`Er is geen Oost-Europese kerncentrale ontploft'

BRUSSEL, 26 NOV. De Europese Rekenkamer heeft ernstige kritiek op de manier waarop is omgesprongen met geld voor verbetering van de veiligheid van Oost-Europese kerncentrales. Europees Commissaris Hans van den Broek was daarvoor verantwoordelijk.

Europees commissaris Hans van den Broek (Buitenlandse Betrekkingen) had de afgelopen weken het gevoel te worden meegenomen “in een maalstroom van berichten over geldverspilling, fraude en corruptie bij de EU.' Aanleiding vormde een zeer kritisch rapport van de Europese Rekenkamer over de inspanningen van de Europese Unie voor de veiligheid van Oost-Europese kerncentrales. Onder verantwoordelijkheid van Van den Broek heeft de EU sinds 1990 780 miljoen ecu (1,7 miljard gulden) besteed aan verbetering van die nucleaire veiligheid.

Aan het rapport zelf heeft Van den Broek een commentaar toegevoegd, waarin hij vertragingen en problemen bij het management toegeeft en maatregelen opsomt die tot verbetering van de situatie moeten leiden. Maar zijn belangrijkste kritiek is, dat de conclusie van de Rekenkamer onjuist is. Daarom wil hij vanmiddag in het Europees Parlement uitleggen dat de EU wel degelijk heeft bijgedragen tot een grotere veiligheid van de kerncentrales. “Ik heb het gevoel dat het specifieke karakter van de nucleaire sector onvoldoende is meegewogen bij het verwoorden van geconstateerde tekortkomingen' formuleert hij zorgvuldig.

In 1992 concludeerden de regeringsleiders van de EU dat aanpassing van de 65 Oost-Europese kerncentrales aan Westerse veiligheidsnormen de eerste prioriteit was. Is er sindsdien niets gebeurd? De centrales staan er nog steeds, sommige in landen die kandidaat zijn voor toetreding tot de EU. Maar, legt Van den Broek uit, je kunt niet een kerncentrale sluiten door even een sleutel om te draaien. Er is volgens hem wel het nodige gebeurd, “maar het is moeilijk om te zeggen hoe succesvol dat is geweest. Er zijn activiteiten uitgevoerd waarvan ik in ieder geval moet aannemen dat ze tot verbetering van de veiligheidssituatie hebben geleid.'

Hij ontkent dat - zoals de Rekenkamer schrijft - de EU de coordinatie van alle Westerse hulp op zich heeft genomen voor nucleaire veiligheid in Oost-Europa. “Iedereen kan weten dat zoiets niet kan met een budget van ongeveer honderd miljoen ecu (220 miljoen gulden) per jaar', zegt hij. Er is uitgerekend dat sluiting van alle centrales meer dan 120 miljard gulden kost. Alleen al de noodzakelijke bouw van een nieuw omhulsel over de ontplofte kerncentrale van Tsjernobyl kost zo'n 1,5 miljard gulden. “Dat toont dat wij nooit de pretentie konden hebben om met onze middelen een allesomvattende coordinerende rol te spelen bij de beveiliging', aldus Van den Broek. “Wij moeten met de betrokken landen samenwerken zodat zij zelf hun kerncentrales op niveau brengen.'

Volgens Van den Broek hebben de inspanningen van de EU allereerst geleid tot “een enorme discussie' over de vraag wanneer een kernreactor veilig is, wanneer deze niet meer veilig te maken is en gesloten moet worden of welke maatregelen genomen moeten worden om veiligheid te verbeteren. Door de EU gefinancierde experts hebben na onderzoek in een aantal gevallen geconstateerd dat kerncentrales niet meer veilig te maken zijn. “Dat betekent niet dat ze morgen ontploffen, maar dat het politiek en technisch gewenst is om een plan voor sluiting te maken.' Zo'n plan kost geld. Bovendien moeten de autoriteiten van het betrokken land met de sluiting instemmen. Een probleem daarbij is dat niet alle toezichthoudende instanties in Oost-Europa even onafhankelijk zijn van de regeringen en dat er politieke en economische overwegingen een rol spelen.

Maar West-Europese landen hebben zelf nog altijd geen eensluidende veiligheidsnormen voor kerncentrales.

Beveiliging van kerncentrales is volgens Van den Broek bovendien niet alleen een technisch probleem het heeft ook te maken met een veiligheidscultuur die in de tijd van het communisme in Oost-Europa niet te vergelijken was met die in het Westen. Daarom is ongeveer eenderde van de 1,7 miljard gulden die de EU sinds 1990 voor de Oost-Europese kerncentrales heeft uitgetrokken bestemd voor trainingen, voor het maken van handleidingen en de levering van reserve-onderdelen. Een belangrijk deel van de uitgaven is tot nu toe ook gegaan naar rapporten over de veiligheid van centrales en het adviseren van verbeteringen. “Alleen als er een kerncentrale was ontploft had de Rekenkamer het effect van die inspanningen kunnen meten', zegt de Eurocommissaris.

Hij legt er de nadruk op “niet puur defensief' te willen zijn, maar toont zich verontwaardigd dat de Rekenkamer heeft geschreven dat de EU tussen 1990 en 1997 slechts 660 miljoen gulden daadwerkelijk heeft uitgegeven. De Rekenkamer schrijft niet dat projecten pas achteraf worden betaald en dat er eind vorig jaar nog voor 1,1 miljard aan contracten waren afgesloten. “Het ziet er helemaal niet zo bedroevend uit', vindt hij.

Van den Broek bestrijdt ook de conclusie van de Rekenkamer dat Westerse adviseurs grote winsten hebben kunnen maken door bij offertes uit te gaan van de kosten van Westerse deskundigen maar in de praktijk Oost-Europese deskundigen te gebruiken. De kosten van Westerse deskundigen zijn vijftien keer hoger dan die van hun Oost-Europese collega's. “Dat er een risico bestaat, geloof ik best. Maar nergens is aangetoond dat er bij ons te hoge rekeningen zijn ingediend', zegt de Eurocommissaris.