Het onbegrepen beginsel van D66

“In de geschiedenis van de partij is vaak gepleit voor beginselprogramma's of tenminste ideologische etikettering. Vele varianten zijn gepasseerd: links-liberalisme, postindustrialistisch socialisme sociaal liberalisme, vrijzinnig democratisch. De vraag is of een dergelijk etiket erg veel zin heeft. Ik meen van niet. Wie de ideologische tegenstellingen op de Hollandse schaal betrekkelijk onnuttig acht en bovendien gedateerd, bewijst zichzelf geen dienst door zich een ideologisch profiel aan te meten van een voorbij modebeeld.'

Aldus de D66'er Thom de Graaf bijna exact een jaar geleden in een inleiding tijdens een discussiebijeenkomst over politiek en ideologie op de Erasmusuniversiteit. Hij toonde zich met deze woorden een uitstekende leerling van Van Mierlo. Ook Van Mierlo heeft nooit iets moeten hebben van een beginsel. D66 was juist anders dan de andere omdat de partij niet de starre visie of de ideologie als uitgangspunt had. Zei hij dertig jaar geleden, zegt hij nu.

Maar toen kwam dus het afgelopen weekeinde het 67ste partijcongres van D66 en nu zit Thom de Graaf, inmiddels partijleider, met een beginsel. Dankzij een succesvolle interventie van de jongerengroep `Opschudding', het Nieuw Links van D66, maar dan keurig zoals het de partij betaamt. Radboud, Wendelmoet, Lousewies en nog veertig andere initiatiefnemers met minder naar het Haagse Benoordenhout riekende namen, willen geen revolutie. Hun doel is slechts een partij die meer ambitie uitstraalt. Maar wat ze zaterdag hebben bereikt, een etiket en de aanzet voor een beginselprogramma, is voor D66-begrippen wel degelijk revolutionair. Het enige beginsel dat de partij had, namelijk het hebben van geen beginsel, hebben ze D66 afgenomen. De partij is nu sociaal-liberaal. Nog niet op het postpapier, wel in het hoofd.

Natuurlijk hebben alle D66-coryfeeen gelijk die onmiddellijk stelden dat de toevoeging sociaal-liberaal materieel niets voorstelt. Dat hebben de initiatiefnemers trouwens zelf ook van het begin af aan gezegd. Het predikaat sociaal-liberaal betekende geen nieuwe weg, maar een duidelijker positionering in het politieke centrum. “D66 wordt er beter door herkenbaar voor de Nederlandse burger', aldus de toelichting op de aanvaarde motie waarin de ondertitel werd voorgesteld.

Kortom, louter een kwestie van marketing of, zoals H.J.A. Hofland het gisteren in zijn column op deze pagina noemde, ritselend pakpapier.

Een interessante vraag is of D66 door deze defensieve benadering van de eigen inkleuring niet juist een enorme kans laat lopen. Want het blijft toch curieus in de huidige paarse poldertijden dat er geen politieke partij is die het beginsel van deze politieke succesformule aanhangt en uitdraagt. De partij die dat bij uitstek zou kunnen, is D66. Maar die partij blijkt nu juist de grote verliezer van het politieke monsterverbond.

En toch. Als de PvdA onder leiding van Wim Kok haar ideologische veren afschudt en de VVD in staat is tot meer dan pragmatische een-tweetjes met de voormalige erfvijand, dan zal dat ooit ook partijpolitieke consequenties moeten hebben. Als paars zo'n goed samenwerkingsverband is, hoeft het toch niet na elke verkiezing in coalitiebesprekingen opnieuw gecreeerd te worden maar kan het beter een zelfstandige entiteit worden.

“Partijpolitieke hergroepering hangt in de lucht', schreef PvdA-senator Thijs Woltgens twee maanden geleden in het tijdschrift Socialisme en Democratie, waarbij hij een duidelijke taak zag weggelegd voor de Democraten: “Hier ligt een kans voor D66 - toch al een soort ideologisch daklozenberaad - om als initiatiefnemer een paarse Phoenix te laten verrijzen uit de ontploffing van het partijenstelsel', aldus Woltgens, die vond dat er op het fundamentele vlak toch al meer overeenstemming bestond tussen de paarse aanhangers in PvdA, VVD en D66 dan al “uit de marginaal verschillende verkiezingsprogramma's' bleek.

Toegegeven, de schermutselingen van de afgelopen tijd in de coalitie waren nu niet direct een uiting van fusiekoorts, maar aan de andere kant betroffen het vooral incidenten en uitgerekend geen botsende maatschappijvisies.

Sterker nog: veel van de ruzies konden beschouwd worden als een geforceerde poging om toch vooral anders te lijken dan de coalitiepartners. Ondertussen is de onderstroom er een van vergaande consensus en blijft de logische vraag dan ook wanneer dit partijpolitieke gevolgen zal hebben.

Vast staat in elk geval dat elke poging tot hergroepering tot mislukken is gedoemd als vanuit bestaande partijstructuren wordt gewerkt. De gang van zaken rond de (mislukte) vorming van een Progressieve Volkspartij, waarin PvdA, D'66 en PPR begin jaren zeventig hadden moeten opgaan, heeft dit bewezen. Politici uit bestaande partijen zullen moeten durven iets `geheel nieuws' te beginnen. Het begrip sociaal-liberaal dat sinds dit weekeinde bij D66 ligt gedeponeerd zou voor een dergelijke exercitie een heel goed vertrekpunt kunnen zijn. “Liberaal waar het kan, sociaal waar het moet', luidt de nadere aanduiding. Het verschilt weinig van de leidende gedachte in het manifest The New European Way dat de doorgebroken Europese sociaal-democraten dit weekeinde vaststelden, die zegt dat de staat optreedt waar de markt faalt. De `inhoudelijke' boodschap is er, nu de partij nog. Dat is niet D66.

In het kader van een electorale reddingspoging is onder leiding van de groep Opschudding D66 geideologiseerd. Of de partij daarmee gebaat zal zijn, valt te bezien. In de kern is D66 toch altijd meer een beweging dan een politieke partij. Een beweging die aanhang trekt op het moment dat de `echte' partijen het volgens de kiezer laten afweten. Zodra die partijen volgens diezelfde kiezer weer tot inkeer zijn gekomen, is het met de populariteit van D66 gedaan.

De fout die de mensen achter Opschudding maken is dat zij het wezen van D66 willen veranderen, terwijl de winst zit in een verandering van het partijstelsel.

Om in martktermen te spreken: met het begrip sociaal-liberaal kan een groot electoraal potentieel worden aangeboord, maar niet door D66, dat nu eenmaal het lot met zich meedraagt de partij van de tweede keuze te zijn.

D66 heeft nu dat door de founding fathers verguisde etiket. Het heeft een voordeel. Mogelijke fusiebesprekingen met mensen uit andere groeperingen om tot die echte paarse sociaal-liberale partij te komen zullen erdoor worden vergemakkelijkt. Nu is tenminste duidelijk wat er gemengd wordt.