellen ze ons over het openbaar bestuur? Verkeert het in een crisis door heksenjachten van media pr-functionarissen en organisatieadviseurs? Of horen de groeiende rol van de media en de publieke opinie juist bij een dynamische, moderne democratie?

De bestuurskundige Rosenthal, expert in crisismanagement, begon somber. Volgens hem groeit de `verkramptheid' tussen politiek en ambtenarij. De een vertrouwt de ander soms zelfs niet meer, en dat is wederzijds. De politiek moet de ambtenarij te vaak en te expliciet om loyaliteit vragen, paars bijvoorbeeld met zijn kreet `primaat van de politiek'. Ambtenaren lopen op hun beurt politici te vaak met eigengereide opvattingen voor de voeten.

Harde botsingen, zoals begin van dit jaar tussen Sorgdrager en Docters, worden dan onontkoombaar aldus Rosenthal.

Ze eindigen in een slag om het gunstigste media-imago. Loyaliteitsverklaringen worden dode letters. “Het gezag van de minister staat voor ons voorop', zei Docters van Leeuwen in de beruchte `nacht der procureurs', eind januari. “Politici moeten zoiets niet van ambtenaren vragen, en ambtenaren moeten die instructie niet willen uitvoeren', aldus Rosenthal.

De bestuurskundige hekelde vooral de zijns inziens groeiende neiging van politici om klassieke beginselen uit het bestuur zoals de vertrouwensregel tussen politicus en ambtenaar, een eigen, psychologische interpretatie te geven. “We komen binnen de Nederlandse verhoudingen op een hellend vlak, als we de zelfstandige naamwoorden `vertrouwen' en `loyaliteit' van emotieve adjectieven gaan voorzien', zei Rosenthal. “De premier noemt procureurs-generaal `kinderachtig'. De minister van Justitie beperkt zich niet alleen tot de mededeling dat zij het vertrouwen van ambtenaren moet hebben, maar eist blind vertrouwen. Dit zet de deur open naar vleierij (-)'.

PvdA-politicus en politicoloog Van Thijn formuleerde het even later nog harder. Premier Kok was met zijn emotionele uithaal naar de PG's niet alleen buiten zijn functie als premier getreden. “Die moet immers kalmeren in plaats van olie op het vuur gooien.' Tevens had hij onnodig de relatie tussen politiek en ambtenarij op scherp gezet door te doen alsof de politieke klasse bedreigd werd door deloyale medewerkers.

Zowel Rosenthal als Van Thijn bepleitte dan ook een terugkeer naar de klassieke verhoudingen. Daarbij is loyaliteit loyaliteit zonder dat dit uitgesproken hoeft te worden. Politiek dwingt met goed bestuur respect af in plaats van om respect te vragen.

En hoge ambtenaren zoals Sweder van Wijnbergen (Economische Zaken) en Borghouts (Justitie) moeten niet op gevoelige momenten opvallende uitspraken gaan doen.

De volgende spreker nam een diametraal andere positie in. Loyaliteit kun je tegenwoordig alleen verwachten van een butler of van een maitresse maar niet van een ambtenaar, luidde de stelling van de Utrechtse hoogleraar sociale wetenschappen De Ruyter. Samen met andere wetenschappers had hij de `casus-Ouwerkerk' geanalyseerd. Daarbij waren ze niet zozeer op deloyaliteit gestuit, als wel op een opeenstapeling van toevalligheden en op een gebrek aan regie.

Als burgemeester Ouwerkerk alleen burgemeester was geweest, en niet ook nog eens korpsbeheerder van de regiopolitie, had hij nog steeds in Groningen gezeten en niet in Almere zoals nu, zo stelde De Ruyter. Immers aanvankelijk bestond er in de gemeenteraad geen grote kritiek op de manier waarop hij als burgemeester op de rellen in de Oosterparkbuurt had gereageerd.

Pas toen ook nog eens een rapport van adviesbureau-Bakkenist uitlekte met kritiek op het functioneren van Ouwerkerk als korpsbeheerder, was de boot aan. Twee discussies vermengden zich. De media schiepen het beeld van een burgemeester die slaapt terwijl zijn stad in brand staat. Premier Kok zei vanuit Den Haag dat een ontslag van Ouwerkerk niet uitgesloten moest worden, wat critici van Ouwerkerk in Groningen aanmoedigde. De Groningse VVD-fractie zag haar kans schoon te proberen een vacature te scheppen die wellicht door een liberaal vervuld kon worden.

Het waren allemaal onvoorziene wendingen plotselinge gebeurtenissen, moeilijk navolgbare motieven, aldus De Ruyter. Ze laten zich niet vangen in een herdefiniering van klassieke bestuursbeginselen.

“Laten we leren leven met dit soort crises, en stommelend onze weg vervolgen', adviseerde De Ruyter.

Dat was In 't Veld net iets te gemakkelijk. Was er niet meer aan de hand dan louter toevalligheden? Opereerden er geen nieuwe krachten in het openbaar bestuur zoals journalisten met een eigen agenda? Een agenda die mede door financiele krachten wordt bepaald en waarbij afspraken over nieuws tussen bijvoorbeeld journalisten en politici aan de orde van de dag zijn? “Media kun je beschouwen als economische actoren met als product nieuws, waarbij de relatie met de werkelijkheid niet altijd aanwezig is', aldus In 't Veld.

Vertegenwoordigers van de media verwierpen zijn theorie. Natuurlijk hadden journalisten wel eens aanvechtingen nieuws te maken in plaats van de werkelijkheid te beschrijven, zei bijvoorbeeld Volkskrant-redacteur Van Wissen. Maar van een patroon van een onderlinge gunstverlening tussen bijvoorbeeld politici en Haagse journalisten over primeurs was hem niets bekend. Zolang overheid en politici naar behoren functioneren en natuurlijk gezag uitstralen, hebben ze zulke afspraken volgens Van Wissen ook helemaal niet nodig.