Kurt Masur dirigeert in Tilburg

Concert: London Philharmonic Orchestra o.l.v. Kurt Masur. Gehoord: 25/11 Concertzaal Tilburg.

Kort nadat het London Philharmonic Orchestra de benoeming had bekendgemaakt van zijn nieuwe eerste dirigent - Kurt Masur, de chef-dirigent van het New York Philharmonic Orchestra - presenteerde het orkest zich gisteravond met zijn nieuwe leider in Tilburg. Het prestigieuze optreden in de relatief kleine Tilburgse Concertzaal met 800 plaatsen was een onderdeel van het Festival van Contrasten waarmee de stichting Praemium Erasmianum het 40-jarig bestaan viert. Voor de Katholieke Universiteit Brabant besloot het concert de openingsdag van het symposium `Toekomstbeelden' over `visie, ervaring en verwachting in wetenschap en kunsten'.

Het voormalige orkest van met Engelse titels overladen dirigenten als Beecham, Boult, Pritchard, Solti en Haitink stond laatstelijk onder leiding van de inmiddels overleden Klaus Tennstedt, een vriend van Masur. Vanaf het seizoen 2000-2001 krijgt niet alleen het London Philharmonic Orchestra, maar het hele Londense muziekleven in Kurt Masur een aanwinst van belang: de man die beroemd werd als dirigent van het Leipziger Gewandhausorchester brengt een halve eeuw aan ervaring mee.

De Eerste symfonie van Sjostakowitsj kreeg een kleine en intieme uitvoering: evoluerend van het ensemblespel in de opening via vele kamermuzikale passages tot het luidruchtige Sjostakowitsjiaanse carnaval. Dat laatste is in de eerste van zijn vijftien symfonieen nog slechts af en toe te horen, maar de volumineuze uitbarstingen werden in de zaal van architect Jo Coenen akoestisch goed verwerkt. De uitvoering bewoog zich tussen ingetogen lyriek en Strawinskyaanse helderheid.

In het symfonisch gedicht Don Quixote van Richard Strauss bleek het typisch Londense karakter van het orkest.

Londense musici zijn uiterst flexibel en de Londense orkesten kunnen alles spelen, maar het probleem is dat ze nauwelijks specialisaties hebben en daardoor ook te weinig eigen karakter. In tegenstelling tot de Wiener Philharmoniker, die zondag in Amsterdam Strauss' Also sprach Zarathustra speelden, zijn de Londenaren niet tot op het bot vergroeid met Strauss en missen zij daarvoor het vereiste raffinement. Masur staat hier voor een duidelijke taak en pakte het vooralsnog voorzichtig aan. Het stuk werd in kabbelende tempi keurig gespeeld, maar de rijkdom aan klankkleuren die het groteske verhaal deels in schrille tonen moeten vertellen bleef onderbelicht. Ook de Engelse cellist Lynn Harrell speelde zijn soli wel braaf en mooi, maar ook te eenvormig. Zijn vertolking gaf niet echt gestalte aan een van de markantste personages uit de wereldliteratuur.