Hadewijch en Palmen in Kiev; STUDEREN IN HET BUITENLAND

In 190 buitenlandse steden bestaat een studierichting Nederlands. Het internationale succes van een middelgrote taal.

EEN KLASJE ZUID-AFRIKAANSE studenten van de University of Capetown verbaast zich over twee dichtregels van J.C. Bloem: `Altijd november altijd regen, / altijd dit lege hart, altijd.'

Altijd regen? In november? Aan de Universitas Padjadjaran van Bandung bestudeert een werkgroep aankomende juristen een Nederlandse tekst over staatsrecht. En in de Praagse Karels-universiteit aan het Jan Palachplein zingen Tsjechische jongens en meisjes uit volle borst `In een groen, groen groen, groen, knollen-, knollenland'.

Nederlands studeren buiten Nederland en Vlaanderen: het kan in dertig landen binnen en veertien landen buiten Europa, aan in totaal 223 universitaire instellingen. In Kiev en Kuala Lumpur, in Sioux Center (Iowa) en in Holland (Michigan). En vanaf volgend jaar ook in Tbilisi (Georgie). Sommige vakgroepen hebben door geldgebrek en door de afstand tot de moederlanden moeite het hoofd boven water te houden, maar over de hele wereld bezien stijgt het aantal studenten.

Hier en daar groeit de studie zelfs explosief. In Keulen is Nederlands populairder dan Engels en Frans. En aan de Westfalische Wilhelms-Universitat in Munster was de toevloed zo groot dat de rector een studentenstop overweegt: voor dit academische jaar meldden zich 130 eerstejaars.

Munster beschikt dan ook over een van de best geoutilleerde studiecentra. Het Institut fur Niederlandische Philologie - de afdeling taal- en letterkunde - is gevestigd in het Haus der Niederlande, waar in 1648 de Nederlandse delegatie logeerde die de Vrede van Munster tekende. Verder herbergt dit historische pand het Zentrum fur Niederlande-Studien, waar Duitse studenten de geschiedenis, de geografie het recht, de economie en de kunst van de Lage Landen bestuderen.

Ook de omvangrijke universitaire collectie boeken en tijdschriften over de cultuur van de Lage Landen is ondergebracht in dit gebouw.

Andere vakgroepen met een uitgebreide staf en dito bibliotheek zijn onder meer te vinden in Londen, Hull, Oldenburg en Jakarta. Maar lang niet alle neerlandici in het buitenland (of, zoals ze het zelf noemen: extra muros) zitten er zo royaal bij. Veel van de in totaal omstreeks 600 docenten verrichten pionierswerk op buitenposten als Odessa, Kyoto en Goa. In een werkkamer die tevens dienst doet als bibliotheek en collegezaal leggen ze de vijf functies uit van het lastige woordje `er' en geven ze les over Hadewijch en Connie Palmen, over de grammatica in de zeventiende eeuw en de schilderkunst van Mondriaan. Buiten de muren van het moederland is er weinig plaats voor specialisten.

Een belangrijk middel om het isolement van de extramurale docenten te verkleinen, is Internet. De voornaamste ankerplaats voor neerlandici in den vreemde is NedWeb, het elektronische documentatiecentrum van de vakgroep Nederlands in Wenen. Deze website verschaft in het Duits en Nederlands onder meer informatie over studieprogramma's van de vakgroepen in Midden- en Oost-Europa, bevat een beknopte geschiedenis van de Nederlandse taal en verwijst door naar een groot aantal andere sites, van Anne Frank Online tot de Zuid-Afrikaanse site `De Knoop' (“Hier word baie Afrikaanse Internet-toutjies saamgebind').

Het meest bijzondere van NedWeb zijn de gegevens over vertaalde literatuur. “Zelfs in Oostenrijk is het niet makkelijk om aan informatie over Nederlandse literatuur te komen', aldus een van de Weense neerlandici, Matthias Huning. “Laat staan in Namibie en de Oekraine.

Wij verzamelen zo veel mogelijk gegevens over Nederlandse literatuur in vertaling: nu in het Duits en in Slavische talen als Sloveens en Slowaaks, maar in de toekomst ook in het Engels.' Bij veel titels kan de lezer bovendien doorklikken naar recensies, zodat meteen te zien is dat een recensent Die Gesetze van Connie Palmen “ein wunderbarer Roman in sieben Akten' vond.

Het zijn niet alleen neerlandici die NedWeb raadplegen. Ook andere belangstellenden, met name uit Duitsland, zoeken informatie over geliefde auteurs als Margriet de Moor en Cees Nooteboom. Nederlandse literatuur is een gewild importproduct in Duitsland en de uitstraling van populaire auteurs mist ook haar uitwerking op de aantallen studenten niet.

Sommige Nederlandse schrijvers worden over de grens zelfs meer geeerd dan in eigen land. Duitse literatuurliefhebbers liggen krom van aanbidding voor het Nederlandse orakel Nooteboom en recensenten in Zweden gunnen de Nobelprijs aan Maarten 't Hart.

Om te voldoen aan de vraag naar vertaalde Nederlandse literatuur hebben de vakgroepen in Berlijn, Munster Londen en Parijs literair vertalen opgenomen in hun studieprogramma. In Munster bestaan zelfs plannen voor een aparte leerstoel.

Buitenlandse studenten komen niet alleen af op Multatuli en Bernlef. Vaak studeren ze als hoofdvak Engels of Duits en willen ze daarbij iets leren over een andere Germaanse taal. Maar lang niet alle buitenlandse studenten Nederlands zijn geinteresseerd in de taal en cultuur zelf. Voor velen van hen is kennis van het Nederlands in de eerste plaats een middel om bronnen in die taal te ontsluiten.

Vooral in Indonesie is Nederlands als `bronnentaal' voor velen een onmisbaar vak.

In Indonesie volgen elk jaar ten minste 10.000 rechten- en 1.500 letterenstudenten Nederlands als bijvak om wetboeken, wetenschappelijke literatuur en archiefstukken in die taal te kunnen raadplegen. Ook veel Indonesische islamologen landbouwkundigen en archeologen moeten over voldoende kennis beschikken om Nederlands te lezen.

Ook in Suriname en zelfs op Sri Lanka, dat tweeenhalve eeuw in Nederlandse handen was, bestaat belangstelling voor Nederlands als bronnentaal: enkele Sri-Lankese archivarissen leerden Nederlands om testamenten en kadasterstukken uit de achttiende eeuw te lezen. Ook buiten de voormalige kolonien leren academici Nederlands. Zo komen in januari twintig buitenlandse kunsthistorici naar Nederland voor een intensieve cursus zeventiende-eeuwse cultuur van de Lage Landen georganiseerd door de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN).

In Indonesie is Nederlands niet alleen de taal van het verleden. Om de vele Nederlandse bezoekers beter te bedienen, zijn aan toeristische opleidingen de laatste jaren cursussen Nederlands voor toekomstige medewerkers van reisbureaus begonnen.

Zelfs in het Europese zakenleven speelt Nederlands een grotere rol dan de meeste Nederlanders vermoeden. In Utrecht en Wenen wordt gewerkt aan een cursus zakelijk Nederlands voor studenten uit Midden- en Oost-Europa. Bestaand lesmateriaal over correspondentie en presentatie voldoet voor hen niet omdat dat uitsluitend gericht is op Nederlandse moedertaalsprekers. De nieuwe lesmethode, die over twee jaar af moet zijn, is speciaal bestemd voor studenten in Oostenrijk, Tsjechie, Slowakije, Hongarije, Polen en Rusland, en zal ook aandacht besteden aan culturele verschillen bijvoorbeeld in vergadercultuur.

Christine van Baalen medewerkster van de Weense vakgroep neerlandistiek: “Nederlanders zijn - ik generaliseer, hoor - nogal direct. Ze leggen in een vergadering bijvoorbeeld meteen hun standpunt op tafel, terwijl Oost-Europeanen dat bewaren tot het laatst.' Waarom kunnen die zaken eigenlijk niet in het Duits of het Engels worden gedaan? Van Baalen: “Dat is een typisch Nederlandse vraag. Nederlanders hebben de merkwaardige neiging hun eigen taal en cultuur als weinig belangrijk te beschouwen. Maar de vraag naar leermateriaal komt uit de regio zelf: er zijn hier duizend studenten Nederlands, die voor een groot deel in het zakenleven terechtkomen of economisch vertaler worden, maar in hun studie nooit iets over zakelijk Nederlands krijgen.'

Van Baalen is niet de enige die zich verbaast over het Calimero-gevoel van Nederlanders als het over hun taal gaat. Dezelfde geringschatting - de taalkundige P.C. Paardekooper noemde het ooit moedertaalmasochisme - valt ook buitenlandse studenten op tijdens bezoeken aan Nederland. Er is veel oefening nodig om de sterke werkwoorden onder de knie te krijgen, `de' en `het' niet te verwisselen en een gave `ui' uit te spreken. Maar buitenlandse studenten krijgen vaak nauwelijks de kans om te oefenen, omdat Nederlanders, vooral in de Randstad, meteen op Engels overgaan en hun verbazing over de studiekeuze van hun gesprekspartner niet onder stoelen of banken steken.

Nederlands is geen kleine, maar een middelgrote taal. Alleen de Nederlanders zelf willen dat nog niet geloven.