Japan wijst oorlogsclaim af

TOKIO, 26 NOV. Gevangenen van het Japanse leger tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben vandaag in Tokio hun rechtszaak om financiele vergoeding voor het ondergane leed verloren. De aanklagers zijn afkomstig uit Groot-Brittannie, Australie, Nieuw Zeeland en de Verenigde Staten. Aanstaande maandag komt de uitspraak in een vergelijkbare zaak van Nederlandse gevangenen.

De zeven aanklagers, optredend namens ruim 20.000 voormalige civiele geinterneerden en krijgsgevangenen, waren woedend na het horen van de uitspraak en hebben direct beroep aangetekend. De Brit Arthur Titherington liep vanmorgen van de rechtbank naar het nabijgelegen parlement en spuwde minachtend op de stoep. “Er is geen rechtvaardigheid in dit land', zei de Brit later op een persconferentie. Titherington werd als soldaat in 1942 in Singapore gevangen genomen en werkte tot het einde van de oorlog in een goudmijn in Japan: “Ik was een slaaf en wil compensatie.'

De Japanse rechtbank wees de eis echter af omdat alle schadeclaims aangaande de oorlog zouden zijn afgehandeld met het vredesverdrag van 1952. Bovendien kunnen individuen volgens de rechter geen claims neerleggen bij een andere staat. Advocaat Martin Day van de groep stelt echter dat het langzamerhand gemeengoed is dat ook een individu een staat kan aanklagen voor geleden oorlogsschade. Om deze redenering hard te maken hadden de aanklagers drie internationale rechtsgeleerden, onder wie de Nederlander Kalshoven, als getuigen opgeroepen, echter zonder resultaat.

Titherington noemt de uitspraak vooral een “politieke uitspraak, ingefluisterd door de machthebbers in dit land'. “Een hoge Japanner vertelde me ooit: als we jullie eis toekennen dan is het hek van de dam', aldus Titherington vandaag. In wezen is dit sinds het einde van de oorlog zo, want ook “oud-minister Eden (Buitenlandse Zaken) zei in 1946 al tegen me: wat wil je nou van Japan ze hebben niets.'

Ook de huidige Britse regering ziet het liefst een einde aan het voortdurend oprakelen van de oorlogsgeschiedenis, maar zegt Titherington, “ik zal een doorn blijven in het vlees van de Japanse en van mijn eigen regering'. De zaak begon in 1995 en kan tot aan het Hooggerechtshof nog enkele jaren voortduren.