`Claim Goudstikker is terecht'

ROTTERDAM, 26 NOV. De Amerikaanse erfgenamen van de Amsterdamse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940) hebben recht op de circa 150 waardevolle schilderijen uit de collectie-Goudstikker die de Nederlandse staat bezit. De weduwe van Goudstikker heeft in 1952 niet afgezien van haar rechten om daar in de toekomst aanspraak op te maken zoals de Nederlandse overheid zegt. Tot die conclusie komt de journalist Pieter den Hollander in zijn vandaag verschenen boek De zaak Goudstikker.

Jacques Goudstikker kwam in mei 1940 om het leven nadat hij Nederland was ontvlucht. Zijn achtergebleven personeel verkocht zijn kunsthandel en onroerend goed aan de Duitse bankier Alois Miedl, en zijn waardevolle collectie schilderijen aan rijksmaarschalk Goring. Een belangrijk deel daarvan kwam na de oorlog in het bezit van de Nederlandse staat. In 1952 trof de weduwe Goudstikker een schikking met de staat. Ze mocht het geld dat de verkoop had opgeleverd houden. In ruil daarvoor beloofde ze in de toekomst af te zien van aanspraken.

Volgens Den Hollander had die schikking alleen betrekking op de transactie met Miedl, niet op die met Goring. Op verzoek van de advocaten van de weduwe is de naam Goring geschrapt uit de passage waarin zij afstand doet van haar rechten concludeert Den Hollander op basis van archiefonderzoek.

Een woordvoerder van het ministerie van OC en W zegt desgevraagd “niet onder de indruk' te zijn. “Ik heb van onze juristen begrepen dat een andere passage in de schikking wel degelijk betrekking heeft op de transactie-Goring.'

Den Hollander schrijft verder dat vorig jaar de toenmalige staatssecretaris Nuis van Cultuur toch heeft overwogen een nieuwe schikking te treffen met de erfgenamen van Goudstikker. Nuis zou daarover hebben onderhandeld met de rechtsgeleerde prof. Max Rood van de Rijksuniversiteit Leiden, die optrad namens de erfgenamen. Het zou zijn gegaan om een bureau en enkele topstukken. “Die onderhandelingen werden echter niet doorgezet omdat Nuis door de meest betrokken bewindslieden werd teruggefloten toen hij verslag deed van de stand van zaken.' Volgens de woordvoerder van het ministerie heeft Nuis het woord `schikking' nooit in de mond genomen.

Hij zou alleen, bij wijze van `gebaar', bereid zijn geweest een bureau van Goudstikker terug te geven dat voor de familie emotionele waarde had. Voor de erfgenamen was dat geen oplossing ze besloten vervolgens naar de rechter te stappen. Die doet naar verwachting begin volgend jaar een uitspraak. Prof. Rood was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar.