Jungle van vertaalcombinaties

In de Europese Unie zijn alle talen van lidstaten gelijk. Kleine talen mogen niet worden gediscrimineerd. Maar sommige zijn iets meer gelijk dan andere.

HET WAS DRIE UUR 'S NACHTS, de vergadering van de ministers van Landbouw was net hervat. “We beginnen met het bloedartikel', vertaalde Noel Muylle in de Nederlandse tolkencabine. Maar de Belgische minister die in het Frans de vergadering voorzat, had gesproken over `article cent'. `Artikel honderd' dus. Muylle had op het nachtelijk uur verstaan `sang': bloed. “De vergadering ging tenslotte over slachthuizen' schatert Muylle, jaren later. Inmiddels is hij hoofd van de Gemeenschappelijke Tolkenconferentiedienst van de Europese Commissie en de Raad van Ministers.

Onmiddellijk serieus wordt Muylle als de status van het Nederlands in de Europese Unie ter sprake komt. “Het Nederlands is een van de eerste talen van de Gemeenschap en het was vanaf het begin een belangrijke taal.' Toen de Europese Gemeenschap in 1958 werd opgericht, telde ze vier officiele talen. Dat aantal is bij iedere uitbreiding gegroeid tot de huidige elf voor vijftien lidstaten.

“Voorafgaand aan iedere uitbreiding wordt geopperd dat het aantal talen moet worden teruggebracht', weet Muylle uit ervaring. “Ik hoor al 35 jaar dat het Nederlands zou verdwijnen.' De kans dat dit gebeurt acht hij klein, omdat geen enkel land `zijn' taal wil opgeven en ieder land over een veto beschikt. In artikel 217 van het verdrag staat dat het taalgebruik door de raad met eenparigheid van stemmen wordt vastgesteld.

Het argument dat het huidige taalregime te duur is, wuift hij weg. Zijn tolkendienst vergt eentiende procent van de totale uitgaven van de Europese Unie. “Een halve mark per burger per dag.' Inmiddels bereiden de tolken zich voor op de extra tien talen die de Europese Unie zullen verrijken, met de toekomstige toetreding van Oost-Europese landen als Polen en Slovenie.

Nu al is de vertaaldienst van de Europese Commissie de grootste meertalige vertaalinstelling ter wereld. Ook het Europees Parlement en instellingen als de Europese Rekenkamer en de Europese Investeringsbank hebben elk hun eigen vertaaldienst.

In de Europese Unie zijn alle elf officiele talen in principe gelijk. Gerekend naar het aantal mensen in de EU dat de taal spreekt, komt het Nederlands op de zesde plaats. Maar formeel is het gelijkwaardig aan de `grote talen'. “Het Nederlands wordt behandeld als iedere andere officiele taal', onderstreept in vloeiend Nederlands Brian McCluskey, de Schotse directeur van de vertaaldienst van de Europese Commissie.

Alle documenten worden vertaald in de elf officiele talen: richtlijnen en verordeningen die uitgaan van de Europese Commissie, vonnissen van het Hof van Justitie en jaarverslagen van de Rekenkamer. Het Europees Parlement neemt geen besluiten als de stukken niet in alle talen zijn vertaald. Bovendien heeft iedere Europarlementarier het recht in zijn eigen taal debatten te volgen en het woord te voeren.

Anders dan bij diplomaten en ambtenaren wordt van hen niet verwacht dat ze een vreemde taal vloeiend spreken. Daarom zijn bij plenaire vergaderingen van het Europees Parlement altijd 110 combinaties simultaanvertaling beschikbaar. Net als overigens bij de maandelijkse bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken of op de halfjaarlijkse top van staats- en regeringsleiders.

Toch zijn sommige talen in de praktijk iets meer gelijk dan andere. Iedere Europese instelling hanteert een eigen intern talenbeleid. De Europese Commissie gebruikt als onderlinge werktalen het Frans, Duits en Engels. Dat zijn ook de drie talen die bij de wekelijkse vergadering van de Europees Commissarissen worden gebruikt.

De rechters van het Hof van Justitie in Luxemburg spreken onderling Frans, de vergaderingen van de Europese Centrale Bank in Frankfurt verlopen in het Engels. De Rekenkamer in Luxemburg gebruikt intern drie talen: vooral Frans en Engels, maar ook Duits. Tenslotte is de voorzitter Duits.

In het algemeen is tussen `Eurocraten' vooral het Frans en ook steeds meer het Engels de voertaal. Zelfs in het Europees Parlement, waar de afgevaardigden in principe moeten kunnen werken zonder een vreemde taal te beheersen, zijn ontwerpteksten soms uitsluitend in het Frans en Engels beschikbaar en verlopen ook sommige commissievergaderingen alleen in die twee talen. Het Engels wint steeds meer terrein binnen de Europese instellingen, zeker na de uitbreiding van de Europese Unie met Finland en Zweden in 1995. Bij de vertaaldienst van de Europese Commissie worden sinds vorig jaar meer teksten aangeleverd in het Engels dan in het Frans.

In het Europees Parlement wordt in verhouding veel Nederlands gesproken. Niet dat de Nederlanders en Vlamingen met 45 van de 626 Europarlementariers zo'n grote groep vormen maar ze mengen zich wel vaak in het debat. “Nederlanders en Vlamingen zijn bijzonder actief. En ze hebben een duidelijk uitgesproken mening' zegt Beatrice van Aert, hoofd van de Nederlandstalige tolkenafdeling van het Europees Parlement.

Wat haar betreft moet er nog meer Nederlands worden gesproken. Nederlandse afgevaardigden hebben nogal eens de neiging over te schakelen op een andere taal die ze denken te beheersen. “Dat is jammer want wat ze in die vreemde taal zeggen, is niet altijd te begrijpen. Mijn collega's in andere cabines hebben soms grote moeilijkheden met het vertalen.'

Van Aert merkt dat het Nederlands populair is bij haar collega-tolken. “Finse tolken die Duits spreken, leren eerder Nederlands erbij dan Frans.' Toch wordt in een website van het Europees Parlement op Internet het Nederlands aangemerkt als `exotische' taal, in tegenstelling tot Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans.

Taal is politiek. Zeker in de Europese Unie. Vooral Fransen verdedigen hun taal met verve. Lang heeft het geduurd voordat in de perszaal van de Europese Commissie tijdens de dagelijkse briefings behalve Frans ook Engels mocht worden gesproken. Dit leidde enkele jaren geleden nog tot komische situaties waarbij Britse journalisten in hun beste, maar nauwelijks begrijpelijke Frans vragen moesten stellen aan een landgenoot-voorlichter. Pas nadat de Franse Commissievoorzitter Jacques Delors in 1995 was vertrokken, was een verandering in het talenregime mogelijk.

Ook voor Nederland is taal regelmatig een politiek thema. Deze zomer protesteerde toenmalig minister Margreet de Boer (Milieu) bij Oostenrijk, de huidige voorzitter van de Europese Unie, omdat het Nederlands als `tweederangstaal' werd behandeld. Oostenrijk had een uitnodiging verstuurd voor een informele bijeenkomst van de milieuministers in Graz, met de mededeling dat er vijf talen zouden worden gebruikt: Engels, Frans, Duits, Spaans en Italiaans.

Omdat dit een gevaarlijk precedent zou zijn, besloot De Boer uit protest niet deel te nemen aan de bijeenkomst.

Volgens Wolter Witteveen, hoofd van de Eenheid Nederlandse Taal bij de tolkendienst van Commissie en Raad zijn Nederlanders de laatste tijd fanatieker in de verdediging van hun taal dan vroeger. Hij herinnert aan de heftige Nederlandse protesten tegen een Frans voorstel vier jaar geleden om het aantal officiele talen in de Europese Unie te beperken en zo een eind te maken aan de taalexplosie die iedere uitbreiding met zich meebrengt.

Ook de instelling van een Europees Merkenbureau in 1993 veroorzaakte opschudding, omdat het aantal talen waarin merkbescherming kon worden aangevraagd en verkregen slechts in de vijf grootste talen zou kunnen verlopen. Vooral de taalgevoeligde Vlamingen kwamen onmiddellijk in actie tegen de discriminatie van het Nederlands, maar ook Nederland protesteerde.

Als compromis werd bepaald dat aanvragen in alle talen kunnen worden ingediend, maar wie tegen een afwijzing wil procederen moet het in een van de vijf talen doen.

Volgens toenmalig premier Ruud Lubbers een “ingenieus compromis' dat vooral geen “ongewenst precedent' moest worden. Op Nederlands-Belgisch initiatief werd vervolgens op de Europese top in december 1993 plechtig besloten dat de Europese Unie de kleine talen nooit meer zou discrimineren.

Vertalen bij de Europese Commissie blijft in de eerste plaats mensenwerk. Hoewel sinds midden jaren zeventig gebruik wordt gemaakt van vertaalcomputers, moeten de teksten die hiermee worden verkregen nog grondig door een menselijke vertaler worden gecorrigeerd. Omdat ze verre van perfect zijn, worden computervertalingen vooral gebruikt voor interne vertalingen en minder voor officiele stukken. Daarom worden ze niet zoveel gebruikt voor het Nederlands dat immers geen werktaal is.

Misschien maar goed ook want wat bijvoorbeeld een ruwe machinevertaling van het Frans naar het Nederlands kan opleveren, blijkt wel uit de volgende zin: “Vaststellend dat de verslagen intermedaires van de deskundigen verzocht om de territoriale pacten voor de werkgelegenheid (PTE) te onderzoeken talrijke positieve resultaten maar eveneens talrijke leemtes vermelden het Economisch en Sociaal Comite is van mening dat verschillende acties zouden kunnen in werking gesteld zijn teneinde de doeltreffendheid ervan te verbeteren.'