DAG

De Canadees-joodse schrijver Mordecai Richler (67) voert in zijn vuistdikke, vaak hilarische romans nogal wat schurkachtige joodse hoofdpersonages op. Het kwam hem in eigen land op het verwijt van antisemitisme te staan. “Among other things', zei hij gisteravond in het John Adams Institute in Amsterdam tegen zijn interviewer Jan Donkers, want Richler is een controversieel schrijver die zich graag bemoeit met het publieke debat.

Duddy Kravitz is een van zijn bekendste personages. Een sluwe zakenjongen die met leugen en bedrog snel hogerop komt. Toen het boek The Apprenticeship of Duddy Kravitz in 1959 uitkwam, kreeg Richler vanuit de joodse gemeenschap te horen: “Je roman is mooi, maar waarom heb je die jongen geen Italiaanse naam gegeven?'

Een van de trucs van Duddy Kravitz staat beschreven in de roman St. Urbain's Horseman uit 1971. Duddy heeft dringend geld nodig en hij besluit tot uitgave van een Canadees-joodse Who's Who. Hij schrijft duizend vooraanstaande artsen advocaten en zakenlieden aan met het verzoek om foto's en biografische gegevens. Hun namen, vleide hij, waren zorgvuldig geselecteerd door een voorname commissie. Dat Duddy voorzitter en enig lid van deze commissie was, verzweeg hij wijselijk.

Wilden ze toevallig a raison van 25 dollar ook zelf graag een genummerd exemplaar van dit schitterend gebonden boek? De aangeschrevenen hapten gretig toe en verschaften Duddy op die manier een aardig kapitaaltje. Van pure oplichting kon Duddy moeilijk beschuldigd worden, want zijn boek verscheen inderdaad op de markt.

Het is een interessante variant op Elsschots Algemeen Wereldtijdschrift Net als Duddy Kravitz appelleert Boorman in Lijmen aan de ijdelheid van zijn klanten, die hopen dat hun reputatie via het blad wijd en zijd verspreid zal worden.

Duddy's idee was zo goed dat het later in Nederland navolging zou krijgen. Ook wij kennen enkele Wie is wie-boeken, die vooral geraadpleegd worden door de mensen die erin zijn opgenomen en die er dik voor hebben betaald. Joden of niet-joden, ijdel en zwak zijn we allemaal. Daar gaan Richlers boeken vooral over.