MAX HAVELAAR

Naam: Liesbet Winkelmolen (35) Nationaliteit: Nederlands Functie: docent taalverwerving bij opleiding Dutch Studies in Leiden Bijzonderheid: gaf in 1996 vier maanden Nederlands aan de Universiteit voor Wereldtalen in Tasjkent

“Lesgeven in Oezbekistan was een unieke ervaring. De 35 studenten daar hadden niet voor Nederlands gekozen; ze deden als hoofdvak Duits of Engels en kregen een tweede taal aangewezen. Ze studeerden al bijna veertig uur per week, en die paar uurtjes Nederlands waren een mooie gelegenheid om bij te slapen, nagels te lakken en de baby de borst te geven; de meesten hadden ook nog de zorg voor een gezin.

Ik heb ook twee weken lesgegeven in Hongarije, in Debrecen, waar de onderwijscultuur veel meer op de onze lijkt. Er is alleen niet genoeg geld voor boeken en ander lesmateriaal. Ze hebben alle delen van het Woordenboek der Nederlandsche Taal en alle jaargangen van De Gids compleet vanaf 1837, maar alleen doordat ze die toevallig van iemand cadeau hebben gehad.

Je moet wel een bepaalde drive hebben om zo'n exotische taal als Nederlands te studeren. Ik zal nooit de Estlandse vergeten die voor haar spaarzegeltjes een vertaling van Max Havelaar bestelde en daar zo door gegrepen was dat ze Nederlands ging studeren. Of de Indonesische jongen wiens grootvader had gevochten in het KNIL, maar daar nooit een woord over had gezegd. `Er zit een gat in mijn leven', zei die student, `daarom wil ik hier in Nederland in een jaar zo veel mogelijk leren.'

Maar zo gedreven zijn ze niet allemaal. Behalve de buitenlandse studenten Nederlands, die meestal voor een of twee jaar komen, krijgen we studenten die een of twee Nederlandse ouders hebben en buitenlanders die hier wonen en getrouwd zijn met een Nederlander. Die willen in de eerste plaats de taal leren. In totaal hebben we honderd studenten, van wie er per jaar tien afstuderen. Lang niet allemaal maken ze dus de vier jaar vol.

Sommigen komen eigenlijk alleen voor de taal, maar raken door de lessen toch bevlogen over literatuur, kunst en geschiedenis. Ze lopen warm voor Hella Haasse, voor Mondriaan of voor Chinese motieven op het aardewerk van de Porceleine Fles, en blijven wat langer.

De taal blijft moeilijk, al zitten de grootste problemen in hun hoofd. Ze hebben bijvoorbeeld allemaal het gevoel dat er geen woorden meer bij kunnen in hun hoofd en dat ze toch nooit de perfectie van native speakers bereiken. Ze zouden graag alles willen begrijpen. Geef je ze een artikel over de natuur in de Waddenzee, komen ze jammeren over al die woorden die zelfs niet in het woordenboek staan. `Wat is precies een brakwatergrondel?' Maar ja, dat weet ik toch ook niet?'